De Duitse schrijfster Antje Rávic Strubel werd geboren op 12 april 1974 in Potsdam. Zie ook alle tags voor Antje Rávic Strubel op dit blog.
Uit: Kein Schnee, nimmermehr
„Ich hatte gerade leidlich Ski fahren and einigermallen lesen gelernt, da starb meine Oma. Sie wurde in die Erde eines sächsischen Friedhofs gelegt and war nicht mehr da. Nie mehr. Sie würde nie wieder an meinem Kinderbett sitzen und Halma oder Mühle mit mir spielen, wenn ich krank war. Sie würde nicht mehr in der Küche des großen Meeraner Gründerzeithauses kochen, backen und einwecken, während ich mit ihren Topfen and Kuchenformen spielte and auf den Steinfliesen ein Meer erschuf, das ich aus dem Wasserhahn schöpfte. Sie wurde bei meinen waghalsigen Rutschversuchen auf Skiern nie mehr in gespielter Angst die Hande über dem Kopf zusammenschlagen oder mich neben ihr auf dem Sofa sitzen lassen, wenn sie ihre gemütlichen Freundinnen zum Kaffeekränzchen eingeladen hate and ich andächtig ihren Geschichten lauschte. Ich war sechs Jahre alt. Das Nie-mehr konnte ich mir nicht vorstellen.
Im Grimm’schen Märchen »Brüderchen and Schwesterchen besucht die Königin um Mitternacht ihr geliebtes Kind, und nach dem zweiten Besuch flüstert sie ihm zu, „Nun komme ich noch einmal und dann nimmermehr.« Der Satz ließ mich schauern. Eines Morgens wachte ich auf and wusste: Auch ich würde eines Tages nicht mehr kommen. Ich wäre nicht mehr da. Nimmermehr. Das war ein radikaler Gedanke. Wenn ich nicht mehr da war; wo war ich dann? Ich sah eine Allee vor mir, eine, wie es sie im Brandenburgischen gibt, eine schmale Asphaltstraße, gesäumt von alten Linden. Es war Frühsommer. Auf den Feldern blühte der Raps. Die dichten Kronen der Baume am Straßenrand warfen Schatten. Sonnenflecken tanzten auf dem Asphalt, Bienen und Schmetterlinge durchschwirrten das Licht. Die Allee, die Felder und Welder querte, lag friedlich im Mittag. Mich selbst sah ich dort auf dieser Straße, zu Fuß. Ich war allein. Eine seltsame Stille umgab mich. Kein Auto fuhr, keine Radfahrerin. Nichts regte sich.“

De Amerikaanse dichter en schrijver Mark Strand werd geboren op 11 april 1934 in Summerside, Prince Edward Island, Canada. Zie ook alle tags voor Mark Strand op dit blog.
Waar zijn de wateren van de eerste jeugd?
Zie je waar de vensters dichtgespijkerd zijn,
waar het grijze muurbeschot glanst in de zon en de zoute lucht
en de asfalt dakspanen zijn afgebladderd of omlaaggevallen,
waar rijen gele ganzenbloemen deinen op een zee van gras?
Dat is de plaats om te beginnen.
Betreed het rijk van de verrotting,
ruik de klamme kalk, stap over het verbrijzelde glas,
de stofnesten, de vodden, de bevuilde resten van een matras,
kijk naar de geroeste kachel en de gootsteen, naar de rechthoekige plek
op de muur waar Winslow Homer’s Golfstroom hing.
Ga naar de kamer waar je vader en moeder
zich soms lieten gaan op de stroom en het toppunt van liefde,
en hoor, als je kunt, het gekraak van hun bed,
ga dan naar de plaats waar je wegkroop.
Ga naar je kamer, naar alle kamers waarvan je de koude klamme lucht hebt ingeademd,
naar alle ongewenste plaatsen waar zomer, herfst, winter, lente,
hetzelfde ongewenste jaargetijde lijken, waar de bomen die je kende zijn gestorven
en andere bomen opgeschoten. Bezoek die andere plaats
die je je nauwelijks herinnert, dat andere half verscholen huis.
Zie de twee honden aanstormen. Als je weggaat
laten ze af, uitgesnuffeld in de gloed van een vroeger licht.
Bezoek de naaste buren in het blok; hij sproeit zijn gazon,
zij zit op haar veranda, maar niet lang.
Als je weer opkijkt zijn ze weg.
Blijf teruggaan, terug naar het veld, vlak en verzegeld in mist.
Aan de overkant wachten een man en een vrouw;
ze zijn teruggekeerd, je moeder voordat ze grijs was,
je vader voordat hij wit was.
Kijk nu naar de Noordwestelijke Inham, naar zijn verzonken hemelsblauwe gloed.
Zie het licht op het gras, het ene blad dat smeult, de wolk
die ontvlamt. Je bent er bijna, weldra zullen je ouders
verdwijnen en je achterlaten in het licht van een gestorven ster,
in het donker van een pas geboren ster. Dit is het tijdstip.
Nu bedenk je de boot van je vlees en laat je hem los op de wateren
en drijf je op de zachte deining, in het barende zout.
Nu kijk je omlaag. Daar zijn de wateren van de eerste jeugd.
Vertaald door H. C. ten Berge

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e april ook mijn blog van 12 april 2019.