Joris van Casteren, Forough Farokhzad

De Nederlandse schrijver, dichter en journalist Joris van Casteren werd geboren in Rotterdam op 5 januari 1976. Zie ook alle tags voor Joris van Casteren op dit blog.

Uit: De mensheid zal nog van mij horen

“Eva Koning ligt in de bosjes. Tegenover de apotheek aan de Bilderdijkstraat in Amsterdam. Het is droog, niemand kan haar zien. Haar dagboek heeft ze bij zich, zoals altijd. Dinsdag 3 september 1996, kwart voor twaalf ’s avonds. Met ballpoint noteert ze dat het nog niet rustig is op straat. `Veel fietsers en voetgangers? Ze schrikt van een passerende politiewagen. Eva Koning heeft een prettig handschrift. Meisjesachtig, de letters bol en rond. Regelmatig vind ik verdroogde plukjes shag tussen haar bladzijden. Soms ook een blaadje, grasspriet of geplet insect.
Gisternacht heeft ze een voorverkenning gedaan. Met hond Banjer, die ditmaal thuis is gebleven. Vermoedelijk slaapt hij. Net als Henk, haar man, die op een kantoor werkt en vroeg op moet. Hij weet niets van haar nachtelijke escapades. Ze constateerde gisteren dat de apotheek geen rolluik heeft. ‘Met een glassnijder en een brok steen moet het lukken! Inmiddels is het halfdrie en veel rustiger, ze komt in beweging. De volgende dag is het dagboek in beslag genomen, ze schrijft met potlood op een stukje papier dat later is ingeplakt. Ze bevindt zich in een psychiatrisch centrum. ‘Het plan is mislukt, de glassnijder was bot? Met de steen ramde ze op het raam. Omwonenden hoorden het en belden de politie.
Moeder Marleen is teleurgesteld, dat viel te verwachten. Het is niet haar echte moeder. Haar echte moeder bestaat wat Eva Koning betreft niet meer. Marleen Spaargaren is een fictief personage uit de boeken van Jan Mens, ooit de best verkopende schrijver van Nederland. In haar jeugd begon Eva Koning de Kleine Waarheid-trilogie van Jan Mens te lezen. Op de boerderij in Hoofddorp, waar haar drankzuchtige vader en sadistische broer Rolf tekeergingen terwijl haar moeder, Helleveeg noemt ze haar, goedkeurend toekeek. Helleveeg deed zelf geregeld ook een duit in het zakje. Door haar af te ranselen met de pollepel. Door de deur dicht te gooien als haar vingers ertussen zaten. ‘Daar word je hard van; riep ze dan.”

 

Joris van Casteren (Rotterdam, 5 januari 1976)

 

De Iraanse dichteres Forough Farokhzad werd geboren op 5 januari 1935 in Teheran. Zie ook alle tags voor Forough Farokhzad op dit blog.

 

DE VOGEL WAS ALLEEN MAAR EEN VOGEL

de vogel zei:
‘wat een geur, wat een zon, o,
de lente is gekomen
en ik ga op zoek naar mijn maat’

de vogel vloog net als op afroep
van de veranda weg

de vogel was klein
de vogel dacht aan niets
de vogel las geen kranten
de vogel had geen schulden
de vogel kende de mensen niet

de vogel vloog
in de lucht
boven de stoplichten
in de hoogte van onwetendheid
en ervoer krankzinnig
de blauwe momenten

de vogel was, ach, alleen maar een vogel

 

Vertaald door Iris Amir Afrassiab

 

Forough Farokhzad (5 januari 1935 – 13 februari 1967)

 

Zie voor de schrijvers van de 5e januari ook mijn blog van 5 januari 2024 en ook mijn blog van 5 januari 2021 en ook mijn blog van 5 januari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

The Masque of the Magi (James Elroy Flecker), Andreas Altmann

 

 

De aanbidding der koningen door Hendrick De Clerck, ca. 1610

 

The Masque of the Magi

Three Kings have come to Bethlehem
With a trailing star in front of them.
MARY
What would you in this little place,
You three bright kings?
KINGS
Mother, we tracked the trailing star
Which brought us here from lands afar,
And we would look on his dear face
Round whom the Seraphs fold their wings.
MARY
But who are you, bright kings?
CASPAR
Caspar am I: the rocky North
From storm and silence drave me forth
Down to the blue and tideless sea.
I do not fear the tinkling sword,
For I am a great battle-lord,
And love the horns of chivalry.
And I have brought thee splendid gold,
The strong man’s joy, refined and cold.
All hail, thou Prince of Galilee!
BALTHAZAR
I am Balthazar, Lord of Ind,
Where blows a soft and scented wind
From Taprobane towards Cathay.
My children, who are tall and wise,
Stand by a tree with shutten eyes
And seem to meditate or pray.
And these red drops of frankincense
Betoken man’s intelligence.
Hail, Lord of Wisdom, Prince of Day!
MELCHIOR
I am the dark man, Melchior,
And I shall live but little more
Since I am old and feebly move.
My kingdom is a burnt-up land
Half buried by the drifting sand,
So hot Apollo shines above.
What could I bring but simple myrrh
White blossom of the cordial fire?
Hail, Prince of Souls, and Lord of Love!
CHORUS OF ANGELS
O Prince of souls and Lord of Love,
O’er thee the purple-breasted dove
Shall watch with open silver wings,
Thou King of Kings.
Suaviole o flos Virginum,
Apparuit Rex Gentium.

“Who art thou, little King of Kings?”
His wondering mother sings.

 

James Elroy Flecker (5 november 1884 – 3 januari 1915)
De St Stephen church in Lewisham, de geboorteplaats van James Elroy Flecker

 

De Duitse dichter en schrijver Andreas Altmann werd geboren in Hainichen (Sachsen) op 4 januari 1963. Zie ook alle tags voor Andreas Altmann op dit blog. Zie ook mijn blog van 8 juni 2009.

 

eiland hoofd

betraliede bunkerwanden liggen op de kop
van het eiland geworpen, de zee kabbelt zachtjes voort
vergane handen hebben enkele veren
aan vinger sterke draden gebonden in de steen

na de zomer zullen ze vliegen
hier zie je delen van de wortels van onderaf
zonder te sterven, steil schilfert de kust af
een roestige klok steekt uit het zand

zij is nat, voor haar vergaat deze tijd later
heb ik de zwaan voor de veren gevonden
zijn kop ontbrak, alleen op zijn lichaam
viel het beeld van zijn schaduw te veranderen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Andreas Altmann (Hainichen, 4 januari 1963)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e januari ook mijn blog van 4 januari 2019 en ook mijn blog van 4 januari 2017 en mijn blog van 4 januari 2015 deel 1 en eveneens deel 2 en deel 3.

Peter Ghyssaert, Hasso Krull

De Vlaamse dichter Peter Ghyssaert werd geboren op 3 januari 1966 te Wilrijk. Zie ook alle tags voor Peter Ghyssaert op dit blog.

 

Landschap van Rameau

Honderd broze botjes breekt de kip
in haar lijf. Kleine pijpen die
als takjes van de ruggegraat afhangen,
en de pijn wordt in een laag van gulden
vet gesmoord. Buiten het pluimvee om
gaan nu ook decors barsten. Krakend
vergaat een wereld van azuur en gips.
Het klavecimbel in de maneglans
zakt ten leste door zijn poten heen
van nachtschade. Wie speelt hoort met de laatste
toonladders, een rad van trillers aan
de pennen, één voor één de botten
gulzig knappen in zijn lichaam.

 

Monster

Moeizaam maalt hij uit de schoot,
het hevig, bloedgeblakerd kind,
zonder genade, zonder stilte voor
het wit dat hem omringt.

Alle andere kinderen en
zijn eigen ouders moeten dood,
en zijn gaven moeten glanzend tot
volmaaktheid uitvergroot.

Monster dat uit zijn omgeving alle
woede in zijn pantser rooft,
dat het liefst de schamel toe-
gedekte mensheid had gedoofd.

In het licht ontstaat een schub,
door geen verpleegster afgedroogd
en per minuut groeit het gezonde kwaad
en wordt zijn status opgehoogd.

 

Vierwoudstedenmeer

Blauw besteeg vanuit het meer
de bergen; sneeuw lag in een verre kreuk
in foetushouding opgerold.
Druppels verhuisden daar druppels
in hoog tempo. Je wist het zo intens
dat het te horen was.

Wat wij vanavond ook nog moesten zien
kwam voor de voet gedreven: lichtzeil
van boulevards, essentie
van een stad.

Hemel en aarde vielen in het water
zonder veel omhaal en wij
vermagerden daarbij tot twee gezichten,
hevig kijkend.

 

Peter Ghyssaert (Wilrijk, 3 januari 1966)

 

De Estse dichter Hasso Krull werd geboren op 31 januari 1964 in Tallinn. Zie ook alle tags voor Hasso Krull op dit blog.

 

Vader, zie je niet dat ik in brand sta?

Vader, zie je niet dat ik in brand sta?
Zo sprak het jongetje tegen Freud.
Maar die was al ingedut. Een kaars
in de hand, het hoofd op de borst gezonken, zo
 
zat hij te knikkebollen en droomde: hij was nog maar
een klein jongetje, liep langs de stoeprand,
de zon scheen fel, en van boven kwam een
adelaar naar beneden en pikte hem de ogen uit.
 
Hoe moet ik zonder ogen
nu dromen krijgen, dacht Freud, hoe
moet ik op de stoep blijven? Bij
deze gedachte wordt Freud wakker.
 
Een jongetje, met dodenwakekaars in de hand,
buigt zich over hem heen en zegt:
Er was eens een man, die nog nooit
één enkele droom had gekregen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hasso Krull (Tallinn, 31 januari 1964)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e januari ook mijn blog van 3 januari 2019 en ook mijn blog van 3 januari 2017 en eveneens mijn blog van 3 januari 2016 deel 1, deel 2 en deel 3.

Nyk de Vries, Jimmy Santiago Baca

De Nederlandse dichter Nyk de Vries werd geboren in Noordbergum op 2 januari 1971. Zie ook alle tags voor Nyk de Vries op dit blog.

 

Dinosauriër

Begin jaren negentig probeerde ik de band te overtuigen van de verschrikkelijke uitwerking van de technologische vooruitgang, maar onze drummer zei: ‘Ik geloof jouw onheilsvoorspellingen niet. De eindtijd is al zo vaak aangekondigd. We zullen het wel weer overleven.’ Hij was een weldenkend mens, maar hij vergat dat het voortleven niet per se voor alle soorten zou gelden. ‘Kijk naar de dinosauriërs,’ riep ik, ‘die zijn mooi van de aardbodem verdwenen.’ Maar spoedig bleek mijn ongelijk. Alles kwam terug. De dino’s kwamen terug, zelfs mijn vader stond ineens weer voor onze deur. Hij ging zitten aan de keukentafel en begon te vertellen. Nog steeds dezelfde zwetsverhalen.

 

Twente

Ik was in slaap gevallen in de laadbak van een pick-up truck. Ik weet niet hoeveel later ik wakker werd. Het was donker geworden. Het voelde alsof ik ergens in Mexico was, maar aan de gevel van een boerderij zag ik dat ik me in Twente bevond. Achter mij schenen felle koplampen op een houten wand. Verderop stond een groepje mannen: donkere silhouetten met hooivorken in hun hand. Ik staarde naar hen en een sterke angst bekroop mij, een oude angst, tot ik blijkbaar bewoog en een klomp van een van de mannen mijn aandacht trok. Het ding schoof met de punt door het zand. En daarmee draaide alles om, het hele universum. Ik keek niet naar hen. Zij keken naar mij.

 

Anne en Arie

Vannacht in een droom
ben ik het strand opgegaan

Vannacht eindelijk een voet
buiten dat stille tehuis

Vannacht op het strand
stond mijn SOS er zomaar:

Wanneer Anne kan ik weer
bij je kruipen?

 

Nyk de Vries (Noordbergum, 2 januari 1971)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Jimmy Santiago Baca werd geboren in Santa Fe, New Mexico, op 2 januari 1952. Zie ook alle tags voor Jimmy Santiago Baca op dit blog.

 

Als een dier

Achter de gladde textuur
Van mijn ogen, diep in mij,
Is een deel van mij gestorven:
Ik beweeg mijn bebloede vingernagels
Er overheen, hard als een schoolbord,
Laat mijn vingers erlangs glijden,
De krijtwitte littekens
Die zeggen: IK BEN BANG,
Bang voor wat er zou kunnen gebeuren
Met mij, de echte ik,
Achter deze gevangenismuren.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jimmy Santiago Baca (Santa Fe, 2 januari 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e januari ook mijn blog van 2 januari 2024 en ook mijn blog van 2 januari 2023 en ook mijn blog van 2 januari 2019 en ook mijn blog van 2 januari 2016 deel 2 en ook deel 3

Een nieuw jaar (Toon Tellegen), Conor O’Callaghan

 

 

Wintergezicht bij Hillegersberg door Herman Bieling, 1933

 

Een nieuw jaar

Het is bijna zover
en een man dacht dat er iets ging beginnen,
iets wat niet kon beginnen, niet mocht beginnen,
iets met lente.
met water,
met vrijheid

.
en een engel sloeg hem neer
en zei:
er is geen beginnen,
er is nooit een begin geweest

.
en vrijheid werd aan een stuk hout gebonden
en losgelaten,
zodat iedereen haar kon zien,
ze hing hoog in de lucht tussen de wolken,
dreef langzaam weg

.
en de man kroop over de grond,
stilstand klemde zich aan hem vast,
en hij kromp ineen
tot hij een stofje was
en met zijn stoffigheid pronkte, lonkte

.
en het werd zomer, water werd vuur.

 

Toon Tellegen (Brielle, 18 november 1941) 

 

Onafhankelijk van geboortedata

Januari-droogte

Het hoeft geen vuurmaker te zijn, in deze tijd van het jaar,
een sigaret waarmee je twijfelt tussen auto en struiken.

Het perkament van het bos barst
bij de eerste windvlaag al open.

Gisteren kwam een grote plataan over First Street
en Hawthorne Street en staat er nog steeds.

De kranten zeggen dat het moet gebeuren,
al is het maar in kleine beetjes op de asbestgevel.
Maar vanavond zijn het emmers vol sterren, zo hard en droog als dubbeltjes
.

De voorraad etenswaren voor een maand stapelt zich op in de gootsteen.
Thee wordt gezet met water uit een volgelopen bad,
en elke dorst die ik heb opgebouwd, wordt gelest met de gedachte aan jou,
stukje voor stukje, een kerstcadeau dat verstopt ligt
en weken later wordt gevonden: het lint, de doos.

Ik heb een reservoir aan wensen, genoeg
om vele nachten in de vrieskou door te brengen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Conor O’Callaghan (Newry, 20 september 1968)
Newry

 

Zie ook alle tags voor nieuwjaar op dit blog.

Zie voor de schrijvers van de 1e januari ook mijn blog van 1 januari 2023 en ook mijn vier blogberichten van 1 januari 2019.

John O’Donohue

De Ierse dichter, schrijver, priester en Hegeliaanse filosoof John O’Donohue werd op 1 januari 1956 geboren in County Clare, waar zijn vader Patrick O’Donohue steenhouwer was en zijn moeder Josie O’Donohue huisvrouw. O’Donohue werd op 18-jarige leeftijd novice in Maynooth, in het noorden van County Kildare, waar hij aan St Patrick’s College in County Kildare diploma’s behaalde in Engels, filosofie en theologie. Hij werd op 6 juni 1979 tot katholiek priester gewijd. O’Donohue verhuisde in 1986 naar Tübingen, Duitsland, en voltooide in 1990 zijn proefschrift over de Duitse filosoof Georg Wilhelm Friedrich Hegel voor zijn doctoraat in de filosofische theologie aan de Universiteit van Tübingen. In 1990 keerde hij terug naar Ierland om zijn priesterlijke taken voort te zetten en begon hij aan zijn postdoctoraal onderzoek naar de 13e-eeuwse mysticus Meister Eckhart. O’Donohue’s eerste gepubliceerde prozawerk, “Anam cara” (1997), katapulteerde hem naar een meer publiek leven als auteur, spreker en docent, met name in de Verenigde Staten. O’Donohue verliet het priesterschap in 2000. Hij wijdde zijn energie ook aan milieuactivisme en wordt beschouwd als een van de drijvende krachten achter de Burren Action Group, die zich verzette tegen de ontwikkelingsplannen van de overheid en uiteindelijk het gebied van Mullaghmore en de Burren, een karstlandschap in County Clare, wist te behouden. Later in zijn leven werd O’Donohue een prominent spreker over creativiteit op de werkvloer. Hij adviseerde leidinggevenden in het bedrijfsleven “over het integreren van een gevoel van ziel en schoonheid in hun leiderschap en hun verbeeldingskracht ten aanzien van de mensen met wie ze werken.” Slechts twee dagen na zijn 52e verjaardag en twee maanden na de publicatie van zijn laatste voltooide werk, “Benedictus: A Book of Blessings”, overleed O’Donohue plotseling in zijn slaap op 4 januari 2008 tijdens een vakantie in de buurt van Avignon, Frankrijk. De exacte doodsoorzaak is niet door zijn familie bekendgemaakt, waardoor schrijvers van non-fictie moeten speculeren over de oorzaak. Artikelen en berichten hebben een aneurysma, een hartprobleem en aspiratie als mogelijke oorzaken genoemd. Tot zijn postume publicaties behoren een herdruk van “The Four Elements”, een essaybundel, in 2010 en “Echoes of Memory” (2011), een vroeg werk met gedichten dat oorspronkelijk in 1994 werd verzameld. In 2015 werd een reeks radiogesprekken die hij had opgenomen met zijn goede vriend en voormalig RTÉ-presentator John Quinn gebundeld en gepubliceerd onder de titel “Walking on the Pastures of Wonder”

 

For Loneliness

When the light lessens,
Causing colors to lose their courage,
And your eyes fix on the empty distance
That can open on either side
Of the surest line
To make all that is
Familiar and near
Seem suddenly foreign,
When the music of talk
Breaks apart into noise
And you hear your heart louden
While the voices around you
Slow down to leaden echos
Turning silence
Into something stony and cold,
When the old ghosts come back
To feed on everywhere you felt sure,
Do not strengthen their hunger
By choosing fear;
Rather, decide to call on your heart
That it may grow clear and free
To welcome home your emptiness
That it may cleanse you
Like the clearest air
You could ever breathe.
Allow your loneliness time
To dissolve the shell of dross
That had closed around you;
Choose in this severe silence
To hear the one true voice
Your rushed life fears;
Cradle yourself like a child
Learning to trust what emerges,
So that gradually
You may come to know
That deep in that black hole
You will find the blue flower
That holds the mystical light
Which will illuminate in you
The glimmer of springtime.

