De Lente (Frederik van Eeden), Ricus van de Coevering

 

 

Voorjaar door Sabine Frey, 2011

 

De Lente

Reeds is het statig eiber-paar gekomen,
’t geduldig rijs wringt stil de knoppen los,
de zoele lente luwt door ’t zonnig bosch
en wiegt mijn geest in weemoeds-zoete droomen.

Violengeur stijgt op uit vochtig mos,
een bronzen gloed verjongt de dorre boomen,
en primula’s en dotterbloemen zoomen
de groene wei met gouden voorjaarsdos.

Wat heb ik, milde! naar uw komst gesmacht!
wat scheen uw toeven lang! — is ’t niet mijn leven
dat door uw donzen adem wordt gewekt?

Eens zult ge niet meer keeren, als ge trekt,
des weerziens zaligheid mij niet meer geven
en grimmig grijnst dan d’eindelooze nacht.

 

Frederik van Eeden (3 april 1860 – 16 juni 1932)
Haarlem, de geboortestad van Frederik van Eeden in de lente

 

De Nederlandse schrijver Ricus van de Coevering werd op 20 maart 1974 in Asten geboren. Zie ook alle tags voor Ricus van de Coevering op dit blog.

Uit: De hooier

“Timo stapte uit bed, misschien voor de laatste keer als scholier. Alleen het woord al, scholier: pokdalig en mager, onhandig en verlegen. Straks was hij misschien student in de stad, student biotechniek. De film 2001: A Space Odyssey van Stanley Kubrick had hem op het idee gebracht om iets in die richting te gaan doen. Tijdens een filmavond op school gebeurde het. Hij zat helemaal achter in de aula, waar de Abtrünnigen en einzelgängers zaten, toen een sprookjesachtig verlangen met een schokje in hem wakker werd. Op het witte doek gebruikte een mensaap een langwerpig bot voor het eerst als werktuig en sloeg er een andere mensaap mee dood, om het wapen vervolgens met een brul de lucht in te gooien. De camera volgde de vlucht — en in de volgende scène was het gereedschap veranderd in een ruimteschip dat door het heelal reist. Hoe de mens eens het universum ontdekken zal, als intergalactisch, bijna onsterfelijk wezen in het gewichtloze oneindige; de filmmuziek deed hem op een prettige manier huiveren, de ‘Sonnenaufgang’ vooral, uit het symfonische gedicht van Richard Strauss, opus 3o. Het oergeluid van de pauken, die hele compositie, zo indrukwekkend als het besef van de geboorte van het universum zelf. Thuisgekomen die avond, deed hij op zijn computer onderzoek naar de film — en zo kwam hij via Kubrick en Strauss al snel bij Nietzsche uit. Hij las over de dood van God, gestorven aan medelijden om de mensen, en over de afwezigheid van moraal en waarheid, over de ondergang en overgang die de mens tegelijkertijd is. In de maanden daarna leerde hij citaten uit zijn hoofd en wanneer iets menselijks hem niet beviel dan dacht hij: der Mensch ist ein Seil, geknüpft zwischen Tier und Obermensch — ein Seil über einem Abgrunde. Aangenaam, Timo Vinck, student Bachelor of Science richting Biotechniek — zo stelde hij zich in zijn fantasieën soms al voor. Zo gepassioneerd als de docenten tijdens de open dagen over hun vak spraken, over de mogelijkheden die de mens nog te wachten staat, hoe aanstekelijk hun visioenen waren, de snelheid van de ontwikkelingen; een paar decennia geleden een mensenoor op de rug van een muis, zo’n schelp van kraakbeen die bij dat beestje zijn ruggengraat uit groeit, en inmiddels nanogereedschap om genetisch materiaal mee open te knippen en aan te passen. Om de mens te mogen helpen, al is het maar een klein stapje hoger op de aardse houtje-touwtje ladder! Was hij maar eerder ergens zo enthousiast over geweest.”

 

Ricus van de Coevering (Asten, 20 maart, 1974)

 

 Zie voor nog meer schrijvers van de 20e maart ook mijn blog van 20 maart 2025 en oook mijn blog van 20 maart 2021 en ook mijn blog van 20 maart 2020 en eveneens mijn blog van 20 maart 2019 en ook mijn blog van 20 maart 2016 deel 2 en eveneens deel 3 en ook deel 4.