Bas Heijne, Nora Bossong

De Nederlandse schrijver, essayist, columnist en vertaler Bas Heijne werd geboren op 9 januari 1960 in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Bas Heijne op dit blog.

Uit: Voor de democratie

“De man die zijn naam aan de Griekse ‘gouden eeuw’ gaf, de Atheense staatsman Perikles, bevond zich vrijwel zijn hele leven in dat politieke spanningsveld. Hij
was afkomstig uit een oud en voornaam geslacht, de Alkmaioniden, maar schaarde zich al vroeg aan de kant van het volk, wat hem het verwijt van populisme opleverde en veel conservatieve vijanden.
Niettemin was hij zo’n dertig jaar een leidende politieke figuur in Athene, van ongeveer 461 v.Chr. tot aan zijn dood tijdens de pestepidemie in 429 v.Chr. Dat de naam Perikles verbonden raakte met een ‘gouden tijdperk’ is grotendeels te danken aan zijn aanhoudende populariteit als politiek leider. Ieder jaar werd hij opnieuw gekozen als strategos (een van de tien bevelhebbers). Hij breidde de Atheense democratie uit, zorgde voor een financiële compensatie wanneer gewone burgers democratische verplichtingen op zich namen. Hij nam het initiatief tot grootse bouwprojecten als het
Parthenon, de Propyleeën, het Erechtheion, het Odeion. Hij voltooide de zogenaamde Lange Muren, een verdedigingswerk dat Atheners bescherming bood op de weg naar de haven van Piraeus. Ook gaf hij zijn persoonlijke vriend, de beeldhouwer Phidias, de opdracht tot het maken van het beeld van Athena Parthenos in het Parthenon, maar liefst 12 meter hoog, opgetrokken uit goud en ivoor.
Onder Perikles werd de hegemonie van Athene ten opzichte van haar bondgenoten versterkt. Zij hadden zich verenigd in de zogenaamde Delische Bond en het was Perikles die hun gezamenlijke schatkist van het eiland Delos overbracht naar Athene, waarmee behalve de oppermachtige Atheense vloot ook de prestigieuze bouwprojecten werden bekostigd – wat Perikles het verwijt van praalzucht en imperialisme bezorgde. Athene fungeerde zo’n beetje zoals de Verenigde Staten na de Tweede Wereldoorlog ten opzichte van West-Europa, dominant, maar ook een waarborg voor veiligheid. Je moest betalen, je had weinig in te brengen, maar je kreeg er een redelijk zorgeloos bestaan voor terug.
Iemand die de Atheense politiek zo lang domineerde, was vanzelfsprekend omstreden. Tijdens Perikles’ leven, maar ook in de eeuwen daarna, helemaal tot in onze tijd, is zijn reputatie en statuur onderwerp van discussie.”

 

Bas Heijne (Nijmegen, 9 januari 1960)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Nora Bossong werd geboren op 9 januari 1982 in Bremen. Zie ook alle tags voor Nora Bossong op dit blog.

 

Siroop

Hoe ze haar vinger uitstrekt
van de mokkalepel, mijn Sudeten-grootmoeder.
Haar haar zwart
van de gedroogde bieten.
Buiten, de afdruk
van haar handen in de wind,
waar kinderen kastanjes
doorheen gooien. De aardappelen
heeft ze nooit vertrouwd en hurkte
alleen in de rook van de stokerij.
Zoals bij sommigen een bochel
langs de rug omhoog groeit,
groeit deze in haar krullen.
Dit uiteenvallen elke avond,
naakt voor de gordijnen is haar huid
slechts een scheur in de stof.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nora Bossong (Bremen, 9 januari 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e januari ook mijn blog van 9 januari 2019 en ook mijn blog van 9 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Waldtraut Lewin, Alfred Tomlinson

De Duitse schrijfster Waldtraut Lewin werd geboren op 8 januari 1937 in Wernigerode. Zie ook alle tags voor Waldtraut Lewin op dit blog.

Uit: Feuer: Der Luther-Roman

„Unbegreiflich. Unbegreiflich, aus welchem Grund unser allergnädigster Kurfürst Friedrich, den man den Weisen nennt, uns diesen halbtoten Augustinermönch aufgehalst hat. Die Gedanken der Großen dieser Welt sind unerforschlich wie Wolken und Winde. Einen Mann, der wider den Ablasshandel wettert – dabei betreibt unser durchlauchtigster Herr den ja selbst in üppigem Maße. Er nennt eine Unzahl von heiligen Reliquien sein eigen, die gegen ein Entgelt zu betrachten oder gar zu berühren, wie man weiß, bereits viele Jahre Ablass vom Fegefeuer garantiert. Und vom wahren Glauben abzufallen, dazu zeigt der Fürst nicht die geringste Neigung. So wenig wie der ganze thüringische Landstrich. Aber gewiss steckt feinsinnigstes Kalkül dahinter, das kein schlichter Erdenbürger zu erraten ver-mag. Sc’ ist die Meinung jener, die halb verborgen hinter den Fensterbögen des Palas stehen und mit ansehen, wie die Begleiter den seltsamen Gast vom Pferd heben. Dabei geht er in die Knie, und sie müssen ihn beinah tragen, um ihn ins Neben-gebäude zu bringen. Der Mann, dessen Name in aller Mund war! Ein schmächtiges Mönchlein, das kantige Gesicht unter der Kappe, die seine Tonsur verdeckt, vor Erschöpfung wie erloschen. Sie zucken die Achseln, gehen zur Tagesordnung über – die ganze ritterliche Mannschaft, die diese Burg im Norden Thüringens bewacht und eigentlich nichts tut als saufen, fressen, spielen, zur Jagd reiten und dem Herrgott den Tag zu stehlen. Man hatte von diesem angekündigten »Besuche heute etwas Ab-wechslung erwartet. In welcher Weise, wüsste man allerdings nicht zu sagen. Irgendetwas gegen die tägliche Langeweile. Es war allerhöchster Befehl erteilt worden, diesen gebannten Erzketzer auf seiner Heimreise vom Reichstag abzufangen und hierher zu verbringen. Nicht etwa, so wurde ihnen eingeschärft, um die ansehnliche Belohnung zu kassieren, die Kaiser und Reich darauf ausgesetzt hatten, einen Vogelfreien zu greifen und Justitiam zu überliefern, sondern ihn zu verstecken und dabei zu behandeln, als sei er wie einer von Adel. All seine Wünsche seien zu erfüllen, außer, er verlange, sein Domizil oder gar die Burg zu verlassen.“

 

Waldtraut Lewin (8 januari 1937 – 20 mei 2017)

 

De Engelse dichter, vertaler en graficus Alfred Charles Tomlinson werd geboren op 8 januari 1927 in Stoke-on-Trent, Staffordshire. Zie ook alle tags voor Alfred Tomlinson op dit blog.

 

Dialectisch

voor Edoardo Sanguineti

Leven is het verhaal van een lichaam, zeg jij:
het gekuch in de concertzaal is het verhaal
van een lichaam dat zichzelf niet kan bevatten,
en de Waldstein het verhaal van een leven
dat weigert zich te laten vangen
in z’n eigen lichaam, het beschadigde oor
dat z’n gaafheid terugkrijgt in een nageslacht
van noten. Ik strek
mijn verkrampte knieën. Naast elkaar
deze hele reeks van jeukende benen! Zwoegend
om het ritme uit de lucht
aan het lichaam terug te geven en
met de hak de grond steeds in te tikken.
Een gevallen programma verhaalt
van een in zichzelf verdwaald lichaam
dat één en al oor werd – zo’n oor
waarvan alleen de doven
dromen, met z’n reusachtige
boogkanalen en doolhoven, z’n
slakkenhuisje van kraakbeen
dat trilt en beeft en tot de rand gevuld is
met het door de oorschelp doorgegeven verhaal
waarin leven het verbreken is van nu gehoorde
stiltes, het dagelijks
herscheppen van een lichaam
belichaamd met lucht.

 

Vertaald door Peter Nijmeijer

 

Alfred Charles Tomlinson (8 januari 1927 – 22 August 2015)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e januari ook mijn blog van 8 januari 2025 en ook mijn blog van 8 januari 2019 en ook mijn blog van 8 januari 2017 deel 2.

Frans Kellendonk, Reginald Gibbons

De Nederlandse schrijver en vertaler Frans Kellendonk werd geboren in Nijmegen op 7 januari 1951. Zie ook alle tags voor Frans Kellendonk op dit blog.

Uit: Mystiek Lichaam

Want geld was een kwestie van geloof, welbeschouwd, en net als ieder geloof baatte het je niets als anderen het niet met je deelden. Stel dat het als staatsgodsdienst zou worden afgeschaft, of dat het vaderland failliet zou gaan… O ongrijpbare, onherroepelijk symbolische gulden, die op zo’n dag des oordeels als loos verzinsel ontmaskerd zou worden! Dan zou fl voor flut en flauwekul komen te staan en Gijselhart voor gek, met zijn buidel om zijn hals.
Het gebied waar men weet had van zijn kredietwaardigheid besloeg maar een paar vierkante kilometer. Daarbinnen wist men dat de toonder van het Gijselhartgezicht goed was voor de somma van één miljoen gulden, dat het in de rangorde van Vondel, Frans Hals, J.P. Sweelinck, de zonnebloem en de watersnip het hoogst bereikbare vertegenwoordigde, maar daarbuiten was zijn geld hem niet aan te zien, al liet hij het bedrag op zijn voorhoofd tatoeëren. Eigendom werd nooit eigenschap. En geld was niet eens eigendom, eerder vage belofte, volksbegoocheling, God mocht weten wat het was.
De muis van Gijselhart was een vrouw. Bij uitbreiding ook ‘de’ vrouw.
Toen hij pas weduwenaar was had hij een paar keer een prostituee bezocht, in de stad, in nachtclub De Keizerskroon. Slangemensen en buikdanseressen werkten zich daar star glimlachend voor je in het zweet, een bandje speelde in een doorzakkend tempo en schudde zichzelf af en toe wakker met een onverhoedse dissonant, een dame troonde je mee naar boven. In de dagen na zo’n bezoek trachtte Gijselhart zijn schaamte en de scherven van zijn verlangen op te ruimen door met een handeltje het schandegeld terug te verdienen. De sterrekijker die zijn zoon thuis had laten staan of de naaimachine van zijn overleden echtgenote werden dan haastig te gelde gemaakt. Was zijn portefeuille weer even vol als vóór het incident, dan beschouwde hij zijn zonde als vergeven en vergeten.
Eén keer had hij echter een vrouw van de straat opgepikt. Die was vast goedkoper, dacht hij, en dus minder slecht. Op het tippeltrottoir, aan de voet van de kruittoren, stond ze haar zwarte haar te borstelen, dwars over haar hoofd naar links, dan een gelijk aantal slagen naar rechts, dan weer evenveel naar links, met een mechanische ijver. Wanneer de haren uitwaaierden in het lamplicht waren ze eventjes van goud. Ze had zijn oude Pontiac eerst willen negeren, maar was toch ingestapt toen hij voor de derde keer langsreed. Ze was een buitenlandse, een Française zo te horen of misschien een Algerijns heidinnetje, in elk geval sprak ze bar weinig Nederlands. Ze reden naar een hotel dat zij genoemd had. Daar was ze de meest kil-routineuze en zwijgzame hoer geweest die hij tot dusver had meegemaakt.”

 

Frans Kellendonk (7 januari 1951 – 15 februari 1990)
Portret door Kees Knopper, 1984

 

De Amerikaanse dichter, redacteur en hoogleraar Reginald Gibbons werd geboren in Houston op 7 januari 1947. Zie ook alle tags voor Reginald Gibbons op dit blog.

 

Naar Mandelshtam

Op het nutteloze geluid
van middernachtelijke kerkklokken,
spoelt iemand achter het huis
haar gedachten in de
onpeilbare
universele hemel –
een koude, zwakke gloed.
Zoals altijd zijn de sterren
wit als zout op het
blad van een oude bijl.
De regenton is vol,
er zit ijs in de opening.
Verbrijzel het ijs – kometen
en sterren smelten weg
als zout, het water
wordt donkerder en de aarde
waarop de ton staat
is transparant
onder de voeten, en daar
zijn ook sterrenstelsels,
spookachtig bleek en stilletjes
brullend in de zowat
zevenhonderd
kamers van de geest.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Reginald Gibbons (Houston, 7 januari 1947)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e januari ook mijn blog van 7 januari 2022 en ook mijn blog van 7 januari 2019 en ook mijn blog van 7 januari 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Hester Knibbe, Carl Sandburg

De Nederlandse dichteres Hester Knibbe werd geboren op 6 januari 1946 in Harderwijk. Zie ook alle tags voor Hester Knibbe op dit blog.

 

Staand

Versteend sta ik op deze aarde
met lange rok en omslagdoek
die hij strak rond mijn borsten
speelde, omdat dat van de wereld
moet. Zo ben ik opgevoed.

Mijn ogen hebben iris noch pupil.
Dus kijk ik maar naar binnen, wil
al wat buiten voorvalt binnen horen.

Van wat ik waarneem ligt rondom
mijn mond een lach bevroren,
die daar maar vriezen blijft. Ontdooi me,
tooi me met een hoed van bloemen
en lange stengels in m’n lijf.

 

Endymion

je komt in al mijn dromen om
wat bij te praten, in mijn tuin te zwijgen,
ruggespraak te houden over een feest
dat je tezijnertijd zult geven

wat ik destijds verzweeg, vertel ik je:
blij dat je er bent, ik regel alle
dag en geef je heel mijn schijn
van licht in wisselende vorm;
donker slibt achter ons dicht

maar lang al voor de zon opkomt,
word je doorschijnend, blauw als ijs, verdwijnt
het beeld perfect als jou vermomd
je komt in al mijn dromen om

 

Tuin met uitzicht

Ik heb mij hoger gesetteld
dan doorgaans, ben stapel op wolken
lucht en zo meer. Nee, nee ik kijk

niet op u neer, heb nog te veel
weet van gemodder, moeizaam
gewroet daarbeneden. Maar ik

hecht nu eenmaal sterk aan
het weidse, een buigzame wuivende
blik op het leven, wil een lusthof zijn

voor wie mij betreden en een dak
voor degenen die bijna als mollen
onder mijn wortels schuilen

voor het extreme. Hierboven en
tussen de huizen ontvang ik blijmoedig

eenieder met uitzicht, een zetel om
genietend te zitten te kijken te lezen.

 

Hester Knibbe (Harderwijk, 6 januari 1946)

 

De Amerikaanse dichter Carl Sandburg werd geboren op 6 januari 1878 in Galesburg, Illinois. Zie ook alle tags voor Carl Sandburg op dit blog.

 

Sneeuwstorm notities

Ik geef niet de pauken de schuld – ze hebben honger.
En de snaredrums – ik weet wat ze willen – die zijn ook leeg.
En de dreunende basdrums – die hebben het meeste honger van allemaal…
De huilende speren van het noordwesten verstommen.
De wiegeliedjes van het zuidwesten krijgen een kans, een moederlied.
Een wiegemaan komt tevoorschijn uit een gescheurd gat in de voddenhemel.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Carl Sandburg (6 januari 1878 – 22 juli 1967)
Portret door William Arthur Smith, 1961

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e januari ook mijn blog van 6 januari 2021 en ook mijn blog van 6 januari 2019 deel 2 en eveneens deel 3.

Joris van Casteren, Forough Farokhzad

De Nederlandse schrijver, dichter en journalist Joris van Casteren werd geboren in Rotterdam op 5 januari 1976. Zie ook alle tags voor Joris van Casteren op dit blog.

Uit: De mensheid zal nog van mij horen

“Eva Koning ligt in de bosjes. Tegenover de apotheek aan de Bilderdijkstraat in Amsterdam. Het is droog, niemand kan haar zien. Haar dagboek heeft ze bij zich, zoals altijd. Dinsdag 3 september 1996, kwart voor twaalf ’s avonds. Met ballpoint noteert ze dat het nog niet rustig is op straat. `Veel fietsers en voetgangers? Ze schrikt van een passerende politiewagen. Eva Koning heeft een prettig handschrift. Meisjesachtig, de letters bol en rond. Regelmatig vind ik verdroogde plukjes shag tussen haar bladzijden. Soms ook een blaadje, grasspriet of geplet insect.
Gisternacht heeft ze een voorverkenning gedaan. Met hond Banjer, die ditmaal thuis is gebleven. Vermoedelijk slaapt hij. Net als Henk, haar man, die op een kantoor werkt en vroeg op moet. Hij weet niets van haar nachtelijke escapades. Ze constateerde gisteren dat de apotheek geen rolluik heeft. ‘Met een glassnijder en een brok steen moet het lukken! Inmiddels is het halfdrie en veel rustiger, ze komt in beweging. De volgende dag is het dagboek in beslag genomen, ze schrijft met potlood op een stukje papier dat later is ingeplakt. Ze bevindt zich in een psychiatrisch centrum. ‘Het plan is mislukt, de glassnijder was bot? Met de steen ramde ze op het raam. Omwonenden hoorden het en belden de politie.
Moeder Marleen is teleurgesteld, dat viel te verwachten. Het is niet haar echte moeder. Haar echte moeder bestaat wat Eva Koning betreft niet meer. Marleen Spaargaren is een fictief personage uit de boeken van Jan Mens, ooit de best verkopende schrijver van Nederland. In haar jeugd begon Eva Koning de Kleine Waarheid-trilogie van Jan Mens te lezen. Op de boerderij in Hoofddorp, waar haar drankzuchtige vader en sadistische broer Rolf tekeergingen terwijl haar moeder, Helleveeg noemt ze haar, goedkeurend toekeek. Helleveeg deed zelf geregeld ook een duit in het zakje. Door haar af te ranselen met de pollepel. Door de deur dicht te gooien als haar vingers ertussen zaten. ‘Daar word je hard van; riep ze dan.”

 

Joris van Casteren (Rotterdam, 5 januari 1976)

 

De Iraanse dichteres Forough Farokhzad werd geboren op 5 januari 1935 in Teheran. Zie ook alle tags voor Forough Farokhzad op dit blog.

 

DE VOGEL WAS ALLEEN MAAR EEN VOGEL

de vogel zei:
‘wat een geur, wat een zon, o,
de lente is gekomen
en ik ga op zoek naar mijn maat’

de vogel vloog net als op afroep
van de veranda weg

de vogel was klein
de vogel dacht aan niets
de vogel las geen kranten
de vogel had geen schulden
de vogel kende de mensen niet

de vogel vloog
in de lucht
boven de stoplichten
in de hoogte van onwetendheid
en ervoer krankzinnig
de blauwe momenten

de vogel was, ach, alleen maar een vogel

 

Vertaald door Iris Amir Afrassiab

 

Forough Farokhzad (5 januari 1935 – 13 februari 1967)

 

Zie voor de schrijvers van de 5e januari ook mijn blog van 5 januari 2024 en ook mijn blog van 5 januari 2021 en ook mijn blog van 5 januari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Peter Ghyssaert, Hasso Krull

De Vlaamse dichter Peter Ghyssaert werd geboren op 3 januari 1966 te Wilrijk. Zie ook alle tags voor Peter Ghyssaert op dit blog.

 

Landschap van Rameau

Honderd broze botjes breekt de kip
in haar lijf. Kleine pijpen die
als takjes van de ruggegraat afhangen,
en de pijn wordt in een laag van gulden
vet gesmoord. Buiten het pluimvee om
gaan nu ook decors barsten. Krakend
vergaat een wereld van azuur en gips.
Het klavecimbel in de maneglans
zakt ten leste door zijn poten heen
van nachtschade. Wie speelt hoort met de laatste
toonladders, een rad van trillers aan
de pennen, één voor één de botten
gulzig knappen in zijn lichaam.

 

Monster

Moeizaam maalt hij uit de schoot,
het hevig, bloedgeblakerd kind,
zonder genade, zonder stilte voor
het wit dat hem omringt.

Alle andere kinderen en
zijn eigen ouders moeten dood,
en zijn gaven moeten glanzend tot
volmaaktheid uitvergroot.

Monster dat uit zijn omgeving alle
woede in zijn pantser rooft,
dat het liefst de schamel toe-
gedekte mensheid had gedoofd.

In het licht ontstaat een schub,
door geen verpleegster afgedroogd
en per minuut groeit het gezonde kwaad
en wordt zijn status opgehoogd.

 

Vierwoudstedenmeer

Blauw besteeg vanuit het meer
de bergen; sneeuw lag in een verre kreuk
in foetushouding opgerold.
Druppels verhuisden daar druppels
in hoog tempo. Je wist het zo intens
dat het te horen was.

Wat wij vanavond ook nog moesten zien
kwam voor de voet gedreven: lichtzeil
van boulevards, essentie
van een stad.

Hemel en aarde vielen in het water
zonder veel omhaal en wij
vermagerden daarbij tot twee gezichten,
hevig kijkend.

 

Peter Ghyssaert (Wilrijk, 3 januari 1966)

 

De Estse dichter Hasso Krull werd geboren op 31 januari 1964 in Tallinn. Zie ook alle tags voor Hasso Krull op dit blog.

 

Vader, zie je niet dat ik in brand sta?

Vader, zie je niet dat ik in brand sta?
Zo sprak het jongetje tegen Freud.
Maar die was al ingedut. Een kaars
in de hand, het hoofd op de borst gezonken, zo
 
zat hij te knikkebollen en droomde: hij was nog maar
een klein jongetje, liep langs de stoeprand,
de zon scheen fel, en van boven kwam een
adelaar naar beneden en pikte hem de ogen uit.
 
Hoe moet ik zonder ogen
nu dromen krijgen, dacht Freud, hoe
moet ik op de stoep blijven? Bij
deze gedachte wordt Freud wakker.
 
Een jongetje, met dodenwakekaars in de hand,
buigt zich over hem heen en zegt:
Er was eens een man, die nog nooit
één enkele droom had gekregen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hasso Krull (Tallinn, 31 januari 1964)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e januari ook mijn blog van 3 januari 2019 en ook mijn blog van 3 januari 2017 en eveneens mijn blog van 3 januari 2016 deel 1, deel 2 en deel 3.

Nyk de Vries, Jimmy Santiago Baca

De Nederlandse dichter Nyk de Vries werd geboren in Noordbergum op 2 januari 1971. Zie ook alle tags voor Nyk de Vries op dit blog.

 

Dinosauriër

Begin jaren negentig probeerde ik de band te overtuigen van de verschrikkelijke uitwerking van de technologische vooruitgang, maar onze drummer zei: ‘Ik geloof jouw onheilsvoorspellingen niet. De eindtijd is al zo vaak aangekondigd. We zullen het wel weer overleven.’ Hij was een weldenkend mens, maar hij vergat dat het voortleven niet per se voor alle soorten zou gelden. ‘Kijk naar de dinosauriërs,’ riep ik, ‘die zijn mooi van de aardbodem verdwenen.’ Maar spoedig bleek mijn ongelijk. Alles kwam terug. De dino’s kwamen terug, zelfs mijn vader stond ineens weer voor onze deur. Hij ging zitten aan de keukentafel en begon te vertellen. Nog steeds dezelfde zwetsverhalen.