 

John O’Donohue (1 januari 1956 – 4 januari 2008)

Das alte Jahr vergangen ist (Hoffmann von Fallersleben), Maria Luise Weissmann

 

 

Wintergezicht op Veere door Lucie van Dam van Isselt, ca. 1920 – 1925

 

Das alte Jahr vergangen ist

Das alte Jahr vergangen ist,
Das neue Jahr beginnt.
Wir danken Gott zu dieser Frist,
Wohl uns, daß wir noch sind!
Wir sehn auf’s alte Jahr zurück,
Und haben neuen Mut:
Ein neues Jahr, ein neues Glück!
Die Zeit ist immer gut.

Ja, keine Zeit war jemals schlecht:
In jeder lebet fort
Gefühl für Wahrheit, Ehr’ und Recht
Und für ein freies Wort.
Hinweg mit allem Weh und Ach!
Hinweg mit allem Leid!
Wir selbst sind Glück und Ungemach,
Wir selber sind die Zeit.

Und machen wir uns froh und gut,
Ist froh und gut die Zeit,
Und gibt uns Kraft und frohen Mut
Bei jedem neuen Leid.
Und was einmal die Zeit gebracht,
Das nimmt sie wieder hin –
Drum haben wir bei Tag und Nacht
Auch immer frohen Sinn.

Und weil die Zeit nur vorwärts will,
So schreiten vorwärts wir;
Die Zeit gebeut, nie stehn wir still,
Wir schreiten fort mit ihr.
Ein neues Jahr, ein neues Glück!
Wir ziehen froh hinein,
Denn vorwärts! vorwärts! nie zurück!
Soll unsre Losung sein.

 

Hoffmann von Fallersleben (2 april 1798 – 19 januari 1874)
Schloss Fallersleben, met op de benedenverdieping het Hoffmann-von-Fallersleben-Museum.

 

De Duitse dichteres Maria Luise Weissmann  werd geboren op 20 augustus 1899 in Schweinfurt. Zie ook alle tags voorMaria Luise Weissmann op dit blog.

 

Einde van het jaar

Jij oud geworden jaar: zo op ’t eind belust,
Haast je snel en sneller. Je verlangt naar rust
In een diepe, grenzeloze dood.
Maar zie: ik haast me sneller, naar het rood
Van de nieuwe ochtend, voor jou uit.
O kom! Ga over! Wis uit, wis uit!
Wat getekend is, belast, bevlekt
met grote moeheid, met pijn bedekt —
Verga— ik word. Sterf—en ik vermag
Op te staan: O nieuwe, reinste dag!

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Maria Luise Weissmann (20 augustus 1899 – 7 november 1929)
Vuurwerk boven het oude stadhuis in Schweinfurt, de geboorteplaats van Maria Luise Weissmann

 

Zie voor de schrijvers van de 31e december ook mijn blog van 31 december 2018 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Peter Buwalda, Norbert Hummelt, Lukas Bärfuss

De Nederlandse schrijver, journalist en redacteur Peter Buwalda werd geboren in Blerick op 30 december 1971. Zie ook alle tags voor Peter Buwalda op dit blog.

Uit: De jaknikker

“Naar bed. Eindelijk.
Zoals meestal stelt Barbara voor naar boven te gaan, ook dat geduld heeft hij weten op te brengen. Ze klapt haar boek dicht; hij laat het zijne zakken. Al een paar uur lukt het hem heel behoorlijk zijn gewone zelf te spelen, de kalme, tevreden echtgenoot die ondanks een lange werkdag de rust en concentratie vindt om dertig, veertig bladzijden te lezen in een honderd jaar oude roman. Met dank aan de spierverslappers. Zonder had hij het niet volbracht, in zijn hoek van de bank, een kuil die zich tijdens hun Sakhalinse regime gevormd heeft naar zijn inerte kont. Hij zou om de halve alinea hebben opgekeken of zelfs zijn opgestaan om door de kamer te ijsberen, Barbara afschepend met smoesjes over zijn werk. Maar nee, hij heeft zijn blik onverstoorbaar op The Secret Agent gehouden, in de gewoonlijke stilte, onderworpen aan ramp- en contrascenario’s, ramp en contra, ramp en contra, de hele tijd, Barbara’s sterke, nietsvermoedende voeten op zijn schoot, soms onder zijn knieholten. Ze heeft de neiging ze gestadig tegen elkaar aan te wrijven, de hoge wreef van de ene tegen de zool van de andere, onbewust, zegt ze, wat een huiselijk maar hinderlijk geschuur teweegbrengt. Zo kan hij niet lezen. Net als op gewone avonden greep hij er eentje bij de bal vast, spartelende tenen in haar brandschone sok, en adviseerde de voet zoals je een peuter zou toespreken zijn krachten te sparen voor wanneer er weer gelopen moest worden, zijn stem gewoon genoeg om haar flauw te laten glimlachen.
‘The Reef,’ zegt ze proevend. ‘Mja. Goeie Wharton, onderschat, zegt mijn gevoel. In zekere opzichten beter dan Mirth en Innocence.’
‘Want?’
‘Vertel ik boven, ik ben heel moe. Ben jij niet moe?’
‘Valt mee,’ zegt hij. Ook weer om normaal over te komen, pakt hij het boek uit haar hand, krabbelt over het linnen, en bladert er wat in. Reef, denkt hij, is dat geen klip? Iets waaraan een schip zijn romp kan openrijten? Nu hem zijn publieke steniging is aangezegd, kan zijn betrekkingswaan ermee uit de voeten. Wat met The House of Mirth en The Secret Agent overigens ook geen probleem is. Hij streelt het leeslint. Maar hij zal zich niet laten stenigen, heeft hij zichzelf tijdens de urenlange stilte bezworen, niet vanwege een oude koe, en zeker niet door Orthel. Niet nu nog.”

 

Peter Buwalda (Brussel, 30 december 1971)

 

De Duitse dichter en schrijver Norbert Hummelt werd geboren op 30 december 1962 in Neuss. Zie ook alle tags voor Norbert Hummel top dit blog en ook mijn blog van 24 juni 2009.

 

Vermoeden

de vlieg schiet over mijn vingertoppen
ik heb je naast me horen ademen
weerlichten, dan een eerste bliksem
ik heb tot vierentwintig geteld
dan heet het dat er een dode door de kamer
is gegaan, ik heb de koude luchtstroom
bemerkt .. hoe kan het zijn, is mijn
bloed dan zo zoet dat die mug,
die ik ergens vaag vermoedde, de hele
nacht mijn lichaam niet meer losliet

 

Vertaald door Jan Baeke

 

Norbert Hummelt (Neuss, 30 december 1962)

 

De Zwitserse schrijver en dramaturg Lukas Bärfuss werd geboren op 30 december 1971 in Thun. Zie ook alle tags voor Lukas Bärfuss op dit blog.

Uit: Die Krume Brot

„Niemand weiß, wo Adelinas Unglück seinen Anfang nahm, aber vielleicht begann es lange vor ihrer Geburt, fünfundvierzig Jahre vorher, um genau zu sein, an der Universität in Graz. Dort hatte ihr Großvater, ein Mann namens Angelo Mazzerini, während seines Studiums der Rechtswissenschaften die verbotenen Schriften von Cesare Battisti gelesen, und von da an verehrte er die Karstlandschaft Istriens als heiligen Boden, hasste er das Imperium, den österreichischen Kaiser und seine Henker. Für den Studenten aus Triest fand jede Frage ihre Antwort in der Geschichte, und mit Barzini sah er seine Heimatstadt als Bollwerk der römischen Zivilisation. Ohne den Abwehrkampf an der Adria hätten die Slawen längst das Abendland überrannt. Die Habsburger, deren Untertan er war, stützten diese Horden mit ihrem Geld, ihren Waffen und ihren Gerichten. Italiener wie er, Abkömmlinge eines Weltreichs, hatten im Himmel einen Verbündeten, auf Erden standen sie seit fünfzehnhundert Jahren alleine im Kampf gegen die Vernichtung. Ungeheure Mächte hatten sich verschworen, um die Latinität auszurotten, wie es in Dalmatien geschehen war, und wenn viele in Triest ihn für verrückt hielten, dann nur, weil sie sich von Wien hatten kaufen lassen.
Als Italien im Mai 1915 Österreich den Krieg erklärte, befand sich Angelo auf Urlaub in seiner Heimatstadt, und nach einer schlaflosen Nacht, in der er sich betend an Fortunatus wandte, den Patriarchen von Grado, der sich im achten Jahrhundert ebenfalls gegen ein Imperium, gegen Byzanz, gestellt hatte, zerriss er den Einberufungsbefehl des Kaisers und verließ im Morgengrauen, ohne von seinen Eltern Abschied zu nehmen, die Wohnung an der Via dell’Istria.
Über Udine, Padua, Ferrara und Bologna kam er bis nach Rom. Dort schloss er sich als Freiwilliger den Granatieri di Sardegna an und wurde nach einer dreiwöchigen Ausbildung an die Front bei Monfalcone verlegt.
Beim Sturm auf die österreichischen Stellungen erlitt er eine Beinverletzung, und die Monate darauf, bis zu seiner Genesung, saß er als Leutnant der Territorialmiliz in den Bergen bei Garda ab, bevor man Angelo in ein Regiment versetzte, das im Mai 1916 auf der Hochebene bei Asiago fast vollständig aufgerieben wurde. Mit einer Tapferkeitsmedaille in Gold nahm er unter dem Herzog von Aosta an der Schlacht von Caporetto teil und kehrte nach dem Waffenstillstand von Villa Giusti im November 1918 in seine Heimatstadt zurück.“

