Andrea Voigt, Harald Hartung

De Nederlandse dichteres en schrijfster Andrea Voigt werd geboren in Rotterdam op 29 oktober 1968. Zie ook alle tags voor Andrea Voigt op dit blog.

Uit: Niemand is zo wakker

“Hij keek naar de fijne, donkere haartjes op haar bovenlip, de gladde, olijfkleurige huid. De licht gebogen neus met daaronder de gewelfde bovenlip. Hij ging met zijn wijs-vinger naar een wenkbrauw en volgde de perfecte boog, maar raakte die niet aan. Het was stil in het grote vertrek. Een laag, winters licht scheen naar binnen op dc meubelen, op de lakens, op haar zwarte haar. Hij streek met zijn hand door haar krullen en rook aan haar hoofd. Zo had zij dat ook bij hem gedaan. Soms ging hij met Isaac en Miriam mee om over de markt of langs het water te zwerven, en als ze dan naar huis waren gerend voor het eten — zij beiden altijd harder dan hij, en hij met een piepende adem — deed hun moeder de deur open om hen binnen te laten. Miriam holde na een snelle begroeting langs haar heen, door naar de kamer waar hun broertje Cabriël lag, haar vlechten zwiepend achter haar aan. Isaac volgde haar op de voet; zelf bleef hij in dc gang stilstaan om uit te hijgen. En dan keek zijn moeder hem onderzoekend aan, ze boog zich voorover en rook in zijn haren, zacht en rustig, tot zijn ademhaling tot bedaren kwam. Die paar ogenblikken luisterde hij samen met haar naar de heldere stemmen van Miriam en Isaac, het spelen van Rebecca, het gebrabbel van Gabriël, het ratelen van de karren op de keien, het zware stemgeluid van de koopmannen die de kisten in ontvangst namen en in hun opslagruimten lieten zetten. Het roepen van de schippers op de Houtgracht, het gejank van de meeuwen. Nu rook hij de zachte zweetlucht van haar strijd, haar zeep, haar bloesemwater, en een nieuwe geur die hij nog niet kende. Iets pittigs, dat moest het zijn. ‘Wat is pittig?’ had hij zijn vader gevraagd toen Isaac en hij mee mochten naar het pakhuis. ‘Is dat hetzelfde als hartig?’ ‘Bijna,’ had zijn vader afwezig geantwoord, druk bezig met een partij gedroogde abrikozen. De vruchten roken als vers stro. ‘Mag ik er een?’ vroeg hij. Meteen kwam Isaac eraan gehold. ‘Ik ook!’ ‘Jullie eten alles op, zo kan ik niets verkopen,’ bromde hun vader goedmoedig. Ze lieten het vruchtvlees met de zoetzure smaak langzaam langs hun verhemelte gaan en keken elkaar aan. ‘Het smaakt naar Portugal,’ zei hij. ‘Niet,’ zei Isaac, ‘dat kun je helemaal niet weten.’ ‘Maar zo smaakt het echt,’ hield hij vol. ‘Voor mij anders niet,’ zei Isaac. ‘Kun je allebei iets anders proeven?’ vroeg hij aan zijn vader, maar die was alweer met een koopman in onderhandeling over een paar zakken niet noten. Hij kwam graag in het pakhuis. Vooral in de zomer, als alle handelswaar warm en geurig was. Isaac deed dan zijn ogen dicht en hijzelf duwde hem rond.”

 

Andrea Voigt (Rotterdam, 29 oktober 1968)

 

De Duitse schrijver, dichter en literatuurwetenschapper Harald Hartung werd geboren op 29 oktober 1932 in Heme. Zie ook alle tags voor Harald Hartung op dit blog. Harald Hartung overleed op 13 september jongstleden op 92-jarige leeftijd.

 

Papier waarop het sneeuwt

Ik kon urenlang kijken
naar het sneeuwen
de lettergrepen van de sneeuwval
die woorden en zinnen vormden
en langzaam de bomen verzwaren
totdat alle lijnen gevuld waren
en het papier weer wit was

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Harald Hartung (29 oktober 1932 – 13 september 2025)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e oktober ook mijn blog van 29 oktober 2018 en ook mijn blog van 29 oktober 2017 deel 2 en eveneens deel 3.

