Tomas Tranströmer, Wilhelm Busch

De Zweedse dichter en schrijver Tomas Tranströmer werd geboren in Stockholm op 15 april 1931. Zie ook alle tags voor Tomas Tranströmer op dit blog.

 

MIDWINTER

Een blauw schijnsel
stroomt mijn kleren uit.
Midwinter.
Tinkelende tamboerijnen van ijs.
Ik sluit mijn ogen.
Er bestaat een geluidloze wereld
er bestaat een kier
waardoor doden
de grens over worden gesmokkeld.

 

AFGELEGEN ZWEEDSE HUIZEN

Een wirwar van zwarte sparren
en dampende manestralen.
Verzonken ligt hier de kleine boerderij
schijnbaar zonder leven.

Tot de ochtenddauw murmelt
en een oude man
– met trillende hand –
het raam opent en een oehoe naar buiten laat.

En in een andere windstreek staat het
nieuwe huis te stomen
met de wasgoedvlinder
fladderend aan de hoek

midden in een stervend bos
waar de vermolming door een
bril van boomsap de protocollen
van de schorskevers leest.

Zomer met vlasblonde regen
of één enkele donderwolk
boven een blaffende hond.
Het zaad trappelt in de aarde.

Opgewonden stemmen, gezichten
vliegen in de telefoondraden
op misvormde snelle vleugels
over de moeraslandmijlen.

Het huis op een eilandje in de rivier
broedend op zijn stenen fundament.
Niet aflatende rook – men verbrandt er
de geheime papieren van het bos.

De regen draait in de hemel.
Het licht kronkelt in de rivier.
Huizen op de steile helling bewaken
de witte ossen van de waterval.

Herfst met een bende spreeuwen
die de ochtendstond controleert.
De mensen bewegen stijf over
het toneel van het lamplicht.

Laat hen vreesloos voelen
de gecamoufleerde vleugels
en Gods energie
opgerold in het donker.

 

Madrigaal

Ik erfde een donker bos waarheen ik zelden ga. Maar er komt een dag
dat de doden en levenden van plaats verwisselen. Dan zet het bos zich in
beweging. Wij zijn niet zonder hoop. De zwaarste misdaden blijven
onopgehelderd ondanks het inzetten van veel politie. Op dezelfde wijze
bestaat er ergens in ons leven een grote onopgehelderde liefde. Ik erfde
een donker bos maar vandaag loop ik het andere bos in, het lichte. Al het
levende dat zingt, slingert, wuift en kruipt! Het is lente en de lucht is heel
scherp. Ik ben afgestudeerd aan de universiteit van het vergeten met even
lege handen als het overhemd aan de waslijn.

 

Vertaald door J. Bernlef

 

Tomas Tranströmer (15 april 1931 – 26 maart 2015)

 

De Duitse dichter en tekenaar Wilhelm Busch werd geboren in Wiedensahl op 15 april 1832. Zie ook alle tags voor Wilhelm Busch op dit blog.

Uit: Max en Maurits. Een jongenshistorie in zeven streken

Eerste streek

Heel veel mensen hebben ’t druk
met hun kippen: tuk, tuk, tuk!
Daar is wel wat voor te zeggen,
wijl die vogels eieren leggen.
Verder: wijl men nu en dan
kippeboutjes eten kan.
En ten derde vult men met
kippeveeren ook het bed;
want men slaapt niet graag op stro:
’t is zoo hard, en steekt ook zoo.

Juffrouw Bolte, ’t brave mens,
koesterde ook dien hartenwens.
Zie haar kipjes daar eens staan,
met hun brave, trouwen haan. –
Max en Maurits dachten toen:
‘Kunnen wij geen kwaad hier doen?’
En jawel, wat doen de gasten?
Snufflen gaan ze in moeders kasten,
snijden vlug vier reepjes brood,
ieder als je pink zoo groot,
binden die, bij moeder thuis,
aan twee draadjes overkruis,
en dan leggen ze die gauw
op het erf der goede vrouw.

Pas heeft dit de haan ontdekt,
of daar klinkt zijn langgerekt
‘Kukeleku! Kukeleku!
Kipjes, hier is wat voor u!’
Zonder eerst zich te bezinnen,
slokt een elk het brood naar binnen.
Maar wat moeten ze ontdekken?
Hoe ze rukken, hoe ze trekken,
niemand kan er heen of weer;
en hun keel doet vreeslijk zeer.
Angstig fladderen ze omhoog,
met den doodsangst in het oog.
Tot ze eindelijk aan een lange
dorren boomtak blijven hangen. –
Zie, hun hals wordt lang en langer,
hun gekakel bang en banger.
Elk legt in die hoge nood
nog een ei,… en gaat dan dood.

Juffrouw Bolte, in ’t ledikant,
denkt: ‘Wie schreeuwt daar moord en brand?’
Ach, wat moet ze nu ontwaren!
Schier te berge staan haar haren.
‘Ach, stroomt uit mijn oog, gij tranen!
Wie had ooit dit kunnen wanen?
Ach, mijns levens schoonste droom
hangt aan deze appelboom!’
Sidderend en droef te moe,
ijlt ze naar de doden toe,
neemt haar mes, na kort beraad,
en doorsnijdt de dunne draad.
En met roodbekreten oogen
is ze huiswaarts weer getogen.
’t Eerste schelmstuk is gedaan.
Maar nu komt het tweede aan.