 

Twente

Ik was in slaap gevallen in de laadbak van een pick-up truck. Ik weet niet hoeveel later ik wakker werd. Het was donker geworden. Het voelde alsof ik ergens in Mexico was, maar aan de gevel van een boerderij zag ik dat ik me in Twente bevond. Achter mij schenen felle koplampen op een houten wand. Verderop stond een groepje mannen: donkere silhouetten met hooivorken in hun hand. Ik staarde naar hen en een sterke angst bekroop mij, een oude angst, tot ik blijkbaar bewoog en een klomp van een van de mannen mijn aandacht trok. Het ding schoof met de punt door het zand. En daarmee draaide alles om, het hele universum. Ik keek niet naar hen. Zij keken naar mij.

 

Anne en Arie

Vannacht in een droom
ben ik het strand opgegaan

Vannacht eindelijk een voet
buiten dat stille tehuis

Vannacht op het strand
stond mijn SOS er zomaar:

Wanneer Anne kan ik weer
bij je kruipen?

 

Nyk de Vries (Noordbergum, 2 januari 1971)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Jimmy Santiago Baca werd geboren in Santa Fe, New Mexico, op 2 januari 1952. Zie ook alle tags voor Jimmy Santiago Baca op dit blog.

 

Als een dier

Achter de gladde textuur
Van mijn ogen, diep in mij,
Is een deel van mij gestorven:
Ik beweeg mijn bebloede vingernagels
Er overheen, hard als een schoolbord,
Laat mijn vingers erlangs glijden,
De krijtwitte littekens
Die zeggen: IK BEN BANG,
Bang voor wat er zou kunnen gebeuren
Met mij, de echte ik,
Achter deze gevangenismuren.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jimmy Santiago Baca (Santa Fe, 2 januari 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e januari ook mijn blog van 2 januari 2024 en ook mijn blog van 2 januari 2023 en ook mijn blog van 2 januari 2019 en ook mijn blog van 2 januari 2016 deel 2 en ook deel 3

Een nieuw jaar (Toon Tellegen), Conor O’Callaghan

 

 

Wintergezicht bij Hillegersberg door Herman Bieling, 1933

 

Een nieuw jaar

Het is bijna zover
en een man dacht dat er iets ging beginnen,
iets wat niet kon beginnen, niet mocht beginnen,
iets met lente.
met water,
met vrijheid

.
en een engel sloeg hem neer
en zei:
er is geen beginnen,
er is nooit een begin geweest

.
en vrijheid werd aan een stuk hout gebonden
en losgelaten,
zodat iedereen haar kon zien,
ze hing hoog in de lucht tussen de wolken,
dreef langzaam weg

.
en de man kroop over de grond,
stilstand klemde zich aan hem vast,
en hij kromp ineen
tot hij een stofje was
en met zijn stoffigheid pronkte, lonkte

.
en het werd zomer, water werd vuur.

 

Toon Tellegen (Brielle, 18 november 1941) 

 

Onafhankelijk van geboortedata

Januari-droogte

Het hoeft geen vuurmaker te zijn, in deze tijd van het jaar,
een sigaret waarmee je twijfelt tussen auto en struiken.

Het perkament van het bos barst
bij de eerste windvlaag al open.

Gisteren kwam een grote plataan over First Street
en Hawthorne Street en staat er nog steeds.

De kranten zeggen dat het moet gebeuren,
al is het maar in kleine beetjes op de asbestgevel.
Maar vanavond zijn het emmers vol sterren, zo hard en droog als dubbeltjes
.

De voorraad etenswaren voor een maand stapelt zich op in de gootsteen.
Thee wordt gezet met water uit een volgelopen bad,
en elke dorst die ik heb opgebouwd, wordt gelest met de gedachte aan jou,
stukje voor stukje, een kerstcadeau dat verstopt ligt
en weken later wordt gevonden: het lint, de doos.

Ik heb een reservoir aan wensen, genoeg
om vele nachten in de vrieskou door te brengen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Conor O’Callaghan (Newry, 20 september 1968)
Newry

 

Zie ook alle tags voor nieuwjaar op dit blog.

Zie voor de schrijvers van de 1e januari ook mijn blog van 1 januari 2023 en ook mijn vier blogberichten van 1 januari 2019.

Das alte Jahr vergangen ist (Hoffmann von Fallersleben), Maria Luise Weissmann

 

 

Wintergezicht op Veere door Lucie van Dam van Isselt, ca. 1920 – 1925

 

Das alte Jahr vergangen ist

Das alte Jahr vergangen ist,
Das neue Jahr beginnt.
Wir danken Gott zu dieser Frist,
Wohl uns, daß wir noch sind!
Wir sehn auf’s alte Jahr zurück,
Und haben neuen Mut:
Ein neues Jahr, ein neues Glück!
Die Zeit ist immer gut.

Ja, keine Zeit war jemals schlecht:
In jeder lebet fort
Gefühl für Wahrheit, Ehr’ und Recht
Und für ein freies Wort.
Hinweg mit allem Weh und Ach!
Hinweg mit allem Leid!
Wir selbst sind Glück und Ungemach,
Wir selber sind die Zeit.

Und machen wir uns froh und gut,
Ist froh und gut die Zeit,
Und gibt uns Kraft und frohen Mut
Bei jedem neuen Leid.
Und was einmal die Zeit gebracht,
Das nimmt sie wieder hin –
Drum haben wir bei Tag und Nacht
Auch immer frohen Sinn.

Und weil die Zeit nur vorwärts will,
So schreiten vorwärts wir;
Die Zeit gebeut, nie stehn wir still,
Wir schreiten fort mit ihr.
Ein neues Jahr, ein neues Glück!
Wir ziehen froh hinein,
Denn vorwärts! vorwärts! nie zurück!
Soll unsre Losung sein.

 

Hoffmann von Fallersleben (2 april 1798 – 19 januari 1874)
Schloss Fallersleben, met op de benedenverdieping het Hoffmann-von-Fallersleben-Museum.

 

De Duitse dichteres Maria Luise Weissmann  werd geboren op 20 augustus 1899 in Schweinfurt. Zie ook alle tags voorMaria Luise Weissmann op dit blog.

 

Einde van het jaar

Jij oud geworden jaar: zo op ’t eind belust,
Haast je snel en sneller. Je verlangt naar rust
In een diepe, grenzeloze dood.
Maar zie: ik haast me sneller, naar het rood
Van de nieuwe ochtend, voor jou uit.
O kom! Ga over! Wis uit, wis uit!
Wat getekend is, belast, bevlekt
met grote moeheid, met pijn bedekt —
Verga— ik word. Sterf—en ik vermag
Op te staan: O nieuwe, reinste dag!

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Maria Luise Weissmann (20 augustus 1899 – 7 november 1929)
Vuurwerk boven het oude stadhuis in Schweinfurt, de geboorteplaats van Maria Luise Weissmann

 

Zie voor de schrijvers van de 31e december ook mijn blog van 31 december 2018 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Peter Buwalda, Norbert Hummelt, Lukas Bärfuss

De Nederlandse schrijver, journalist en redacteur Peter Buwalda werd geboren in Blerick op 30 december 1971. Zie ook alle tags voor Peter Buwalda op dit blog.

Uit: De jaknikker

“Naar bed. Eindelijk.
Zoals meestal stelt Barbara voor naar boven te gaan, ook dat geduld heeft hij weten op te brengen. Ze klapt haar boek dicht; hij laat het zijne zakken. Al een paar uur lukt het hem heel behoorlijk zijn gewone zelf te spelen, de kalme, tevreden echtgenoot die ondanks een lange werkdag de rust en concentratie vindt om dertig, veertig bladzijden te lezen in een honderd jaar oude roman. Met dank aan de spierverslappers. Zonder had hij het niet volbracht, in zijn hoek van de bank, een kuil die zich tijdens hun Sakhalinse regime gevormd heeft naar zijn inerte kont. Hij zou om de halve alinea hebben opgekeken of zelfs zijn opgestaan om door de kamer te ijsberen, Barbara afschepend met smoesjes over zijn werk. Maar nee, hij heeft zijn blik onverstoorbaar op The Secret Agent gehouden, in de gewoonlijke stilte, onderworpen aan ramp- en contrascenario’s, ramp en contra, ramp en contra, de hele tijd, Barbara’s sterke, nietsvermoedende voeten op zijn schoot, soms onder zijn knieholten. Ze heeft de neiging ze gestadig tegen elkaar aan te wrijven, de hoge wreef van de ene tegen de zool van de andere, onbewust, zegt ze, wat een huiselijk maar hinderlijk geschuur teweegbrengt. Zo kan hij niet lezen. Net als op gewone avonden greep hij er eentje bij de bal vast, spartelende tenen in haar brandschone sok, en adviseerde de voet zoals je een peuter zou toespreken zijn krachten te sparen voor wanneer er weer gelopen moest worden, zijn stem gewoon genoeg om haar flauw te laten glimlachen.
‘The Reef,’ zegt ze proevend. ‘Mja. Goeie Wharton, onderschat, zegt mijn gevoel. In zekere opzichten beter dan Mirth en Innocence.’
‘Want?’
‘Vertel ik boven, ik ben heel moe. Ben jij niet moe?’
‘Valt mee,’ zegt hij. Ook weer om normaal over te komen, pakt hij het boek uit haar hand, krabbelt over het linnen, en bladert er wat in. Reef, denkt hij, is dat geen klip? Iets waaraan een schip zijn romp kan openrijten? Nu hem zijn publieke steniging is aangezegd, kan zijn betrekkingswaan ermee uit de voeten. Wat met The House of Mirth en The Secret Agent overigens ook geen probleem is. Hij streelt het leeslint. Maar hij zal zich niet laten stenigen, heeft hij zichzelf tijdens de urenlange stilte bezworen, niet vanwege een oude koe, en zeker niet door Orthel. Niet nu nog.”