Evelyn Waugh, István Kemény

De Britse schrijver Evelyn Waugh werd geboren in Londen op 28 oktober 1903. Zie ook alle tags voor Evelyn Waugh op dit blog.

Uit: Brideshead Revisited

“Towards the end of that summer term I received the last visit and Grand Remonstrance of my cousin Jasper. I was just free of the schools, having taken the last paper of History Previous on the afternoon before; Jasper’s subfusc suit and white tie proclaimed him still in the thick of it; he had, too, the exhausted but resentful air of one who fears he has failed to do himself full justice on the subject of Pindar’s Orphism. Duty alone had brought him to my rooms that afternoon, at great inconvenience to himself and, as it happened, to me, who, when he caught me in the door, was on my way to make final arrangements about a dinner I was giving that evening. It was one of several parties designed to comfort Hardcastle–one of the tasks that had lately fallen to Sebastian and me since, by leaving his car out, we had got him into grave trouble with the proctors.
Jasper would not sit down; this was to be no cosy chat; he stood with his back to the fireplace and, in his own phrase, talked to me “like an uncle.”
“…I’ve tried to get in touch with you several times in the last week or two. In fact, I have the impression you are avoiding me. If that is so, Charles, I can’t say I’m surprised.
“You may think it none of my business, but I feel a sense of responsibility. You know as well as I do that since your–well, since the war, your father has not been really in touch with things–lives in his own world. I don’t want to sit back and see you making mistakes which a word in season might save you from.

 

Jeremy Irons (Charles) en Anthony Andrews (Sebastian) in de tv-serie Brideshead Revisited uit 1981

 

“I expected you to make mistakes your first year. We all do. I got in with some thoroughly objectionable O.S.C.U. men who ran a mission to hop-pickers during the long vac. But you, my dear Charles, whether you realize it or not, have gone straight, hook, line and sinker, into the very worst set in the University. You may think that, living in digs, I don’t know what goes on in college; but I hear things. In fact, I hear all too much. I find that I’ve become a figure of mockery on your account at the Dining Club. There’s that chap Sebastian Flyte you seem inseparable from. He may be all right, I don’t know. His brother Brideshead was a very sound fellow. But this friend of yours looks odd to me, and he gets himself talked about. Of course, they’re an odd family. The Marchmains have lived apart since the war, you know. An extraordinary thing; everyone thought they were a devoted couple. Then he went off to France with his Yeomanry and just never came back. It was as if he’d been killed. She’s a Roman Catholic, so she can’t get a divorce–or won’t, I expect. You can do anything at Rome with money, and they’re enormously rich. Flyte may be all right, but Anthony Blanche–now there’s a man there’s absolutely no excuse for.”

 

Evelyn Waugh (28 oktober 1903 – 10 april 1966)

 

De Hongaarse dichter en schrijver István Kemény werd geboren op 28 oktober 1961 in Boedapest. Zie ook alle tags voor István Kemény op dit blog.

 

Kleine aap

De kop heeft nu geen tijd voor jou. Hij raast.
Het park heeft nu geen tijd voor jou. Hij raast.
Het verkeer heeft geen tijd voor jou. Het raast.
Allemaal razen ze.

De stad heeft nu ook geen tijd. Ook zij raast.
De nachtelijke hemel is ook bezig. Hij raast.
Ook alle airconditioners zijn aan het razen.

Niets heeft nu tijd. Alles raast.
Ze hebben geen tijd voor jou, zijn nu aan het werk.
Onder elkaar verdelen zij dit zachte gerommel.

Speel maar alleen, kleine aap

 

Vertaald door Eva Bodor en Mischa Andriessen

 

István Kemény (Boedapest, 28 oktober 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e oktober ook mijn blog van 28 oktober 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

Zadie Smith, Sylvia Plath

De Engelse schrijfster Zadie Smith werd geboren op 27 oktober 1975 in Londen. Zie ook alle tags voor Zadie Smith op dit blog.

