Guido van Heulendonk, Chinua Achebe

De Vlaamse schrijver Guido van Heulendonk (pseudoniem van Guido Beelaert) werd geboren in Eeklo op 17 november 1951. Zie ook alle tags voor Guido van Heulendonk op dit blog.

Uit: Buiten de wereld

“In de verte zijn er bergen en op de voorgrond een plas, waarin zich de top van een wolk weerspiegelt. Er is een landschap, coördinaten en dimensies, breedte en lengte, lucht, verschuivingen in spectra en momenten.
Het is daar en nu.
Er is een sloot. Stapvoets treedt het water onder een booggewelf naar buiten, het daglicht in, meteen de weg vindend tussen de rotsige oevers en het struikgewas dat de duiker half aan het oog onttrekt. De bakstenen zijn ooit rood geweest, maar hebben hun kleur prijsgegeven aan oprukkend vuil en mos.
Links en rechts groeien veldbloemen, in groepjes of verspreid, unisoon qua ornaat en kleur, en het geluid is dat van regen die net ophoudt te vallen. In het modderige zand bij de bosrand is een patroon van ribben en walletjes ontstaan, waartussen het laatste vocht wegsijpelt. Een laadbord van Stengen&Co staat te rotten tegen de eerste boom, een plank heeft zich losgewerkt uit het geheel, opgekruld als een gesprongen veer, netels groeien dwars door het hout en verderop hangen waterdruppels aan de stekels van distels, twijfelend. Enkele laten los, maar de meeste klampen aan.
Nu vliegen mussen op en een houtduif koert. Aan een omgewaaide berk bewegen witte velletjes en de schijf van de uitgerukte wortels staat rechtop, als een opengeklapt putdeksel, op de rand van het wortelgat. Twee vuisten water, tot opdrogen gedoemd, want de regen zal nu lang niet meer vallen. Bij de sloot vijf wilgen. Uit de gebarsten wortels kruipen mieren, ze dwalen rond, verdwijnen in het gras, keren terug. Eentje bereikt een kastanjeblad, waarop, schijnbaar ontstaan uit het niets, opeens een hagedis zit. Ze versteent tot fossiel, zichzelf exposerend op de groene handpalm. De mier kruipt om haar voorpoot heen, houdt halt, ruikt aan een schub. De hagedis flitst weg, gereanimeerd door een onhoorbare stem.
Een schaduw verglijdt, onder de trage wolken.
En kiezel, schors en klaver. Kruimelende bladeren van vervlogen herfsten. Verlaten cocons, afgeworpen insectenjasjes, transparante vliegenlijkjes in spinnenwebben. Houtschimmel en bereklauw, boterbloemen en Sint-Janskruid. Vlinders, bijen, hommels, wespen, dazen, dansmuggen. En een spitsmuis. En diep in het westen, hoog op een blauwe helling, de doorbuigende notenbalk van hoogspanningskabels.”

 

Guido van Heulendonk (Eeklo, 17 november 1951)

 

De Nigeriaanse dichter en schrijver Chinua Achebe werd geboren op 16 november 1930 in Ogidi. Zie ook alle tags voor Chinua Achebe op dit blog.

 

Achterlating

Ik verliet de gebeeldhouwde kruk
in de hut van mijn vader onder het aanzwellende
gezang van sabeltandtermieten
die in het merg van het hout
een stalagmiet met witte buik opwekten

Waar gaat een hardloper heen
die met zijn olieachtige greep
de stok laat vallen die door de gelovige is overhandigd
in een harde, genadeloze race? Of
de priesterlijke ouderling, die het hoofd
van tabak van de curiosaverzamelaar
inruilt voor de heilige staf
van zijn volk?

Laat ze het land beproeven
waar de zee zich terugtrekt
Laat ze het land beproeven
waar de zee zich terugtrekt

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Chinua Achebe (16 november 1930 – 21 maart 2013)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e november ook mijn blog van 17 november 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Craig Arnold, Chinua Achebe, Yves De Bosscher

De Amerikaanse dichter Craig Arnold werd geboren op 16 november 1967 in Temple, Californië. Zie ook alle tags voor Craig Arnold op dit blog.

 

Pitahaya

Teach me a fruit of  your
country I asked and so you dipped
into a shop and in your hand
held me a thick yellow pinecone

no knife between us
you put it to your teeth
sideways like a bird and bit
and peeled away the fleshy
scales or were they petals

crisp white at the core
peppered with black seeds
sweet and light like a cold cloud
like some exotic sherbet carried
hand over hand from a mountaintop
by a relay of runners straightway
to the Inca’s high table

we sat on metal chairs
still pebbled with rain the seat
of my pants damp we passed it
back and forth no matter how
carefully we could not help

spilling the juice making
our cheeks sticky our fingers
getting sticky our fingers no
not even once touching

 

“You are the hummingbird that comes”

You are the hummingbird that comes
a pure vibration wings a blur
propeller-burring a million beats
to keep still the world’s littlest pivot
spinning the heaven’s hemisphere
as a wineglass with a wet finger
laid on the rim to make it ring

Feathers a rainbow how you reel
hovering over blossom cheeks
tucked into the honeysuckle
to lap a single drop of nectar
onto your tongue messenger-goddess
kicking a gold-dust of pollen
out of your winged heel

The slow promise of your approach
makes my throat thick the joy gathers
deep in my spine as if it were a snake
making a smooth wave of muscle
toward the taste of water

 

Craig Arnold (16 november 1967 – 27 april 2009)

 

De Nigeriaanse dichter en schrijver Chinua Achebe werd geboren op 16 november 1930 in Ogidi. Zie ook alle tags voor Chinua Achebe op dit blog.

 

Vlinder

Snelheid is geweld
Kracht is geweld
Gewicht is geweld

De vlinder zoekt veiligheid in lichtheid
In gewichtloze, golvende vlucht

Maar op een kruispunt waar gevlekt licht
Van bomen valt op een gloednieuwe snelweg
Ontmoeten onze convergerende territoria elkaar

Ik ben kracht genoeg voor twee
En de zachtaardige vlinder biedt zich aan
In een felgeel offer
Op mijn harde siliconen schild.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Chinua Achebe (16 november 1930 – 21 maart 2013)

 

De Vlaamse schrijver, dichter en politicus Yves De Bosscher werd geboren in Kortrijk op 16 november 1970. Zie ook alle tags voor Yves De Bosscher op dit blog.

 

Ongrijpbaar

Soms, als ik hier sta
Droom ik van samen met je reizen
Naar zee, de wolken en dan terug
De geur van het plenzen van regen
Op zomerse plaveien in het dorp

En dan te voelen als een oever
Waar alles traag maar ongrijpbaar
Aan voorbij stroomt

 

Credo van een schipper

Voor het losgooien van trossen
Voor het ruisen van het riet
Voor de vrijheid van het varen
Voor de weemoed van een lied
Voor het aanmeren aan kaaien
Voor de heimwee die niemand ziet

Voor de spiegeling in het water
Voor de nevel op het land
Voor de golfslag door zijn aderen
Voor het stuurwiel in zijn hand
Voor de stuwen en de sluizen
Voor zij die wuiven in passant

Voor het eeuwige verlangen
Voor de tocht die immer duurt
Voor de thuiskomst na het afscheid
Voor de stroming die hem stuurt
Voor het reilen en het zeilen
Voor de vrees van het vergaan

Voor de schipper is dit leven
Voor zijn boot moet hij bestaan

 

Yves De Bosscher (Kortrijk, 16 november 1970)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e november ook mijn blog van 16 november 2018 en eveneens mijn blog van 16 november 2014 deel 2.

Clemens J. Setz, Ted Berrigan

De Oostenrijkse dichter, schrijver en vertaler Clemens J. Setz werd geboren op 15 november 1982 in Graz. Zie ook alle tags voor Clemens J. Setz op dit blog.

 

Die Sandalen

Der japanische Mönch Pontaro,
blind und leprakrank, las
seine Braille-Schriftrollen mit der Spitze
seiner Zunge: Geduldig leckend kitzelte er
die Wörter aus ihrem Versteck,
und hatte er einen ganzen Satz entziffert,
schluckte er und leckte sich die Lippen.

Es ist unmöglich, nicht an ihn zu denken,
heute, an diesem eiskalten Tag im November,
wo die Seiten des kleinen Buchs mit Parabeln
sich in meinen Händen so kalt anfühlen wie Fensterscheiben
zwischen Besuchern und Patienten in Zwangsjacken,
und wo meine Lippen ständig aufspringen
wie die Rinde eines verzweifelten Baumes.

Unmöglich, sie sich nicht vorzustellen:
die nassen, ausgelesenen Schriftrollen,
zum Trocknen aufgehängt im Sonnenlicht,
und die Luft, erfrischt vom Geruch
sich wellenden Papiers. Und der blinde Mönch selbst,
wartend auf die Wiederkehr des Textes,
auf die spannende Geschichte: Wie eines Tages

der Buddha im tiefsten Frühling
über die Brücke am Fluss ging
und dort am Geländer sein Ebenbild sah,
das die nackten Füße ins Wasser baumeln ließ.
Da wusste der Buddha, was zu tun war:
Er legte sich seine Sandalen auf den Kopf
und ging so zurück ins Dorf.

Irgendjemand dort
würde den Sinn der Geschichte verstehen,
würde sich die Lippen lecken
und ein wenig Speichel sammeln
für die richtige Frage auf diese Antwort.

 

Schmetterlingseffekt

Dieser eine verheerende
Wirbelsturm letzte Woche
am anderen Ende der Welt:
Das war ich

Nur eine einzige unbedachte Drehung
oder Faltung der Flügel,
mehr kann’s im Prinzip
nicht gewesen sein

Ich schwöre, ich werde mich
in Zukunft bemühen
Aber wie meinen Körper halten
wie die Fühler, die Beinchen

Immer noch bringt
jede kleinste Bewegung
gewaltiges Massensterben
irgendwo weit weg

Selbst mein vollkommen regloses
Ausruhen auf der Tempelglocke
auf ihrem betörenden Moosbelag
bringt weltweit nichts als Zerstörung

 

Clemens J. Setz (Graz, 15 november 1982)

 

De Amerikaanse dichter Ted Berrigan werd geboren op 15 november 1934 in Providence, Rhode Island. Zie ook alle tags voor Ted Berrigan op dit blog.

 

Chinese Nachtegaal

We bevinden ons in een getranspersonifieerde staat
Revolutie, die jezelf een draai laat maken
Ik slaap naast “De Hulk”. “De Hulk” slaapt vaak
Terwijl ik wakker ben en vice versa. Het leven is verre van ideaal
Voor een aap die verliefd is op een nymfomane! God is ontslagen!
Heb ik de maan nodig om vrij te blijven? Om zachtjes te exploderen
In een halo van maanstralen? Moet ik
Op mijn menselijke voeten staan, rechtop, pratend, vrij
Zal slaap het hartzeer van de doofstomme genezen? Ben ik
Op mijn eigen manier, Amerika? Bergafwaarts rollend, en weg?
De deur naar de rivier is gesloten, mijn hart breekt
Los van pure inertie. Ik doe niets anders dan stuntelen.
Maakt niet uit. We leven samen in de jungle.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ted Berrigan (15 november 1934 – 4 juli 1983)

 

Voor nog meer schrijvers van de 15e november zie ook mijn blog van 15 november 2018 en eveneens mijn blog van 15 november 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Olga Grjasnowa, Tom Hofland, Norbert Krapf

De Duitse schrijfster Olga Grjasnowa werd geboren op 14 november 1984 in Baku  Azerbeidzjan. Zie ook alle tags voor Olga Grjasnowa op dit blog.

Uit: Die juristische Unschärfe einer Ehe

„Leylas Zelle maß drei mal zwei Meter und sah aus wie der Hauptschauplatz eines schlechten Film Noir. Eine harte Pritsche und ein winziges vergittertes Fenster. Die Luft war stickig, und die Tage dehnten sich schamlos aus. Die meiste Zeit über lag Leyla auf dem Bauch, ihre Hände mit Handschellen auf den Rücken gefesselt. Ihr Körper widerte sie an. Sie hatte seit einer Woche nicht mehr geduscht Auf ihrem Kleid waren mehrere Schichten Blut und Schweiß übereinander getrocknet Sie war wegen illegaler Autorennen in der Innenstadt von Baku festgenommen worden. Die offizielle Anklage hätte »Rowdytum« lauten können, doch eine Anklage wurde nicht einmal erhoben. Autorennen gehörten zu den Hobbys der Goldenen Aseri-Jugend, und sie waren die letzte Möglichkeit der Revolte. Reiche Sprösslinge kauften sich von ihrem Taschengeld alte sowjetische Autos, auf die man einst ein Jahrzehnt warten musste. Die Rennen fanden bei Nacht und ausschließlich in belebten Gegenden statt, nicht selten kamen dabei Fußgänger ums Leben, was den Charme des Ganzen natürlich erhöhte. Niemand wusste, wer diese Autorennen erfunden hatte. Die Inhaftierten gaben nichts preis—und die Wärter fragten nicht nach. Bei der Präsidentenfamilie waren die Autorennen verpönt und gehörten zu den wenigen Vergehen, die sich nicht mit Geld regeln ließen. Die jungen Fahrer, es war noch nie jemand festgenommen worden, der älter als sechsundzwanzig gewesen wäre, wurden in der Regel auf der Polizeiwache festgehalten und von mehreren Beamten ab-wechselnd verprügelt. Eine durchaus gängige, ja sogar für diese Breitengrade harmlose Praxis. Und so wurde Leyla dreimal täglich von einem jungen Polizeischüler abgeholt und in Handschellen ins Untersuchungszimmer geführt Es war derselbe Junge, der ihr das Wasser und das Essen brachte — schmächtig, von kleinem Wuchs und mit dem traurigen Blick eines ewigen Verlierers. Das Untersuchungszimmer war geräumig und bis auf einen schmalen Tisch und zwei Stühle leer. Er band Leylas Hand- und Fußgelenke fest. Erst während der Fixierung kam der zweite Polizeischüler hinzu: eine operierte Hasenscharte, zwei Goldzähne und ansonsten symmetrische Züge mit zart geschwungenen Augenbrauen, die nicht zum unteren Teil des Gesichts passen wollten.“

 

Olga Grjasnowa (Baku, 14 november 1984)

 

De Nederlandse dichter, schrijver en programmamaker Tom Hofland werd geboren in Apeldoorn op 14 november 1990. Zie ook alle tags voor Tom Hofland op dit blog.

Uit: Vele vreemde vormen

“Tomás leunde met zijn rug tegen de muur van zijn kantoor. Hij keek een tijdje naar de lege stoelen aan zijn bureau, de dode plant op de kast en de kalender aan de muur tegenover hem. Op maandag stond een driehoekig puntje met een verticale streep getekend. Het moest een taartpunt voorstellen: Tomás was deze week 31 geworden.
Plotseling schrok hij van de stilte en wendde hij zijn blik naar de klok. Het was halfvijf: tijd om een einde aan deze ellenlange dag te maken.
Hij liep naar het raam en keek naar buiten. Het regende. Op de stoep vormden zich diepe bruine plassen. Het neonbord van de diamanthandelaar weerspiegelde in een modderstroompje en Tomás probeerde het opschrift ondersteboven te lezen, maar werd na een halfslachtige poging afgeleid door een man die over de plas heen stapte. Hij liep de steeg in die uitkwam onder Tomás’ raam.
De man droeg een driedelig wollen pak en glimmende leren schoenen met gespen. Zijn gezicht bestond uit strakke lijnen, geelroze gekleurd, met grijze stoppels op zijn kaken. Af en toe ving Tomás, onder de mouw van zijn lange jas, de glimp op van een gouden polshorloge. Het was allemaal net iets té, deze man. Sowieso te chic voor deze straat, en hij had iets bevreemdends over zich: alsof hij was weggelopen uit een goedkoop kostuumdrama. Verder liep hij een beetje als een vogel. Als een reiger, om precies te zijn. Met grote, voorzichtige stappen liep hij over de plassen heen.
Tomás bestudeerde hem vanachter zijn raam en hoopte – god, wat hoopte hij het – dat de man verdwaald was. Dat hij een verkeerde afslag had genomen, rechtsomkeert zou maken en terug zou lopen naar de grote straat.
Maar de man liep door met grote vogelpassen en bleef staan onder Tomás’ raam. Hij keek even om zich heen, zag dat hij alleen in de steeg was, en klopte drie keer met zijn ring op het glas van de deur. Tomás bukte.
Hij sloot zijn ogen en zag zijn vader voor zich: een forse man in een gekreukeld wit overhemd, zwetend in een hangmat. Een gouden trouwring knelde om zijn vinger; een boek balanceerde op zijn slapende buik, de bladzijden vettig en gekreukeld. Hij lag te genieten van het langzame tempo van het leven op een eiland.
Hoe vreemd was dit noodlot, dat uitgerekend Tomás nog altijd in Antwerpen zat? Hij die nooit weg had gewild uit zijn geboorteland, zelfs niet van vakanties had gedroomd. Hij wilde niet denken aan andere scenario’s: hoe zijn leven zou zijn gelopen als zijn vader hem niet naar deze grauwe plek had meegenomen om hem vervolgens weer achter te laten.”

 

Tom Hofland (Apeldoorn, 14 november 1990)

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en vertaler Norbert Krapf werd geboren op 14 november 1943 in Jasper, Indiana. Zie ook alle tags voor Norbert Krapf op dit blog.

 

Black Cat Blues

Oh, het Gasthaus is nog steeds gesloten,
de biertaps zijn leeg gedruppeld,
het fornuis is koud in de keuken
en de Stammtisch is zo stil
als de kerk op zaterdagavond

wanneer op de stoep
bij het krieken van de dag
de gemeenste zwarte kat rondstruint
die deze arme ogen ooit hebben gezien.

Heer, wees mij genadig, ik zal nooit
meer te veel drinken,
ik zal elke zondag naar de kerk gaan
en elke Eerste Vrijdag ook,

als u die gemene
oude zwarte kat maar laat rondstruinen
over de Hauptstrasse
direct aan de deur van het Gasthaus voorbij.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Norbert Krapf (Jasper, 14 november 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e november ook mijn blog van 14 november 2020  deel 1 en ook deel 2 en ook  mijn blog van 14 november 2018 en eveneens mijn blog van 14 november 2015 deel 2.

Frank Westerman, Timo Berger

De Nederlandse schrijver en journalist Frank Martin Westerman werd geboren in Emmen op 13 november 1964. Zie ook alle tags voor Frank Westerman op dit blog.