 

Peter Buwalda (Brussel, 30 december 1971)

 

De Duitse dichter en schrijver Norbert Hummelt werd geboren op 30 december 1962 in Neuss. Zie ook alle tags voor Norbert Hummel top dit blog en ook mijn blog van 24 juni 2009.

 

Vermoeden

de vlieg schiet over mijn vingertoppen
ik heb je naast me horen ademen
weerlichten, dan een eerste bliksem
ik heb tot vierentwintig geteld
dan heet het dat er een dode door de kamer
is gegaan, ik heb de koude luchtstroom
bemerkt .. hoe kan het zijn, is mijn
bloed dan zo zoet dat die mug,
die ik ergens vaag vermoedde, de hele
nacht mijn lichaam niet meer losliet

 

Vertaald door Jan Baeke

 

Norbert Hummelt (Neuss, 30 december 1962)

 

De Zwitserse schrijver en dramaturg Lukas Bärfuss werd geboren op 30 december 1971 in Thun. Zie ook alle tags voor Lukas Bärfuss op dit blog.

Uit: Die Krume Brot

„Niemand weiß, wo Adelinas Unglück seinen Anfang nahm, aber vielleicht begann es lange vor ihrer Geburt, fünfundvierzig Jahre vorher, um genau zu sein, an der Universität in Graz. Dort hatte ihr Großvater, ein Mann namens Angelo Mazzerini, während seines Studiums der Rechtswissenschaften die verbotenen Schriften von Cesare Battisti gelesen, und von da an verehrte er die Karstlandschaft Istriens als heiligen Boden, hasste er das Imperium, den österreichischen Kaiser und seine Henker. Für den Studenten aus Triest fand jede Frage ihre Antwort in der Geschichte, und mit Barzini sah er seine Heimatstadt als Bollwerk der römischen Zivilisation. Ohne den Abwehrkampf an der Adria hätten die Slawen längst das Abendland überrannt. Die Habsburger, deren Untertan er war, stützten diese Horden mit ihrem Geld, ihren Waffen und ihren Gerichten. Italiener wie er, Abkömmlinge eines Weltreichs, hatten im Himmel einen Verbündeten, auf Erden standen sie seit fünfzehnhundert Jahren alleine im Kampf gegen die Vernichtung. Ungeheure Mächte hatten sich verschworen, um die Latinität auszurotten, wie es in Dalmatien geschehen war, und wenn viele in Triest ihn für verrückt hielten, dann nur, weil sie sich von Wien hatten kaufen lassen.
Als Italien im Mai 1915 Österreich den Krieg erklärte, befand sich Angelo auf Urlaub in seiner Heimatstadt, und nach einer schlaflosen Nacht, in der er sich betend an Fortunatus wandte, den Patriarchen von Grado, der sich im achten Jahrhundert ebenfalls gegen ein Imperium, gegen Byzanz, gestellt hatte, zerriss er den Einberufungsbefehl des Kaisers und verließ im Morgengrauen, ohne von seinen Eltern Abschied zu nehmen, die Wohnung an der Via dell’Istria.
Über Udine, Padua, Ferrara und Bologna kam er bis nach Rom. Dort schloss er sich als Freiwilliger den Granatieri di Sardegna an und wurde nach einer dreiwöchigen Ausbildung an die Front bei Monfalcone verlegt.
Beim Sturm auf die österreichischen Stellungen erlitt er eine Beinverletzung, und die Monate darauf, bis zu seiner Genesung, saß er als Leutnant der Territorialmiliz in den Bergen bei Garda ab, bevor man Angelo in ein Regiment versetzte, das im Mai 1916 auf der Hochebene bei Asiago fast vollständig aufgerieben wurde. Mit einer Tapferkeitsmedaille in Gold nahm er unter dem Herzog von Aosta an der Schlacht von Caporetto teil und kehrte nach dem Waffenstillstand von Villa Giusti im November 1918 in seine Heimatstadt zurück.“

 

Lukas Bärfuss (Thun, 30 december 1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e december ook mijn blog van 30 december 2018 deel 2 en eveneens deel 3.