Georg Trakl, Ferdinand Schmatz

De Oostenrijkse dichter Georg Trakl werd op 3 februari 1887 in Salzburg geboren. Zie ook alle tags voor Georg Trakl op dit blog.

 

Drei Träume

III

Ich sah viel Städte als Flammenraub
Und Greuel auf Greuel häufen die Zeiten,
Und sah viel Völker verwesen zu Staub,
Und alles in Vergessenheit gleiten.

Ich sah die Götter stürzen zur Nacht,
Die heiligsten Harfen ohnmächtig zerschellen,
Und aus Verwesung neu entfacht,
Ein neues Leben zum Tage schwellen.

Zum Tage schwellen und wieder vergehn,
Die ewig gleiche Tragödia,
Die also wir spielen sonder Verstehn,

Und deren wahnsinnsnächtige Qual
Der Schönheit sanfte Gloria
Umkränzt als lächelndes Dornenall.

 

Amen

Verwestes gleitend durch die morsche Stube;
Schatten an gelben Tapeten; in dunklen Spiegeln wölbt
Sich unserer Hände elfenbeinerne Traurigkeit.

Braune Perlen rinnen durch die erstorbenen Finger.
In der Stille
Tun sich eines Engels blaue Mohnaugen auf.

Blau ist auch der Abend;
Die Stunde unseres Absterbens, Azraels Schatten,
Der ein braunes Gärtchen verdunkelt

 

Blutschuld

Es dräut die Nacht am Lager unsrer Küsse.
Es flüstert wo: Wer nimmt von euch die Schuld?
Noch bebend von verruchter Wollust Süße
Wir beten: Verzeih uns, Maria, in deiner Huld!

Aus Blumenschalen steigen gierige Düfte,
Umschmeicheln unsere Stirnen bleich von Schuld.
Ermattend unterm Hauch der schwülen Lüfte
Wir träumen: Verzeih uns, Maria, in deiner Huld!

Doch lauter rauscht der Brunnen der Sirenen
Und dunkler ragt die Sphinx vor unsrer Schuld,
Daß unsre Herzen sündiger wieder tönen,
Wir schluchzen: Verzeih uns, Maria, in deiner Huld!

 

Georg Trakl (3 februari 1887 – 4 november 1914)

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Ferdinand Schmatz werd geboren op 3 februari 1953 in Korneuburg. Zie ook alle tags voor Ferdinand Schmatz op dit blog.

 

psalm 150
(wie alles heeft, prijst graag)

1 ja, het schalt, zingt in den hogen het geprezene, vult de tent met blauw,
maar zingt het in slaap, als het maar het grote beklemtoont, als het in den
hogen wijst, wijdte die nooit nadert en juist die volledig is.

2 zingt in den hogen, wat zich in lofprijzing verzamelt, is altijd slechts
één, iedere daad heerlijk, draagt (op) en steekt (niet) omhoog, wat
het verschil uitmaakt: de schepping, de macht (binnen hem).

3 zingt in den hogen, de mond niet alleen, alles wat dient, blik,
letter, papier, snaar – bazuint, schrijft, citeert, klinkt
voort, het.

4 zingt in den hogen, op trommel of mond, alles draait om
zijn zij in het rond, fluit en slag.

5 zingt in den hogen, ook het donkerste staal, wordt licht, klinkt
goed (bombamdebimbam).

6 zingt in den hogen, alles wat ademt, lang en houdt aan (hem),
schalt, maar zingt het in slaap!

 

Vertaald door Geert van Istendael

 

Ferdinand Schmatz (Korneuburg, 3 februai 1953)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e februari ook mijn blog van 3 februari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Mariae Lichtmess (Emmy Hennings), Hella Haasse, Norbert Bugeja

 

 

Mozaïek van de presentatie van Jezus in de tempel in de Rozenkransbasiliek te Lourdes

 

Mariae Lichtmess
(Die Darstellung Jesu im Tempel)

Maria machte ihr Kind bereit.
Was gurrte die Taube leise?
Heut wird das Licht der Welt geweiht.
O, nehmt mich mit auf die Reise.

Maria und Josef gingen über Land.
Es flog voran die Taube,
Wie eines Engels Glaube,
Und braucht zur Führung kaum ein Band.

Hat bis zum Tempel man wohl weit?
Komm Fuhrmann, zeige dich bereit,
Und nimm die drei auf deinen Wagen.
Du siehst, hier wird ein Kind getragen.

O, Kind, noch hast dus1 gut und warm
Auf deinem ersten Opfergang.
Hier trägt die Liebe die Liebe im Arm.
Schon keimte die Saat und die Taube sang.

Dann wieder war es Glockenklang,
Wie Engelsgruss der durch die Seele drang.
Es sang die Sonne über dem Feld:
Gelobet seist du Licht der Welt.

 

Emmy Hennings (17 februari 1885 – 10 augustus 1948)
De Museumshafen in Flensburg, de geboorteplaats van Emmy Hennings

 

De Nederlandse schrijfster Hella Haasse werd geboren op 2 februari 1918 in Batavia. Zie ook alle tags voor Hella Haasse op dit blog.

Uit: Ik stuur deze brief maar op goed geluk weg. Brieven 1939-1950, s

“Brief aan Haasses ouders en broer in Batavia, 11 september 1939

Lieve Allemaal,
Moesten jullie veel porto betalen voor mijn vorige brief? Ik wist niet precies hoeveel er op moest voor de zeepost, ik dacht 6 cent, dat had Oma gezegd, en ik had geen tijd meer om ’t op ’t postkantoor te gaan vragen, omdat de brief nog diezelfde avond met de Oranje weg moest. Maar de volgende dag las ik in de krant dat de vliegdienst weer ingesteld was en dat de Nandoe dien morgen was vertrokken. Ik hoorde ook dat mijn brief te laat was geweest voor de Oranje, zodat ik denk dat hij nu met het vliegtuig is meegegaan. Hoe gaat het met jullie? Hier is alles weer gewoon, je let niet eens meer op mobilisatie of zandzakken en ander oorlogstuig. Ze zeggen dat de oorlog wel een jaar of drie zal duren. Ik hoop het niet! – Anneke en ik hebben van kamer geruild. Ik heb nu de grote voorkamer met 3 ramen op de gracht. Mijn meubels staan er prachtig in, het ziet er zo artistiek en gezellig uit. Douwe heeft een vriend die binnenshuis foto-opnamen kan maken, misschien kan die mijn kamer ook eens nemen. Er is weer van allerlei gebeurd. Douwe en ik hebben het zotste avontuur van ons leven meegemaakt. Enfin, nu moeten wij er voor boeten. Het is een tragikomische geschiedenis, getiteld: ‘Wij gaan op een middag om 6 uur de stad in om goedkoop te eten’. Luistert! Zondagmiddag’s eten D. en ik gewoonlijk in de ‘Petite Marmite’ dat is een kantoormensen eetgelegenheid waar je voor 80 cent soep, voorgerecht, groenten, aard. en vlees, toetje en koffie krijgt, meer dan genoeg en uitstekend klaargemaakt. D. heeft daar een abonnement. Gisteren zouden wij ’t ook weer doen. Wij waren wat laat, zodat er geen plaats meer te krijgen was (er kunnen n.l. maar ± 25 mensen in). Wij hadden echter veel te veel honger om te wachten en besloten ons heil elders te zoeken. Nu waren wij eens op een avond in een café in de Leidse straat geweest dat ‘Fleur’ heet. Het was een goedkope gelegenheid, zoiets als Heck, en een bedevaartsoord voor soldaten + meisje, en Zaterdagavond-dagjesmensen. Op de tafeltjes lagen kaarten die ’t bestaan vermeldden van een, blijkbaar bij ‘Fleur’ horend, eet-restaurant in de straat daarachter. Dit nu herinnerden wij ons gisteren ter onzaliger ure.”

 

Hella Haasse (2 februari 1918 – 29 september 2011)

 

De Maltese dichter Norbert Bugeja werd geboren in Siġġiewi op 2 februari 1980. Zie ook alle tags voor Norbert Bugeja op dit blog.

 

FOTO NR. 7

Van mij naar jou is er een seconde, een lach,
er is een volle waslijn die uitkijkt over de zee.
Na het gekkigheid bij It-Toqba z-Zghira*
probeerde ik je te bereiken. En misschien omdat
er geen licht is in dit huis,
in de nog steeds echoënde gang,
in de kamers boven en beneden, op de bodem van deze put
die jouw onvruchtbare woorden kreunt en mompelt ,
vond ik niemand. Alleen in jouw keuken,
knallen mijn uitgehongerde ingewanden over de jongen
die geboren wilde worden en zichzelf hangend aantrof
aan de uitgedroogde borst die ontsproot in de woestijn;
bijna als een stad waaruit iedereen is weggevlucht.

En het is nutteloos om je te verschuilen achter oude muren,
en blootsvoets te lopen over de wegen van je moeder,
en trots de ruïnes van je schoonheid te bewonen;
want je bent nooit moeder geweest, en je zult het ook nooit worden.

Uit de deur van je buurman kwam een meisje tevoorschijn,
haar ogen, twee kanonskogels gekruist
op de cornetto bij de kleine opening van haar mond.
Ze staart je aan, ze probeert je niet te bereiken.
Als een mijn op de zeebodem van de haven die nooit ontploft
bekijkt ze je, de afbladderende verf, en lacht
een moment, naar jou, en liegt dat je mooi bent.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Norbert Bugeja (Siġġiewi, 2 februari 1980)

 

Zie ook alle tags voor Maria Lichtmis op dit blog.

Zie voor de schrijvers van de 2e februari ook mijn blog van 2 februari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.


  • It-Toqba z-Zghira is een kleine inham, gelegen onder de bastions van de historische maritieme stad Vittoriosa (Birgu) in Malta

Februari (Marjoleine de Vos), Hugo von Hofmannsthal

 

 

Denim serie. Blauwe schaduwen van februari door Nadezda Stupina, 2018

 

Februari

De keuze, zegt hij, is niet groot, er is verdriet
om bij te blijven, of kies je voor het leven.
Zo makkelijk klinkt hij, lacht moeilijk
en wenst geloof ik alle dingen nieuw.
Achter het raam zit het huiselijk leven
onder de lamp bij de hagelslag
luistert slordig naar elkaar en de muziek;
vier jaargetijden, eerste deel. Hoor de lente.
Wat al ruikbaar is moet nog te voorschijn komen
het kan eenvoudig toegevroren, februari,
verijsde rietpluimen aan metalen water.
Toch doet een reeds vergeten geur geloven
dat het komen zal. De dolle pimpelmees
weet er al van, net als de vlier aan het diepje
dat zich een weg slingert door modderig gras.

Het is zo ver weg, wij zijn zo stram vertederd
het huiverig oog stuit op de kerktoren
in de verte tussen onzichtbaar bezige bomen.
Gehoorzaam halen wij onze adem in en
als koolzuur in de Spa zo onbedwingbaar
groeit alles zich een weg naar boven
feestelijk bereid tot bijna niets.

 

Marjoleine de Vos (Oosterbeek, 19 april 1957)
Uitzicht op de Oude Kerk van Oosterbeek

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Hugo von Hofmannsthal werd geboren op 1 februari 1874 in Wenen. Zie ook alle tags voor Hugo von Hofmannsthal op dit blog.

 

Leben, Traum und Tod …

Leben, Traum und Tod …
Wie die Fackel loht!
Wie die Erzquadrigen
Über Brücken fliegen,
Wie es drunten saust,
An die Bäume braust,
Die an steilen Ufern hängen,
Schwarze Riesenwipfel aufwärts drängen …

Leben, Traum und Tod …
Leise treibt das Boot …
Grüne Uferbänke
Feucht im Abendrot,
Stiller Pferde Tränke,
Herrenloser Pferde …
Leise treibt das Boot …

Treibt am Park vorbei,
Rote Blumen, Mai …
In der Laube wer?
Sag, wer schläft im Gras?
Gelb Haar, Lippen rot?
Leben, Traum und Tod.

 

Für mich…

Das längst Gewohnte, das alltäglich Gleiche,
Mein Auge adelt mirs zum Zauberreiche:
Es singt der Sturm sein grollend Lied für mich,
Für mich erglüht die Rose, rauscht die Eiche.
Die Sonne spielt auf goldnem Frauenhaar
Für mich – und Mondlicht auf dem stillen Teiche.
Die Seele les ich aus dem stummen Blick,
Und zu mir spricht die Stirn, die schweigend bleiche.
Zum Traume sag ich. »Bleib bei mir, sei wahr!«
Und zu der Wirklichkeit: »Sei Traum, entweiche!«
Das Wort, das Andern Scheidemünze ist,
Mir ists der Bilderquell, der flimmernd reiche.
Was ich erkenne. ist mein Eigentum,
Und lieblich locket, was ich nicht erreiche.
Der Rausch ist süß, den Geistertrank entflammt,
Und süß ist die Erschlaffung auch, die weiche.
So tiefe Welten tun sich oft mir auf,
Daß ich drein glanzgeblendet, zögernd schleiche,
Und einen goldnen Reigen schlingt um mich
Das längst Gewohnte, das alltäglich Gleiche.

 

De jongeling in het landschap

De hoveniers legden hun perken bloot
en overal liepen er bedelaars
met zwart verbonden ogen en met krukken –
maar ook met harpen en met nieuwe bloemen,
de sterke geur van zwakke voorjaarsbloemen.

De naakte bomen lieten alles bloot:
men keek stroomafwaarts en zag ginds de markt
en kinderscharen spelend langs de vijvers.
Hier in dit landschap ging hij langzaam voort,
voelde de macht ervan en wist – dat zich
op hem het lot der wereld had betrokken.

Hij naderde die vreemde kinderen
en was bereid, daar in het onbekende
een nieuw bestaan al dienend door te brengen.
Het kwam niet in hem op zijn zielerijkdom,
wegen van toen, herinneringen aan
vervlochten vingers en verruilde zielen
als méér te zien dan als nietig bezit.

Het geuren van de bloemen sprak hem slechts
van vreemde schoonheid – en de nieuwe lucht
ademde hij stil, maar zonder smachten:
slechts dat hij dienen mocht, verheugde hem.

 

Vertaald door Victor Bulthuis

 

Hugo von Hofmannsthal (1 februari 1874 – 15 juli 1929)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e februari ook mijn blog van 1 februari 2022 en ook mijn blog van 1 februari 2019 en ook mijn blog van 1 februari 2015 deel 2.