 

Lukas Bärfuss (Thun, 30 december 1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e december ook mijn blog van 30 december 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

Stefan Brijs, Norbert Hummelt

De Vlaamse schrijver Stefan Brijs werd geboren op 29 december 1969 in Genk. Zie ook alle tags voor Stefan Brijs op dit blog.

Uit: Het geduld van de bloemen

“Kort nadat mijn vrouw en ik begin april 2014 in ons huis waren getrokken, probeerde een paartje boerenzwaluwen een nest te bouwen op het terras. Hun pogingen mislukten
echter keer op keer doordat de modder niet bleef plakken aan de houten balken van het dak. Inderhaast hing ik een kunstnest op dat ik uit België had meegenomen en al binnen
een dag begon het paartje de binnenkant ervan met strootjes en veertjes te bekleden. Een week later had het vrouwtje haar eerste ei gelegd. In mijn verbeelding hoorde ik haar een zucht van verlichting slaken.
In de volgende jaren kwam er een tweede en een derde paartje bij, hun – soms zelfgemaakte – nesten keurig verspreid over de breedte van het terras, één aan de linkerkant, één in het midden en één aan de rechterkant, telkens een meter of drie ertussen. De paartjes keerden jaar na jaar terug (met 14 februari als vroegste datum) of werden na wat schermutselingen door een ander paartje afgelost. De nesten telden telkens twee legsels met vier tot vijf jongen. Cijfers heb ik nooit bijgehouden, maar alles bij elkaar moeten hier in acht jaar meer dan honderd jongen zijn geboren en uitgevlogen. En als dank weerklonk de hele lente en zomer vrolijk gekwetter op het terras.
Toen mijn moeder in januari 2021 ernstig ziek werd, was ik voor het eerst een langere periode onafgebroken in België. Het huis bleef ruim een maand leeg achter, het terras was al die tijd verlaten. Twee paartjes boerenzwaluwen waren al teruggekeerd voor ik half april vertrok, het derde nest was een jaar eerder leeg gebleven. Ik hoopte bij mijn terugkeer een nieuw paartje te mogen verwelkomen.
Mijn moeder stierf op 7 mei 2021. Ze zwaaide nog een laatste keer naar ons en vertrok voorgoed. In de dagen tussen haar dood en haar crematie maakte ik lange wandelingen in natuurreservaat De Maten in Genk, aan de rand waarvan ik enkele jaren gewoond heb. Een zwarte specht toonde me van dichtbij haar rouwkleed. Een roerdomp liet zijn weemoedigste roep horen. Vanaf een duin staarde ik naar het water van een ven dat de hemel weerspiegelde.”

 

Stefan Brijs (Genk, 29 december 1969)

 

De Duitse dichter en schrijver Norbert Hummelt werd geboren op 30 december 1962 in Neuss. Zie ook alle tags voor Norbert Hummlt top dit blog en ook mijn blog van 24 juni 2009.

 

interlokaal gesprek

op deze dag was het stil in berlijn jij was al
enkele uren geleden uit het huis vertrokken ik
voelde me enigszins ontspoord en had verhoging
en een tijdje met de benen omhoog liggen ik hield
de hoorn vast en kreeg verbinding en hoorde in het
haperen van de tijd de klokken luiden verderop in
het westen luid en duidelijk alsof ze naast me hingen.
ik zakte langzaam in elkaar en dacht ik ruik de rijn
weer en hoorde het water om me heen klotsen en wou
nog niet geboren zijn en wat van de andere kant
kwam klonk als gedempte radiostemmen
achter een groot en donker membraam .. ik hield
de hoorn vast en liet niets merken en hoorde
hoe jij met de sleutel kwam en slikte nog iets
en wil niet sterven toen was de opwinding
weer voorbij het was een vrije dag begin oktober
aan het gesprek waren geen kosten verbonden.

