Libris Literatuur Prijs 2026 voor Bert Natter

Libris Literatuur Prijs 2026 voor Bert Natter

De Nederlandse schrijver Bert Natter heeft de Libris Literatuur Prijs gekregen voor zijn roman “Aan het einde van de oorlog”.Zie ook alle tags voor Bert Natter op dit blog.

Uit: Aan het einde van de oorlog

“CHRISTINE BIJ DE KAPPER IN HET STADJE Christine sluit haar ogen, vooral om niet steeds in de spiegel de gedienstige kapper te hoeven zien. Een mankepoot. Als ze haar ogen sluit, lijkt het net of ze thuis is. Daar heeft ze er eentje die zich met soortgelijk gebonk door het leven beweegt.
Vanochtend aan de ontbijttafel vroeg ze haar echtgenoot of het niet verstandig was de jongens thuis te houden, vanwege het gerommel, dat sinds zonsopgang steeds luider leek te worden.
“Hoezo?” vroeg hij met volle mond, niet eens opkijkend van het rapport dat hij doorbladerde. Hij nam een slok thee en spoelde een hap brood weg.
“Vanwege de Russen: Het was de tweede keer dat ze het onderwerp aansneed. Vanmorgen vroeg wilde ze alleen bij haar echtgenoot schuilen, maar nu… nu verwachtte ze antwoorden en actie.
“Jij met je Russen..: zei hij zacht ‘Ik heb je toch gezegd dat ze..”
‘Ik ben niet gek. Mijn hart zegt dat mijn jongens als ze uit school komen beter binnen kunnen blijven. En we moeten hier weg.”
Haar echtgenoot zette zijn kop op tafel. ”Die jongens gaan vanmiddag gewoon naar buiten. Een gezonde geest in een gezond lichaam. En wij blijven. Ik kan toch niet als… als kapitein het schip verlaten.”
Op z’n hoogst is hij tweede stuurman, maar dat zei Christine niet, ze zuchtte alleen diep.
“Misschien moeten ze dat kettinkje afdoen” zei hij even later, terwijl hij van tafel opstond. ”Het kamp komen ze helemaal niet meer binnen.”
“Nee, laat ze alsjeblieft dat kettinkje omhouden”.
“Wat jij wilt.” Hij draaide zich van haar af, naar de piano, waar hij midden in de nacht nog op had zitten oefenen, tot wanhoop van haar. ‘Ik heb te veel aan mijn hoofd voor dit soort vermoeiende gesprekken. Vanavond moet ik spelen… Goed, ze houden het kettinkje om en als ze uit school komen, gaan ze buiten spelen, ze weten heel goed waar de grens van hun speelterrein ligt en jij ziet erop toe dat ze op tijd thuis zijn, zodat je erbij kunt zijn vanavond.”
Boink-stap, boink-stap, daar komt de kapper weer aan, met een ronde spiegel in een houten lijst. Net als hij die omhooghoudt, zodat Christine haar kapsel van achter kan zien, grijpt de man onder de kreet “Mijn been!” naar zijn houten poot.
De spiegel valt in stukken op de vloer.”

 

Bert Natter (Baarn, 19 januari 1968)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *