Februari (Marjoleine de Vos), Hugo von Hofmannsthal

 

 

Denim serie. Blauwe schaduwen van februari door Nadezda Stupina, 2018

 

Februari

De keuze, zegt hij, is niet groot, er is verdriet
om bij te blijven, of kies je voor het leven.
Zo makkelijk klinkt hij, lacht moeilijk
en wenst geloof ik alle dingen nieuw.
Achter het raam zit het huiselijk leven
onder de lamp bij de hagelslag
luistert slordig naar elkaar en de muziek;
vier jaargetijden, eerste deel. Hoor de lente.
Wat al ruikbaar is moet nog te voorschijn komen
het kan eenvoudig toegevroren, februari,
verijsde rietpluimen aan metalen water.
Toch doet een reeds vergeten geur geloven
dat het komen zal. De dolle pimpelmees
weet er al van, net als de vlier aan het diepje
dat zich een weg slingert door modderig gras.

Het is zo ver weg, wij zijn zo stram vertederd
het huiverig oog stuit op de kerktoren
in de verte tussen onzichtbaar bezige bomen.
Gehoorzaam halen wij onze adem in en
als koolzuur in de Spa zo onbedwingbaar
groeit alles zich een weg naar boven
feestelijk bereid tot bijna niets.

 

Marjoleine de Vos (Oosterbeek, 19 april 1957)
Uitzicht op de Oude Kerk van Oosterbeek

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Hugo von Hofmannsthal werd geboren op 1 februari 1874 in Wenen. Zie ook alle tags voor Hugo von Hofmannsthal op dit blog.

 

Leben, Traum und Tod …

Leben, Traum und Tod …
Wie die Fackel loht!
Wie die Erzquadrigen
Über Brücken fliegen,
Wie es drunten saust,
An die Bäume braust,
Die an steilen Ufern hängen,
Schwarze Riesenwipfel aufwärts drängen …

Leben, Traum und Tod …
Leise treibt das Boot …
Grüne Uferbänke
Feucht im Abendrot,
Stiller Pferde Tränke,
Herrenloser Pferde …
Leise treibt das Boot …

Treibt am Park vorbei,
Rote Blumen, Mai …
In der Laube wer?
Sag, wer schläft im Gras?
Gelb Haar, Lippen rot?
Leben, Traum und Tod.

 

Für mich…

Das längst Gewohnte, das alltäglich Gleiche,
Mein Auge adelt mirs zum Zauberreiche:
Es singt der Sturm sein grollend Lied für mich,
Für mich erglüht die Rose, rauscht die Eiche.
Die Sonne spielt auf goldnem Frauenhaar
Für mich – und Mondlicht auf dem stillen Teiche.
Die Seele les ich aus dem stummen Blick,
Und zu mir spricht die Stirn, die schweigend bleiche.
Zum Traume sag ich. »Bleib bei mir, sei wahr!«
Und zu der Wirklichkeit: »Sei Traum, entweiche!«
Das Wort, das Andern Scheidemünze ist,
Mir ists der Bilderquell, der flimmernd reiche.
Was ich erkenne. ist mein Eigentum,
Und lieblich locket, was ich nicht erreiche.
Der Rausch ist süß, den Geistertrank entflammt,
Und süß ist die Erschlaffung auch, die weiche.
So tiefe Welten tun sich oft mir auf,
Daß ich drein glanzgeblendet, zögernd schleiche,
Und einen goldnen Reigen schlingt um mich
Das längst Gewohnte, das alltäglich Gleiche.

 

De jongeling in het landschap

De hoveniers legden hun perken bloot
en overal liepen er bedelaars
met zwart verbonden ogen en met krukken –
maar ook met harpen en met nieuwe bloemen,
de sterke geur van zwakke voorjaarsbloemen.

De naakte bomen lieten alles bloot:
men keek stroomafwaarts en zag ginds de markt
en kinderscharen spelend langs de vijvers.
Hier in dit landschap ging hij langzaam voort,
voelde de macht ervan en wist – dat zich
op hem het lot der wereld had betrokken.

Hij naderde die vreemde kinderen
en was bereid, daar in het onbekende
een nieuw bestaan al dienend door te brengen.
Het kwam niet in hem op zijn zielerijkdom,
wegen van toen, herinneringen aan
vervlochten vingers en verruilde zielen
als méér te zien dan als nietig bezit.

Het geuren van de bloemen sprak hem slechts
van vreemde schoonheid – en de nieuwe lucht
ademde hij stil, maar zonder smachten:
slechts dat hij dienen mocht, verheugde hem.

 

Vertaald door Victor Bulthuis

 

Hugo von Hofmannsthal (1 februari 1874 – 15 juli 1929)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e februari ook mijn blog van 1 februari 2022 en ook mijn blog van 1 februari 2019 en ook mijn blog van 1 februari 2015 deel 2.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *