Cees van der Pluijm, Anthony Hecht

De Nederlandse dichter, schrijver en columnist Cees van der Pluijm werd geboren op 12 januari 1954 te Radio Kootwijk (Gld.). Zie ook alle tags voor Cees van der Pluijm op dit blog.

 

Socialistisch realisme

Zodoende kent hij nu zijn burgerplicht –
Het volksbelang stijgt boven alles uit –
De staatscontroledienst wordt ingelicht.

(En Nikolaj weet meer van de schavuit
Bijvoorbeeld dat hij het met Olga houdt
Die door een dissident is opgeruid.

Dat is Andrej, voormalig kosmonaut,
Die zich vervreemd heeft van de onderbouw…)
Nauwkeurig rapporteert hij elke fout

En zie, de controleur verschijnt al gauw:
Tatjana is een frisse jonge vrouw.

 

Ondeugende roman

De bootsgezel lag uitgeput terneer,
Er viel met hem te ploegen noch te eggen
Die arme jongen – ach, hij kòn niet meer.

Hij kon zijn eigen naam niet eens meer zeggen,
Hij kwam niet verder dan een steunend ‘Moe…’
Toen zij hem vroeg hoe dit viel uit te leggen.

Het kamermeisje trok hem naar zich toe
(De koningin sliep onverstoorbaar voort)
En eiste dreigend ook een rendez-vous:

‘Zo niet dan ben jij voor de ochtend gloort
Ontmand en wel teruggekeerd aan boord.’

 

Lustige zeeroman

De pest breekt uit, de kapitein verdrinkt
De bottelier verhangt zich in het ruim
Hojo, hojo! Ons aantal koppen slinkt

Een zwabbergast stapt zingend in een fluim
En kiest het ruime sop op eigen kracht
Maar ’t leven is niet enkel as en schuim

De haven lonkt; wie weet wat ons daar wacht!
Wij gaan met 13 knoop naar Mexico
En ’t is geen pikbroek die daar niet naar smacht…

Het leven is een feest, ik zeg maar zo:
‘Hojo, hojo, hojo, hojo, hojo!’

 

Cees van der Pluijm (12 januari 1954 – 14 december 2014)

 

De Amerikaanse dichter Anthony Hecht werd geboren op 16 januari 1923 in New York. Zie ook alle tags voor Anthony Hecht op dit blog.

 

De Venetiaanse Vespers (Fragment)

Canto II

Daarachter een gekringeld samenvloeien
Van schuine lijnen, als de strengen van
Een zijden koord, in ’t door een lichte bries
Gerimpeld water. Zonlicht tooit de baai
Met schittering van scherven dansend zilver.
Die rimpeltjes en kopjes promeneren,
Gehaast en schertsend, geen moment verveeld.
Ils se promènent, als vrij welgestelde
Gezinnen in het Bois, op zondag. Blij om
Die zorgeloosheid en gefascineerd
Door zonne-morsetekens in de haven,
Ben ik, voor het moment, geheel genezen,
Onthecht, en los van toekomst en verleden,
Zelfs van de wetenschap dat deze Zee
Van Hadria, des Doges gemalin,
De koele, de gewijde, is afgeschuimd
Door kooplui uit haast alle werelddelen,
En al die kristallijnen breekbaarheid
Waarvoor ze zweten aan de ovens lijkt
Een wondere en breekbare triomf.
De eerste ruwe bol van glas, gestold,
Wordt aan de blaaspijp, gloeiend heet en zacht
Als toffee nog, gedompeld in een mal,
Die van metaal is en van binnen als
Een ananas met stekels is bezet.
Het glas krijgt voor de helft een regelmatig
Patroon van kuiltjes zo, en als die eenmaal
Bedekt zijn met een vloeibare glazuur,
Ontstaan er belletjes gevangen lucht,
Geëmailleerde, parelende leegtes.

 

Vertaald door Paul van den Hout

 

Anthony Hecht (16 januari 1923 – 20 oktober 2004)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e januari ook mijn blog van 12 januari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.