De Nederlandse schrijfster Roos van Rijswijk werd geboren in Amsterdam op 18 april 1985. Zie ook alle tags voor Roos van Rijswijk op dit blog.
Uit: Spookaantekeningen
“Een lijf is wat het spook in Seoul vrij recent verlaten moest hebben. De kunstenaar die het verhaal vertelde werd bij de herinnering aan het incident haast onpasselijk. Hij had bij zijn zieke vader zitten waken in een ziekenhuis. Het was, zo vertelde hij, een ziekenhuis dat rond een binnenplaats cirkelde. Er waren geen rechte hoeken in de gangen. Hongerig besloot de kunstenaar op zoek te gaan naar een snackautomaat. Hij belandde op een leegstaande verdieping van het ziekenhuis. Een tijd liep hij, nog altijd op zoek naar een automaat, achter een man aan die zijn infuuspaal met zich meerolde. Hij gaf een beetje licht, leek tegelijkertijd doorschijnend te zijn. Het lukte de kunstenaar niet hem in te halen, hoe hard hij ook rende. Uiteindelijk vluchtte hij.
‘Waar denk je dat die man naar onderweg was?’ vroeg ik.
‘Ik wil er niet meer aan denken,’ zei de kunstenaar.
Naar rust, dacht ik, naar een uitgang, naar iemand die bij hem had moeten zitten waken misschien.
Het was eenzaam om ziek te zijn in die grote woning, het lichte pand met de wenteltrap die ik op sommige dagen nauwelijks op kwam. Tot overmaat van ramp maakte een hittegolf mijn zware schil nog zwaarder. In diepe ontkenning slenterde ik halsstarrig rond de Sint-Pietersberg.
Waarom zou er in 1972 een geest in de kamer van mijn vader zijn verschenen?
‘Hij zat alleen maar,’ vertelde mijn vader me aan de telefoon, ‘hij zat op een stoel heel strak naar me te kijken. Een man, maar geen gewone man, geen écht mens.’
‘En toen?’ Ik luisterde naar de stem van mijn vader terwijl ik op de vloer van mijn atelier lag.
‘Ik heb me onder mijn deken verstopt.’
Waarom verscheen ikzelf nog? Buiten mijn bed, bedoel ik, buiten mijn deur, buiten in de stad en buiten op de bospaden? Ik denk omdat het verlangen me niet losliet. Het verlangen gezond te zijn, net als anderen mezelf niet voort te hoeven slepen maar met lichte tred een zebra over te steken. Ik herinner me dat ik soms zomaar ergens ging zitten en naar mensen keek. Vooral naar mannen die er sterk uitzagen. Niet uit verlangen naar die mannen, maar uit de wens hun lichaam over te nemen. Moeiteloos een tas over je schouder slaan, een kind optillen, iemand met kracht op z’n schouders slaan.”

De Libanese dichteres, journaliste en vertaalster Hanane Aad werd geboren op 18 april 1965 in Beiroet. Zie ook alle tags voor Hanane Aad op dit blog.
De omloopbanen van de ziel
In de omloopbanen van de ziel
cirkelt mijn ware ster.
Daar dwaal ik bij zonsopgang,
daar parkeer ik mijn vermoeide caravan.
Mijn mysterieuze en trouwe ster
wacht altijd op mij
bij de wendingen van de tijd
op de hellingen van de storm.
Mijn ware ster
cirkelt in de omloopbanen van de ziel,
in haar aanwezigheid kniel ik neer,
ik fluister,
lees het loflied van de essentie,
duik in de entiteit,
het hart van opperste tederheid,
omarm de illusies van vrijheid,
was ze met mijn zachte tranen tot ze zuiver glanzen,
mogen ze me redden,
mogen ze me verheffen
in het schijnwerperlicht van de zekerheid.
Vertaald door Frans Roumen

De Amerikaanse schrijfster Bonnie Jean Garmus werd geboren op18 april 1957 in Riverside, Californië. Zie ook alle tags voor Bonnie Garmus op dit blog.
Uit: Lessons in Chemistry
“Back in 1961, when women wore shirtwaist dresses and joined garden clubs and drove legions of children around in seatbelt-less cars without giving it a second thought; back before anyone knew there’d even be a sixties movement, much less one that its participants would spend the next sixty years chronicling; back when the big wars were over and the secret wars had just begun and people were starting to think fresh and believe everything was possible, the thirty-year-old mother of Madeline Zott rose before dawn every morning and felt certain of just one thing: her life was over.
Despite that certainty, she made her way to the lab to pack her daughter’s lunch.
Fuel for learning, Elizabeth Zott wrote on a small slip of paper before tucking it into her daughter’s lunchbox. Then she paused, her pencil in mid-air, as if reconsidering. Play sports at recess but do not automatically let the boys win, she wrote on another slip. Then she paused again, tapping her pencil against the table. It is not your imagination, she wrote on a third. Most people are awful. She placed the last two on top.
Most young children can’t read, and if they can, it’s mostly words like ‘dog’ and ‘go.’ But Madeline had been reading since age three and, now, at age five, was already through most of Dickens.
Madeline was that kind of child—the kind who could hum a Bach concerto, but couldn’t tie her own shoes; who could explain the earth’s rotation, but stumbled at tic-tac-toe. And that was the problem. Because while musical prodigies are always celebrated, early readers aren’t. And that’s because early readers are only good at something others will eventually be good at, too. So being first isn’t special—it’s just annoying.”

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e april ook mijn blog van 18 april 2021 en ook mijn blog van 18 april 2020 en eveneens mijn blog van 18 april 2019 en ook mijn blog van 18 april 2017 en ook mijn blog van 18 april 2015 deel 2.