 

Vertaald door Jan Baeke

 

Norbert Hummelt (Neuss, 30 december 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e december ook mijn blog van 29 december 2018.

Burkhard Spinnen, Alexander Gumz

De Duitse schrijver Burkhard Spinnen werd geboren op 28 december 1956 in Mönchengladbach. Zie ook alle tags voor Burkhard Spinnen op dit blog.

Uit: Vorkriegsleben

„Montag, 14. Februar 2022. Die Mutter sitzt in ihrem Sessel, den Rücken zum Fens-ter. Sie trägt keine Maske, und sie wird keine aufsetzen; die Pandemie hat sie von Anfang an nicht verstanden. Seine eigene Maske hat Morjan schon abgenommen. Ein Besuch damit ist völlig undenkbar. Jetzt muss er es sagen, und er tut es: »Hallo, Mama!« Der Text könnte kaum simpler sein, aber er muss den richtigen Ton treffen. Es muss klingen, als käme er gerade von der Schule nach Hause. Ein freundlicher Gruß, aber eigentlich die Aufforderung, heiter zu sein, von Sorgen nicht zu reden und nicht danach zu fragen. »Hallo«, antwortet die Mutter. Es fehlt der Name. Kein Richard, das ist ein schlechtes Zeichen. Womöglich hält sie ihn heute wieder für ihren Vater oder ihren Ehemann oder ihren Bruder, alle tot seit vielen Jahren. Morjan setzt sich ihr gegenüber. Zwischen ihnen steht der runde Tisch, der noch aus dem Elternhaus stammt. Soffy legt sich darunter, den Blick zur Tür gerichtet. Sie meidet die Mutter; vielleicht weiß sie auf ihre Art, dass etwas mit der alten Frau nicht stimmt. Die Mutter ihrerseits nimmt niemals Notiz von der Hündin. Sie meidet Themen, in denen sie sich nicht auskennt, und die gibt es wahrlich zur Genüge. Morjan trägt Anzug mit Hemd und Krawatte, weil er gleich noch einen offiziellen Termin hat. Jeans, kariertes Hemd und Parka wie damals zu Schulzeiten wären besser. Manchmal helfen sie der Mutter, ihn als den zu erkennen, der er ist: ihr einziges Kind. Doch wichtiger ist sein Gesichtsausdruck. Der muss unbedingt
zum Tonfall der Begrüßung passen: ein unironisches, entspanntes Lächeln. Die Mutter missversteht die ganze Welt, aber Gesichter kann sie noch lesen, natürlich nur ohne Maske. Morjan beherrscht dieses Lächeln, aber es fühlt sich falsch an. »Ach«, sagt die Mutter. »Gut, dass du kommst« Das sagt sie immer. Was dahintersteckt, hört Morjan an der Melodie. Sie kann es sagen, als käme jemand, von dem sie einen guten Rat erhofft. Heute sagt sie es so, als hätte man sie in der Wildnis ausgesetzt. »Was gibt es denn?«, sagt Morjan durch sein Lächeln hindurch. »Die«, sagt die Mutter. Aber schon ist da eine Lücke. Man hat ihr etwas angetan, aber sie weiß nicht mehr, wer das war. »Die haben mich —« Weiter kommt sie nicht. Sie hat die Täter vergessen und die Tat Aber dass man sie verletzt oder missachtet oder beleidigt hat, das weiß sie, und davon wird sie sich nicht abbringen lassen, erst recht nicht durch Sätze wie den, etwas könne nicht schlimm sein, wenn man es so schnell vergessen habe.“

 

Burkhard Spinnen (Mönchengladbach, 28 december 1956)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Alexander Gumz werd geboren op 19 december 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Alexander Gunz op dit blog.

 

ozon in de avond

ik vind het fijn dat we ’s avonds lichter worden,
met onze groene handschoenen het weer trotseren.

ik hou van het friendly fire van de radiostations,
de hobby’s van keepers uit de regionale competitie.

wie geen tuin heeft, moet door het platteland kruipen,
de horizon verkleinen, vogelgeluiden

met ballen bekogelen. natuurlijk, het gezelschap
van bierblikjes is niet half zo fijn als vroeger.

toen elke dag zaterdag heette, telden doelpunten
dubbel. ik vind het geweldig als spitsen

de regen in stappen, hun positie uitschakelen
(de voorzetten van de dropshots). geen score

bereikt hen meer. In de schemering
sist er niets anders om onze oren dan ozon.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Alexander Gumz (Berlijn, 19 december 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e december ook mijn blog van 28 december 2018 en ook mijn blog van 28 december 2015 en eveneens mijn blog van 28 december 2014 deel 2.