Uit: Zeven dieren bijten terug

“Honderden jaren geleden, nog voordat de Kleine IJstijd zijn intrede zou doen, wisten zeelieden al dat land kon smelten – als boter. Meer dan eens hadden ze het voor hun ogen zien gebeuren. Eerst nog leek het heel wat, die solide streep die zich boven de horizon uitstrekte. Maar zodra ze ernaartoe voeren, begon de kustlijn te vervloeien en tegen de tijd dat de bootsgezellen een sloep neerlieten om naar die roomkleurige duinen te roeien, losten ze op. Bleek alles gewoon water.
Hoewel het boterland uiteenlopende gedaanten kan aannemen, is het altijd een illusie (en meestal ook een desillusie). Een klassieke verschijningsvorm komt voor in het scheepsjournaal van Arthur Pet, een Engelse zeeverkenner die in 1580 naar het onvindbare ‘Willoughby’s land’ zocht, dat op 72 graden noorderbreedte zou moeten liggen, ergens in de buurt van Nova Zembla. Met zijn driemaster de George of London (she/her) ontwaart Pet op 7 juli ‘perfect land’ – in het noorden. Dit kon de bevroren, onbewoonde kust zijn (met alleen eenden) waarop de nooit weergekeerde Sir Hugh Willoughby in 1553 verzeild was geraakt. Maar al gauw pakken de wolken samen en verliest Pet het perfecte land weer uit het oog. Twee etmalen later, op 9 juli, doemt de ‘schaduwe lands’ opnieuw op. Urenlang zeilt de George er kruisend op af, totdat alle opvarenden (‘nine men and a boy’) inzien dat ze op een mistbank afstevenen. ‘It was but fogge.’
Arthur Pet kwam erachter ‘dattet maer mist was’. Zo staat het bijna smalend in de Oud-Hollandse vertaling, een geschrift dat ónze Willem Barentsz, ‘de Columbus van het ijs’, een week voor zijn dood op Nova Zembla had achtergelaten.

De ‘vermaerde piloot’ Barentsz – nog in 2004 stond hij op nummer 56 in de top-100 beroemdste Nederlanders aller tijden – is een veertiger met spitse gelaatstrekken, een vinnig baardje en een evenwijdig aan de horizon gekamde snor. Dat hij lering heeft getrokken uit de missers van zijn voorgangers, voorkomt niet dat ook hij in een boterland-effect trapt.
Het verschijnsel doet zich voor op zijn derde en laatste poolreis. Het is ochtend, 5 juni, 1596. Een van Barentsz’ bootsgezellen ziet in de verte witte zwanen zwemmen. Als eerste. Meteen roept hij zijn meerderen aan dek – de chroniqueur, de stuurman, de schipper.
In al hun witheid drijven de dieren voorbij, zonder zichtbare inspanning, zoals alleen zwanen dat kunnen.”

 

Frank Westerman (Emmen, 13 november 1964)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Timo Berger werd geboren op 13 november 1974 in Stuttgart. Zie ook alle tags voor Timo Berger op dit blog.

 

Eindspel in de tropen

Neem uw hond niet
mee naar het strand. Het is slecht
voor u en nog slechter voor hem.
Bord bij Praia Vermelha


De Chopin in het doffe groen
van de tweede oxidatie legt
zijn hoofd op zijn hand
hij is geen strandmens
een uniek afgietsel
zweet bij de gedachte aan
snelle triolen
en de pas in de tropen
ontwikkelde artritis
links en rechts
kastanjebomen, een barak
misschien een paar gebles-
seerde kippen, geen hond

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Timo Berger (Stuttgart, 13 november 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e november ook mijn blog van 13 november 2018 en ook mijn blog van 13 november 2017 en eveneens mijn blog van 13 november 2016 deel 2.

Willy Vlautin, Alice Notley

De Amerikaanse schrijver, muzikant en songwriter Willy Vlautin werd geboren op 7 november 1967 in Reno, Nevada. Zie ook alle tags voor Willy Vlautin op dit blog.

Uit: Het paard (Vertaald door Dirk-Jan Arensman)

“De uit planken en latten opgetrokken hut van één kamer die het kantoortje van de goudkeurmeester was, ratelde van de wind, en het vuur in de kachel was uit. Vanuit een
tweepersoonsbed keek Al Ward, zevenenzestig jaar, broodmager, met grijs haar en blauwe ogen, door het raam naar de vallende sneeuw. Hij trok de dekens en de slaap-
zak over zijn hoofd en probeerde weer in slaap te vallen, maar de slaap wilde niet komen. In het donker stelde hij zich dezelfde vraag die hij zich elke ochtend stelde. Als
hij nu in Reno was, zat te ontbijten in het Cal Neva, zou hij dan koffie, wentelteefjes en bacon bestellen, zoals een normaal mens, of een Hornitos met ijs? Dezelfde vraag, en
altijd hetzelfde antwoord: tequila met ijs, met een biertje ernaast.
Hij sloeg de dekens terug en keek naar de lege houtmand. Het was ijskoud in de hut, omdat hij een houtkachel met een barst erin had die te snel verbrandde en hij niet genoeg hout had gehaald. Maar zo ging dat ’s ochtends. Tequila in plaats van ontbijt, en Al die naar een lege houtmand staarde en zichzelf vervloekte totdat zijn blaas de dag aan hem opdrong.
De dagen op het vervallen mijnbouwperceel verliepen altijd hetzelfde. Hij ging brandhout halen, dronk koffie en ontbeet, werkte aan een liedje, deed een dutje, dronk nog wat koffie en vervolgens ging hij de wandeling maken die hij elke middag maakte. Avondeten als het ging schemeren, wat tegen die tijd om vier uur ’s middags was, en daarna speelde hij gitaar tot hij moe werd. Vervolgens kroop hij weer in bed en las hij bij het licht van een gaslamp tien jaar oude nummers van National Geographic en Sports
Illustrated en probeerde hij met een klein radiootje op batterijen zenders te ontvangen.
Een dag en een nacht.
Op de wekker naast zijn bed stond zes uur drieëndertig. Waarom kon hij niet doorslapen tot het middaguur, zoals hij het grootste deel van zijn leven gedaan had? Als hij dat
wel kon, zou tegen de tijd dat hij zijn ogen opendeed de helft van zijn werkdag erop zitten. Maar op zijn oude dag sliep hij slecht. Hij sliep met horten en stoten en werd vroeg wakker, uitgeput maar wakker. Iedereen zei dat hoe ouder je werd, des te makkelijker het werd om op te staan, maar dat is in zijn leven niet het geval geweest. Het was elke ochtend al een gevecht om zijn voeten op de grond te krijgen.
In wollen sokken en lang ondergoed trok hij een joggingbroek, tennisschoenen en een canvas jas aan, en hij liep met een plastic melkflessenkrat naar buiten. Sneeuw en wind waaiden op hem in en hij liep vier keer heen en weer naar de schuur om de houtmand te vullen.”

 

Willy Vlautin (Reno, 7 november 1967)

 

De Amerikaanse dichteres Alice Notley werd geboren op 8 november 1945 in Bisbee, Arizona. Zie ook alle tags voor Allice Notley op dit blog.