 

Vertaald door Thomas van Buul

 

Wilhelm Busch (15 april 1832 – 9 januari 1908)
Wilhelm Busch. Zelfportret met gevederde hoed en palet, 1866

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e april ook mijn blog van 15 april 2020 en eveneens mijn blog van 15 april 2019 en ook mijn blog van 15 april 2018 deel 3.

Unbeliebtes Wunder (Wilhelm Busch), Hans Magnus Enzensberger

 

 

Sint Maartensavond door de Duits- Nederlandse schilder Eduard Geselschap, 1870

 

Unbeliebtes Wunder

In Tours, zu Bischof Martins Zeit,
Gab’s Krüppel viel und Bettelleut.
Darunter auch ein Ehepaar,
Was glücklich und zufrieden war.
Er, sonst gesund, war blind und stumm;
Sie sehend, aber lahm und krumm
An jedem Glied, bis auf die Zunge
Und eine unverletzte Lunge.

Das passte schön. Sie reitet ihn
Und, selbstverständlich, leitet ihn
Als ein geduldig Satteltier,
Sie obenauf, er unter ihr,
Ganz einfach mit geringer Müh,
Bloß durch die Worte Hott und Hü,
Bald so, bald so, vor allen Dingen
Dahin, wo grad die Leute gingen.

Fast jeder, der’s noch nicht gesehn,
Bleibt unwillkürlich stille stehn,
Ruft: „Lieber Gott, was ist denn das?“
Greift in den Sack, gibt ihnen was
Und denkt noch lange gern und heiter
An dieses Ross und diesen Reiter.

So hätten denn gewiss die zwei
Durch fortgesetzte Bettelei,
Vereint in solcherlei Gestalt,
Auch ferner ihren Unterhalt,
Ja, ein Vermögen sich erworben,
Wär’ Bischof Martin nicht gestorben.

Als dieser nun gestorben war,
Legt man ihn auf die Totenbahr
Und tät’ ihn unter Weheklagen
Fein langsam nach dem Dome tragen
Zu seiner wohlverdienten Ruh.
Und sieh, ein Wunder trug sich zu.

Da, wo der Zug vorüberkam,
Wer irgend blind, wer irgend lahm,
Der fühlte sich sogleich genesen,
Als ob er niemals krank gewesen.

Oh, wie erschrak die lahme Frau!
Von weitem schon sah sie’s genau,
Weil sie hoch oben, wie gewohnt,
Auf des Gemahles Rücken thront.
„Lauf“, rief sie, „laufe schnell von hinnen,
Damit wir noch beizeit entrinnen.“
Er läuft, er stößt an einen Stein,
Er fällt und bricht beinah ein Bein.

Die Prozession ist auch schon da.
Sie zieht vorbei. Der Blinde sah,
Die Lahme, ebenfalls kuriert,
Kann gehn, als wie mit Öl geschmiert,
Und beide sind wie neu geboren
Und kratzen sich verdutzt die Ohren.

Jetzt fragt es sich: Was aber nun?
Wer leben will, der muss was tun.
Denn wer kein Geld sein eigen nennt
Und hat zum Betteln kein Talent
Und hält zum Stehlen sich zu fein
Und mag auch nicht im Kloster sein,
Der ist fürwahr nicht zu beneiden.
Das überlegten sich die beiden.

Sie, sehr begabt, wird eine fesche
Gesuchte Plätterin der Wäsche.
Er, mehr beschränkt, nahm eine Axt
Und spaltet Klötze, dass es knackst,
Von morgens früh bis in die Nacht.
Das hat Sankt Martin gut gemacht.

 

Wilhelm Busch (15 april 1832 – 9 januari 1908)
Wiedensahl, de geboorteplaats van Wilhelm Busch. Op de donderdag in de week van Sint Maarten wordt in Wiedensahl elk jaar de Martinimarkt gehouden.

 

De Duitse dichter en schrijver Hans Magnus Enzensberger werd geboren op 11 november 1929 in Kaufbeuren. Zie ook alle tags voor Hans Magnus Enzensberger op dit blog.

 

De voortreffelijke eigenschappen van mijn vrouw

De voortreffelijke eigenschappen van mijn vrouw zijn te talrijk
voor een velletje A4.
Zij is een veelcellige met spetterende haren,
die ’s nachts, wanneer zij slaapt, voortreffelijk gedijen.
Ik hou van elk ervan. Van zachte delen
is zij goed voorzien. Wanneer haar neusgaten
lichtjes beven, weet ik dat zij denkt.
Hoe vaak zij denkt, en hoe onwillekeurig zij leeft!
Ik weet dat zij haar tong kan krullen,
dat zij voetjes kan geven. Wanneer zij lacht of boos is,
vormt zich aan haar mond een nieuwe plooi,
die mij bevalt. Niet helemaal wit is zij,
zij heeft verscheidene kleuren. Ook haar ademtochten
zijn talrijk, om nog maar te zwijgen van de zielen in haar borst.
Het verwondert mij dat zij meestal hier is,
waar ik toevallig ben.

 

Vertaald door René Smeets

 

Hans Magnus Enzensberger (11 november 1929 – 24 november 2022)

 

Zie voor nog meer gedichten bij Sint Maarten ook alle tags voor Sint Maarten op dit blog.

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e november ook mijn blog van 11 november 2018 deel 1 en ook deel 2. en eveneens deel 3.