Bij Maria Boodschap

Annunciation
We see so little, stayed on surfaces,
We calculate the outsides of all things,
Preoccupied with our own purposes
We miss the shimmer of the angels’ wings,
They coruscate around us in their joy
A swirl of wheels and eyes and wings unfurled,
They guard the good we purpose to destroy,
A hidden blaze of glory in God’s world.
But on this day a young girl stopped to see
With open eyes and heart. She heard the voice;
The promise of His glory yet to be,
As time stood still for her to make a choice;
Gabriel knelt and not a feather stirred,
The Word himself was waiting on her word.

De St. Petruskathedraal in Aremo, Ibadan, Nigeria, de geboorteplaats van Malcolm Guite
De Nederlandse dichter en schrijver Paul Meeuws werd geboren op 25 maart 1947 in Roermond. Zie ook alle tags voor Paul Meeuws op dit blog.
Uit: Het genadeloze oog
“De galeriehoudster, vermaard om haar collectie wajangs, chinees aardewerk, een dikbuikige Boeddha en sinds kort, een ‘gedurfde verzameling moderne kunst’ (de plaatselijke pers) wist de kinderen tactisch van haar oosterse snuisterijen te weren. Ze stelde, mits ze goed naar hun onderwijzer luisterden, een kartonnetje in het vooruitzicht, waaruit ze hun eigen wajang konden prikken voor boven hun bed. Haar broze garnituur was maar schijn. Toen enkele belhamels te dicht in de buurt van haar porseleinkast kwamen, werden ze domweg terug geduwd. Hun onderwijzer zond ze een krisscherpe blik.
De vorm van de bronzen dwong tot uitleg. Waarom geen armen maar stompjes? Waarom hadden de hoofden geen ogen, maar de borsten wel tepels?
De jongens betrokken hem knipogend in een complot tegen de meisjes. Ze waren pas tien, maar hadden nu al van hun vaders geleerd over dit soort zaken vrijpostig te zwijgen. De onderwijzer had op zijn opleiding het een en ander over de kunst van het weglaten geleerd. Men kan, ook al is men pas tien, een ontwikkeling die inzette bij de Venus van Milo toch zomaar niet weghonen? Een keur van argumenten had hem kunnen wapenen tegen de spotlust van deze kinderen. Er waren manifesten geschreven, epaterende pamfletten vaak, die het mes zetten in de realistische verbeelding; niet een was er gericht tegen kinderen. Sprak er uit al die geschriften niet hetzelfde respect voor de onbezoedelde kinderblik, als een nostalgisch a priori? Hadden die pamfiettenschrijvers dan geen kinderen?
Hij had te kiezen uit twee even uitzichtloze conclusies. Of de kinderblik was wel degelijk bezoedeld, vooringenomen en benepen en die van de moderne kunstenaar dus niet minder. Of de kinderlijke schamperheid gold een bij uitstek volwassen aangelegenheid, waarover zij niet oordelen konden, en waarvan men de drijfveren uit kiesheid verzweeg of met een zekere sprookjesachtigheid omgaf. Ook dan was deze excursie tijdverlies, verspilde moeite.
Hij zocht houvast bij een paar meisjes, altijd dezelfde, die zich aan hun onderwijzer hadden gehecht. Ze knikten trouwhartig op alles wat hij hakkelend te berde bracht. Maar toen hij die befloerste oogjes zag, sloeg even de vlam in zijn betoog, dat oplaaide als de arabesk van gepolijst koper waar hij met zijn bespreking net aan toe was.
‘Dit’, riep hij uit, ‘is als het vuur dat nu nog smeult in jullie hartjes en in de kinderlijke grilligheid vergeefs een uitweg zoekt’.”

De Amerikaanse dichteres, schrijfster en hoogleraar transgender-wetenschappen Joy Ladin werd geboren in Rochester, New York, op 24 maart 1961. Zie ook alle tags voor Joy Ladin op dit blog.
Psalm
[III]
De voetstappen van de Heer
in de tuin. Ik weet
wat me te doen staat, trek mijn huid aan
en doe een poging tot mens,
wetend dat jij allang weet
wat er scheelt tussen het schepsel dat ik ben
en het schepsel waarvan jij dacht
dat je jezelf er naar binnen zou blazen
op de avond van de zesde dag. Ik weet,
je zal mijn naaktheid teder bedekken,
maar ook ontgoocheld
dat ik mij iets moet voelen
anders dan naakt,
want naaktheid is het beeld
waarin ik ben geschapen, het beeld
te kijk door je doorkijkvoile
van verlegen jonge sterren
die heel stilletjes zingen
om maar niet te smoren
wat jouw beeld binnenin hen zingt.
Je wilt dat ik jou zie,
hoe je je weg plukt daar
door de tuin binnen mijn huid.
Je doet zo je best
te worden gezien. Ik doe zo mijn best niet
iets te zijn waar je op hoopt
als ik hongerig tussen de blaadjes door spied.
Niet tegen je praten kan ik niet
maar je kunt op de vingers narekenen
van de hand die je niet hebt
hoe vaak je hebt geantwoord. Soms misschien
verblind je mij
met al je staatsie. Eén zweem,
en het geruststellend
levensooglid knijpt
zich weer op je toe. Nu
lijd ik geen enkel leven
over het grimmig continent van je verlangen
naar een staren
naar jouw staren
naakt en onbeschaamd, een beeld van jou
dat niet wegkijkt
bij het beeld waarin het is gemaakt.
Vertaald door Joost Baars

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e maart ook mijn blog van 25 maart 2021 en ook mijn blog van 25 maart 2020 en eveneens mijn blog van 25 maart 2019 en ook mijn blog van 25 maart 2018 deel 2.