 

De bloemlezing

Geen enkele stemtoon is voldoende voor de gelegenheid
Flits, dat is alles, dat we hier zijn. Ben je ooit
sarcastisch en onsympathiek? Mentaal zijn we de
worp van één epische gedachte: Jullie. Hoeveel
van jullie razen door me heen, terwijl ik in de metro
rijd, jullie leid, omdat ik moet en niet aangrijpend moet zijn
o wie heeft er nog iets aangrijpends geschreven sinds…

Een oude vrouw van onbepaalde afkomst, met een witte hoed
en sjaal, zonder tanden die naar me terug staarde.
Hij klonk gisteravond broos en superieur, doen de
doden dat; oma had een overvloed aan stemtonen
vergeleken met iedereen in deze bloemlezing. Onze

bloemlezing, zegt hij, mentaal zijn is verschrikkelijk
ingewikkeld. Hoe houd je je gedichten bij? Ieder-
een herinnert zich wat hij of zij leuk vindt, maar je moet ze constant
uitgeven… Iedereen is op me gericht, overstem het
en denk aan een icoon met een smaragdgroene keel.

Ik zie het huis in het steegje ’s nachts donker. Ik probeer
weer puur te zijn, maar ik wil alle tonen.
Als je dood bent, kun je ze hebben…  dik
marine donker van de hekachtige oleanders en een maan
die naar witte borden roept. Kom binnen. Ga liggen in
je eigen bed, in de kamer waar mama een schorpioen vond.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Alice Notley (Bisbee, 8 november 1945)
 Portret door door Sophie Herxheimer, 2015
 

 

Zie voor meer schrijvers van de 7e november ook mijn blog van 7 november 2020 en eveneens mijn blog van 7 november 2018 en ook mijn blog van 7 november 2017 en ook mijn blog van 7 november 2015 deel 2.

Johann Scheerer, Alice Notley

De Duitse schrijver, muzikant en muziekproducent Johann Scheerer werd geboren op 6 november 1982 in Henstedt-Ulzburg. Zie ook alle tags voor Johann Scheerer op dit blog.

Uit: Play

“Prolog
»Sag mal, könntest du Elliott nachher vom Schwimmen ab-holen?« »Ich bin gerade unterwegs auf dem Fahrrad, kann ich dich gleich zurückrufen? « »Es geht nur kurz darum, ob du Elliott nachher abholst.« »Ja, muss ich eben checken. Ich rufe gleich zurück. Ich bin auf dem Fahrrad und erwarte gleich noch einen anderen An-ruf. Ich muss mich beeilen. Ich will den Anruf eigentlich nicht so gern auf dem Fahrrad machen.« »Kannst du einfach kurz Ja oder Nein sagen ?« »Ich bin, sagte ich doch gerade, auf dem Fahrrad. Ich muss eben halten und in meinen Kalender gucken.« »Ach so, bist du eh davon ausgegangen, dass ich Elliott ab-hole, oder was? « »Nein, ich hatte mir darüber noch keine Gedanken gemacht.« »Ja, das muss man sich auch erst mal leisten können.« »Wie oft habe ich Elliott irgendwo vergessen? Richtig: kein einziges Mal! Ich mache mir Gedanken, wenn ich denke, dass es richtig ist, beziehungsweise wenn ich die Zeit dafür habe.« »Das ist einfach nur egozentrisch. Hast du mal daran gedacht, dass ich auch planen muss ?« »Wie gesagt: Lass mich eben in den Kalender gucken. Aber ich bin gerade auf dem Fahrrad. « »Immer muss ich mich nach deinem Kalender richten. Es ist echt zum Kotzen.« »Du musst dich nach gare nichts richten, ich muss nur eben
aufpassen, dass ich nicht von irgendeinem Auto überfahren werde, während ich auf mein Handy gucke.« »Ich bitte dich einfach nur, mir eine Antwort zu geben, über die du dir schon vor Ewigkeiten hättest Gedanken machen können, damit ich auch mein Leben planen kann.« »Ich gebe dir die Antwort gleich! Sobald ich hier rangefahren bin. Quasi: jetzt. Warte mal eben. Ich ruf dich gleich zu-rück. Bei mir klopft es gerade an. Ich hab ’n kurzes Geschäfts-telefonat wegen der Produktion, die ich angefangen habe. Ich muss da eben die Rahmenbedingungen klären. Das ist der Anwalt oder der Manager von dem Künstler. Ich kann den nicht warten lassen.« »Alles klar. Hauptsache, du setzt deine Prioritäten … «
»Hallo.« »Guten Morgen. Spreche ich mit David?« »Ja. Ich bin am Apparat.« »Guten Morgen, David. Ist das Wetter bei euch in Berlin auch so schön wie hier in Los Angeles ?« »Nein. Eigentlich nicht. Aber man sagt hier, dass es kein schlechtes Wetter gibt. Sondern nur schlechte Kleidung. Schön, dass wir einmal sprechen. Ian hatte es schon vor einiger Zeit angekündigt.« »Schön. Ich kann es kaum erwarten, mehr über dich und deine Arbeit zu erfahren. Aber bevor du anfängst, würde ich mich gern vorstellen. Mein Name ist Will Greenfield, und ich arbeite seit dreißig Jahren mit einer Band, deren Name dir vermutlich etwas sagt: The Sonic Audio Lightning Trio oder kurz: S. A. L. T. Ich gehe davon aus, dass du sie kennst? Oder warst du in den letzten zwanzig Jahren auf keinem Stadion-konzert?« Der Mann lacht laut. »Ja, klar. Ich kenn die natürlich.« »Eben. Weißt du, David, ich wollte nur kurz mit dir sprechen, um dir zu sagen … sag mal, wieso ist denn das so laut bei dir im Hintergrund? Stehst du an einer German Autobahn ?«

 

Johann Scheerer (Henstedt-Ulzburg, 6 november 1982)

 

De Amerikaanse dichteres Alice Notley werd geboren op 8 november 1945 in Bisbee, Arizona. Zie ook alle tags voor Allice Notley op dit blog.

 

Wereldse Gelukzaligheid

De mannen & vrouwen zongen & speelden
ze slapen zingend, wat
zal ik zeggen van de meest
aangrijpende op aarde, de meest glamoureuze
eenzaamste gezochte mensen
die dichters, volkomen mooi
desolaat en verguld, de dood is een
krachtige instinctieve emotie—
maar wie zou er bevrijd worden van
een zilveren skelet? edelstenen
en drinkbekers—Deze
schedel is Helena—die niet
bevrijd zou worden van het
Boek der Kennis? Waarom
zou een meisje op de heide liggen
zeven nachten en een dag? En
hij is een meisje, dat is & zij
op het gras de bloem de tak
waar ze liggen en sleutelbloemen eten
gek geworden van verdriet & al
de schoonheden van vroeger—oh, elke dichter is een
mooi mensenmeisje dat moet sterven.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Alice Notley (Bisbee, 8 november 1945)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e november ook mijn blog van 6 november 2018 en eveneens mijn blog van 6 november 2017 en ook mijn blog van 6 november 2016 deel 2.

Andrea Voigt, Harald Hartung

De Nederlandse dichteres en schrijfster Andrea Voigt werd geboren in Rotterdam op 29 oktober 1968. Zie ook alle tags voor Andrea Voigt op dit blog.

Uit: Niemand is zo wakker

“Hij keek naar de fijne, donkere haartjes op haar bovenlip, de gladde, olijfkleurige huid. De licht gebogen neus met daaronder de gewelfde bovenlip. Hij ging met zijn wijs-vinger naar een wenkbrauw en volgde de perfecte boog, maar raakte die niet aan. Het was stil in het grote vertrek. Een laag, winters licht scheen naar binnen op dc meubelen, op de lakens, op haar zwarte haar. Hij streek met zijn hand door haar krullen en rook aan haar hoofd. Zo had zij dat ook bij hem gedaan. Soms ging hij met Isaac en Miriam mee om over de markt of langs het water te zwerven, en als ze dan naar huis waren gerend voor het eten — zij beiden altijd harder dan hij, en hij met een piepende adem — deed hun moeder de deur open om hen binnen te laten. Miriam holde na een snelle begroeting langs haar heen, door naar de kamer waar hun broertje Cabriël lag, haar vlechten zwiepend achter haar aan. Isaac volgde haar op de voet; zelf bleef hij in dc gang stilstaan om uit te hijgen. En dan keek zijn moeder hem onderzoekend aan, ze boog zich voorover en rook in zijn haren, zacht en rustig, tot zijn ademhaling tot bedaren kwam. Die paar ogenblikken luisterde hij samen met haar naar de heldere stemmen van Miriam en Isaac, het spelen van Rebecca, het gebrabbel van Gabriël, het ratelen van de karren op de keien, het zware stemgeluid van de koopmannen die de kisten in ontvangst namen en in hun opslagruimten lieten zetten. Het roepen van de schippers op de Houtgracht, het gejank van de meeuwen. Nu rook hij de zachte zweetlucht van haar strijd, haar zeep, haar bloesemwater, en een nieuwe geur die hij nog niet kende. Iets pittigs, dat moest het zijn. ‘Wat is pittig?’ had hij zijn vader gevraagd toen Isaac en hij mee mochten naar het pakhuis. ‘Is dat hetzelfde als hartig?’ ‘Bijna,’ had zijn vader afwezig geantwoord, druk bezig met een partij gedroogde abrikozen. De vruchten roken als vers stro. ‘Mag ik er een?’ vroeg hij. Meteen kwam Isaac eraan gehold. ‘Ik ook!’ ‘Jullie eten alles op, zo kan ik niets verkopen,’ bromde hun vader goedmoedig. Ze lieten het vruchtvlees met de zoetzure smaak langzaam langs hun verhemelte gaan en keken elkaar aan. ‘Het smaakt naar Portugal,’ zei hij. ‘Niet,’ zei Isaac, ‘dat kun je helemaal niet weten.’ ‘Maar zo smaakt het echt,’ hield hij vol. ‘Voor mij anders niet,’ zei Isaac. ‘Kun je allebei iets anders proeven?’ vroeg hij aan zijn vader, maar die was alweer met een koopman in onderhandeling over een paar zakken niet noten. Hij kwam graag in het pakhuis. Vooral in de zomer, als alle handelswaar warm en geurig was. Isaac deed dan zijn ogen dicht en hijzelf duwde hem rond.”

 

Andrea Voigt (Rotterdam, 29 oktober 1968)

 

De Duitse schrijver, dichter en literatuurwetenschapper Harald Hartung werd geboren op 29 oktober 1932 in Heme. Zie ook alle tags voor Harald Hartung op dit blog. Harald Hartung overleed op 13 september jongstleden op 92-jarige leeftijd.

 

Papier waarop het sneeuwt

Ik kon urenlang kijken
naar het sneeuwen
de lettergrepen van de sneeuwval
die woorden en zinnen vormden
en langzaam de bomen verzwaren
totdat alle lijnen gevuld waren
en het papier weer wit was

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Harald Hartung (29 oktober 1932 – 13 september 2025)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e oktober ook mijn blog van 29 oktober 2018 en ook mijn blog van 29 oktober 2017 deel 2 en eveneens deel 3.

Antjie Krog, Masiela Lusha, Willem Bijsterbosch, Michel van der Plas

De Zuid-Afrikaanse dichteres en schrijfster Antjie Krog werd geboren in Kroonstad op 23 oktober 1952. Zie ook alle tags voor Antjie Krog op dit blog.

 

Namens mezelf

voor niemand hoef ik me nog druk te maken
aan niemand hoef ik nog verantwoording
af te leggen of vergeving te vragen

niemands uitzichtloze positie
hoef ik nog ter discussie te stellen
in niemands leven hoef ik mij nog te verplaatsen.

de eerste voorboden van de dood
maken hun opwachting en het lichaam glijdt als zand
tussen de vingers door. de zintuigen op non-actief.

wild en wanhopig klamp je je aan het leven vast
en je isoleert je van andere zodat je allengs
meer vertrouwd raakt met de introversie van de dood.

la voor la word je leeggemaakt
totdat alleen de lege binnenkant je raakt.

 

Vertrek

een kind gaat weg. ik sta met lege handen. ten afscheid
de vertrouwde blik voordat de zonnebril.
handen tastend naar de veiligheidsriem.
de uitgestorven straat. ik zwaai maar wat. het is of

alle licht verbleekt. of alles vekilt. of ik diep
vanbinnen van geen schuld wil weten. harde
verwijten over en weer. na elk vertrek zin ik op woorden.
om het helder te krijgen. hoe ik voortaan.

het zeurende gevoel in mijn ribben. ik
broed op mogelijkheden. om wat
ons bindt in taal te uiten. je wilt zo

weinig horen. de abrupte bloeddoorlopen
radeloos gemikte vuistslag in je smoel. en óf hij
aankomt. jezus kind! mijn hart bloedt.

 

Depressie

het is alsof je blik steeds meer naar binnen
gekeerd raakt je voorhoofd steeds
donkerder wordt je wangen steeds
strakker je mond steeds afstandelijker
dan enig iets wat ooit van mij
was je lichaam zo doorzichtig alsof mijn
hand zo door je heen kan als ik probeer
tegen te houden dat je verdwijnt je bent
onder ons maar hebt het contact
verbroken aan je handen kan ik
zien hoe verbeten je je soms nog vast-
houdt je vingernagels
verdwijnen het is alsof ik langs een
oever ren en reddingsboeien
uitgooi en touwen en takken en uit
alle macht schreeuw dat je moet
volhouden en vasthouden dat ik naar de
kant zal zwemmen dat ik me zal
opofferen dat ik de Here God zelf
uit de hemel zal plukken dat ik er alles
alles voor over zal hebben om je ogen
hun
eigen uitdrukking terug te geven

 

Antjie Krog (Kroonstad, 23 oktober 1952)

 

De Albanees-Amerikaanse schrijfster en actrice Masiela Lusha werd geboren op 23 oktober 1985 in Tirana. Zie ook alle tags voor Masiela Lusha op dit blog.

 

Bij de beleefde zee

Bij de beleefde zee rust ik,
Schenk haar aandacht
En woorden. Bij de zee
Lig ik, bij de zee bid ik,
Laat mijn ellebogen en woorden zakken
Op haar zand.

Bij de verliefde zee
Droom ik. En droom. En droom.
Ik hou van de zee. Ik hou van de zee.
Ze is stil en beleefd
Geeft me teder toestemming
Om te zijn.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Masiela Lusha (Tirana, 23 oktober 1985)

 

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Bijsterbosch werd geboren in Vught op 23 oktober 1955. Zie ook alle tags voor Willem Bijsterbosch op dit blog.

 

Ontmoeting tijdens een storm

Papendrecht! Papendrecht!
met je futuristische wolken,
roestbruin, groen, rose als
het goddelijk italiaans ijs.

Papendrecht! Papendrecht!
met je Dada-werkdagen, wind
regen en piskleurige hemel,
met je bleke nachtlampen en
gestamp van scheepsmotoren.

Die jonge keizer op de pont
naar Dordrecht, knipoogt
en terwijl bruin water
over het dek spoelt
houden wij elkaar vast
en de reling natuurlijk ook.

Ik ga als een schizofreen
de mogelijkheden na en geef me
over aan de wildste redenaties.
Papendrecht, nachtelijk Papendrecht
met je woest donker havenwater en
het vrijdagavond-geluk dat wacht.

Zeer kleine diamanten hangen
aan de hijskranen en silo’s en
zwarte meeuwen vliegen krijsend op.

Maar op de kade blijkt mijn keizer
gewoon een matroos op wie gewacht werd.

 

Willem Bijsterbosch (23 oktober 1955 – 18 januari 2010)
Cover

 

De Nederlandse dichter en schrijver Michel van der Plas werd geboren op 23 oktober 1927 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Michel van der Plas op dit blog.

Uit: Uit het rijke Roomsche leven

“En toch, tegenover het schijnbaar zo sterke en verheerlijkte ‘eigen huis’ bleef de wereld als een uitdaging liggen. Een wat vluchtige kennismaking met het katholieke milieu uit de hier behandelde jaren zou de waarnemer kunnen verleiden tot de gedachte dat een weldadige apostolische strijdbaarheid de gemeente kenmerkte. Toch schijnt achteraf veel activiteit eerder uit een plichtmatig doen dan uit wezenlijke bezieling geboren. Strijd lijkt b.v. in de jeugdbeweging het kernwoord, strijd in dienst van de koning Christus (het feest van Christus Koning werd door paus Pius XI in december 1925 ingesteld), in wiens naam geheel de wereld veroverd moest worden voor het ware geloof. Strijd ook scheen geboden wanneer de katholieken van die dagen zich de kerkvervolging in Mexico en Spanje voor de geest haalden of de agressiviteit van b.v. hun socialistische, communistische en fascistische landgenoten, wier bladen ook geen damesorganen konden heten. ‘Voor Christus onze Koning, God wil het, Amen’ is de meest gebruikte groet in de katholieke jeugdbeweging, – ja, men stelde zelfs ernstig voor deze groet in te voeren op het voetbalveld. Een beweging als De Kruisvaart was doortrokken van de ridderromantiek in dienst van de Koning. Een toentertijd populair boek als ‘Jonge Helden’ door de jezuïet Hardy Schilgen deed al evenzeer een beroep op de strijdbare ridderlijkheid in jongelui. De Graal trok luidruchtig en bont de straten door, in een getuigenisdrift die men tot dan toe slechts aan Leger des Heilssoldaten meende te kunnen toekennen.
Maar de vraag dringt zich op of met name in deze massabewegingen de strijdgedachte niet al spoedig een gemeenplaats werd, die nauwelijks meer een weerspiegeling van de bezieling der jongelui zelf kon heten, – en bovendien of de jeugd hier niet in zekere zin gebruikt werd voor een machtsontplooiing (een bevestiging van de ‘katholieke zaak’) die haar leiders voor gewenst hielden. Zelden zal katholiek Nederland zoveel demonstraties hebben gekend als in de hier beschouwde jaren. Voortdurend zijn er congressen, demonstratieve dagen en vergaderingen, optochten, manifestaties, openluchtspelen.”

 

Michel van der Plas (23 oktober 1927 – 21 juli 2013)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e oktober ook mijn blog van 23 oktober 2018 en ook mijn blog van 23 oktober 2017.

David Vann, Jan Wagner, Kristine Bilkau

De Amerikaanse schrijver David Vann werd geboren op 19 oktober 1966 op Adak Island, Alaska. Zie ook alle tags voor David Vann op dit blog.

Uit: Aarde (Vertaald door Arjaan van Nimwegen)

“GALEN WACHTTE ONDER de vijgenboom op zijn moeder. Voor de honderdste keer zat hij Siddhartha te lezen, de jonge Boeddha, starend naar de rivier. Hij voelde de enorme aanwezigheid van de vijgenboom boven hem, luisterde of hij de niet-wind hoorde, de stilte. Zomerhitte drukte, plette de aarde. Een laagje zweet overdekte het grootste deel van zijn lijf, een olievlek. Dit oude huis, de bomen oeroud. Het gras, lang inmiddels, kriebelde aan zijn benen. Maar hij probeerde zich te concentreren. De niet-wind horen. Op de adem richten. Laat het niet-zelf voorbijgaan. Galen, riep zijn moeder van binnen, Galen. Hij ademde dieper, probeerde zijn moeder voorbij te laten gaan. 0, daar ben je, zei ze.Toe aan de thee? Hij gaf geen antwoord. Concentreerde zich op zijn ademhaling, hoopte dat ze weg zou gaan. Maar natuurlijk zat hij hier op haar te wachten, op de thee te wachten. Help me eens met het blad, zei ze, dus legde hij zuchtend zijn boek neer en stond op, stijf van het zitten met gekruiste benen. Daar ben je, zei ze, toen hij de keuken binnenkwam. Oud hout boog onder zijn blote voeten. Ruwheid van afschilferend vemis. Hij pakte het dienblad, oud, zwaar zilver, de bewerkte zilveren theepot, de witte porseleinen kopjes, alles wat hem deprimeerde, en toen hij met zijn handen vol stond, boog ze zich van achter naar hem toe en gaf hem een kus, haar lippen tegen zijn hals en dat snuffelgeluidje dat ze maakte omdat dat zo lief was, waarvan hij ineenkromp en wilde gaan gillen. Maar hij liet het blad niet vallen. Hij droeg het naar het gietijzeren tafeltje buiten in de schaduw van de vijg, dicht tegen de muur van de boerderijschuur met de kleine woonruimte erboven. Hij dacht erover om daar in te trekken, weg van haar, weg van het hoofdgebouw. Zijn moeder naast hem met de minisandwiches, komkommer en waterkers. Ze zaten niet in Engeland. Dit was Engeland niet. Ze zaten in Carmichael, een buitenwijk van Sacramento, Californië, in de Central Volley, een lang, heet, ruig dal, zo ver van Engeland als maar mogelijk was, en elke middag hadden ze een high tea. Ze waren niet eens Engels. Zijn grootmoeder uit IJsland, grootvader uit Duitsland. Niks in hun leven zou ooit ergens op slaan. Ga zitten, zei zijn moeder. Goed boek? Ze schonk een kop thee voor hem in. Ze was in het wit. Een zomerse witte blouse en een lange rok, helemaal wit, met sandalen.”

 

David Vann (Adak Island, 19 oktober 1966)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Jan Wagner werd geboren op 18 oktober 1971 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Jan Wagner op dit blog.

 

Een paard

»The well-aimed phrase is a whip
your poem a ho
rse.«
(Michael Donaghy, naar Lu Chi)

Is het een vos, een schimmel of Arabier,
hengst of merrie,
die door de tuin draaft en bij de rabarber
bezig is, bij de lavendelstrui
k?

die daar over de triple-bar
springt, alleen om midden
op het slagveld te landen, voor de karren
met vaten en de gouden piramide

van hooi gespannen ? De koudbloed
die uit Brabant een zwaar hart
meesleept en de V, de lichte ploeg
van de wilde ganzen, of de Lipizzaner,

die zwart geboren wordt, die over alle velden
weet weg te dansen en steeds witter wordt,
die triomfeert, de hele wereld in toom houdt,
verblindend als de zakdoek van een keizer?

Het spreekt voor zich: alle tweehonderd
tweeënvijftig botten kun je nog in je slaap
in elkaar zetten, je kent de hoefslag,
de hardheid van inzicht, de precisie in de staart,

de schaduwen die ’s nachts grijsbruin
tegen de omheining van de weide schuren, huhu en brr,
hoort het gesmoorde gehinnik in de graven
van de farao’s en veroveraars.

En toch ben je hier nu, rood als een bier
koetsier en vloekend, met het suikerklontje
genialiteit in je zak en het dier
dat noch vooruit noch achteruit gaat,

niet reageert op je zweep,
noch op de wortel die aan een touwtje
voor zijn neusgaten bungelt als de kaars
voor de icoon. Verroer je, zeg je trillend.

Het verroert zich niet. Het staat daar, uitkijkend over het land.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jan Wagner (Hamburg, 18 oktober 1971)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Duitse schrijfster en journaliste Kristine Bilkau werd geboren in Hamburg in 1974 en groeide op  in Sleeswijk-Holstein. zie ook alle tags voor Kristine Bilkau op dit blog.

Uit: Die Glücklichen

„Sie reißt einen kleinen Zettel in Hälften und beginnt zu schreiben. Meine Hände werden nicht zittern. Mit geschwungener Schrift notiert sie den Satz. Das Ganze hat etwas Lächerliches, Kindisches, aber sie kann nicht anders. Meine Hände, schreibt sie auf du zweite Stückchen Papier. Das M und das H zieht sie größer eh die anderen Buchstaben. Der Bleistift erzeugt ein Wispern. Werden nicht eitern. Sie schaut auf die Uhr, in einer Viertelstunde muss sie Ios. Schnell faltet sie die Papierstreifen und stopft sie in die Taschen ihrer Jeans, einen in die rechte, einen in die linke, einen für die rechte Hand, der ist wichtig, einen für die linke Hand, zur Sicherheit. Auf dem Weg in die Küche schiebt sie die Zettel tiefer in die Taschen, fest necken sie unter dem engen Jeansstoff. Georg sitzt am Tisch und füttert Matti, zwischendurch beißt er von seinem eigenen Brot ab und blättert in einer Zeitschrift. Auf dem Teller hat er Apfelringe und Gurkenwürfel arrangiert, dazu einige Häppchen Toast mit Butter, die Matti erstaunlich brav isst. Manchmal müssen sie mit Tricks seine Aufmerksamkeit suchen, damit er das Essen nicht vergisst, denn er spielt lieber mit seinem Löffel, schaut M der Eiche umher, zeigt mit seinem speichelnassen Enger fordernd auf die Lampe, eine Banane, eine Flasche, weil er das Wort dazu hören will. Dann sitzen sie beide neben ihm, jeder an einer Seite, und machen aus der Mahlzeit ein Spiel, ein Löffel Grießbrei brummt wie ein Flugzeug auf Maxis offenen Mund zu, ein Stückchen Gurke kreist wie eine Hummel durch die Luft, und mittendrin, sieht sie vor sich das komische Bild, das sie beide dabei abgeben, erkennt Georg nicht, erkennt sich selbst nicht; zwei seltsame Erwachsene, die Theater spielen, die sich über ihr sattes Kind freuen wie über ein großartiges Geschenk. Auf dem Herd zischt die Espressokanne, dazu hat Georg wieder Milch aufgesetzt. „Da ist Kaffee, wenn du möchtest«, sagt er, den Blick weiter auf die Zeitschrift gerichtet. Sie stellt die Gasflamme au, «ich bin heut nicht müde«, sagt sie, kann jedoch ein Gähnen nicht unterdrücken.“

 

Kristine Bilkau (Hamburg, 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e oktober ook mijn blog van 19 oktober 2018 en ook mijn blog van 19 oktober 2011 deel 1 en eveneens deel 2.