Uit: Witte tanden (Vertaald door Sophie Brinkman)

“Vroeg in de ochtend, laat in de eeuw, Cricklewood Broadway. Op 1 januari 1975 zat Alfred Archibald Jones om 6.27 uur gekleed in corduroy in een met uitlaatgassen gevulde Cavalier Musketeer Estate met zijn gezicht omlaag op het stuur en hoopte dat God niet te zwaar over hem zou oordelen. Hij hing voorover als een liggend kruis, met openhangende kaken, de armen aan beide zijden uitgespreid als een gevallen engel; stevig vastgeklemd in zijn vuisten hield hij zijn legermedailles (links) en zijn huwelijksakte (rechts), want hij had besloten zijn fouten met zich mee te nemen. Voor zijn ogen knipperde een klein groen lampje dat een afslag naar rechts aangaf, die hij besloten had nooit te nemen. Hij had zich erbij neergelegd. Hij was er klaar voor. Hij had een muntje opgegooid en hield zich onwankelbaar aan de uitkomst. Dit was een weloverwogen zelfmoord. Een nieuwjaarsvoornemen, in feite. Maar zelfs toen zijn ademhaling krampachtig werd en het begon te schemeren voor zijn ogen was Archie zich ervan bewust dat Cricklewood Broadway een vreemde keuze zou lijken. Vreemd voor de eerste persoon die zijn ineengezakte gestalte door de voorruit zou zien, vreemd voor de politiemensen die het rapport zouden schrijven, voor de plaatselijke journalist die er vijftig woorden aan zou wijden, voor de familieleden die ze zouden lezen. Ingeklemd tussen een almachtig betonnen bioscoopcomplex aan de ene kant en een gigantische kruising aan de andere kant kon je Cricklewood eigenlijk geen plaats noemen. Geen plaats waar een man heen ging om te sterven. Het was een plaats waar een man kwam om naar andere plaatsen te gaan via de A14. Maar Archie Jones wilde niet sterven in een of ander aangenaam, afgelegen bos of op de rand van een rots omgeven door tere heideplantjes. Wat Archie betrof sterven plattelanders op het platteland en stedelingen in de stad. zo hoort het. In de dood zoals hij in het leven was en dat soort dingen. Het was wel logisch dat Archie daar zou sterven, in die akelige straat waar hij op zijn zevenenveertigste terecht was gekomen en in zijn eentje in een kleine flat woonde boven een verlaten patatzaak. Hij was geen type voor gedetailleerde plannen – zelfmoordbriefjes en begrafenisinstructies -geen type voor overdreven gedoe. Het enige wat hij vroeg was een beetje stilte, een beetje rust om zich te kunnen concentreren. Hij wilde dat het volkomen vredig en kalm was, als in een lege biechtstoel, of het moment in de hersenen tussen gedachte en spraak.”

 

Zadie Smith (Londen, 27 oktober 1975)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Sylvia Plath werd geboren op 27 oktober 1932 in Jamaica Plain, een buitenwijk van Boston. Zie ook alle tags voor Sylvia Plath op dit blog.

 

Verschijning

De glimlach van een ijskast is verpletterend.
Die blauwe stromen in je aders, mijn beminde!
Ik hoor het snorren van je grote hart.

Haar lippen blazen plussen en procenten
Als zoenen voor zich uit.
Het is maandag in haar geest: voornemens

Maken hun opwachting, frisgesteven.
Wat moet ik aan met al dat ongerijmde?
Wit zijn m’n manchetten, en ik buig.

Is dit nu liefde, de rode stof rollend vanonder
De stalen naald die flitst en flitst?
Jasjes en jurkjes komen ervan,

Die een heel geslacht meegaan.
Haar lichaam, zoals het zich opent en sluit –
Een Zwitsers horloge juwelen voor scharnieren!

O hart, wat een ontreddering!
De sterren blinken, als schrikbarende getallen.
Haar oogleden melden: ABC.

 

Vertaald door Anneke Brassinga

 

Sylvia Plath (27 oktober 1932 – 11 februari 1963)
In 1951

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e oktober ook mijn blog van 27 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Maartje Wortel, Andrew Motion

De Nederlandse schrijfster Maartje Wortel werd geboren in Eemnes op 26 oktober 1982. Zie ook alle tags voor Maartje Wortel op dit blog.

Uit: IJstijd

“Ik verblijf in een hotel in Amsterdam-Oost als Monica in mijn leven komt. Hotel Arena (****) is niet direct een hotel naar mijn smaak, maar ze hebben er een bar en de serveersters zijn knap en ze hebben ook een huiskat, Zieck III, die ik meeneem naar mijn kamer zodat ik wat gezelschap heb. De kat is in niets te vergelijken met Marie, die mij net heeft verlaten. Het moeilijkste aan haar afwezigheid vind ik dat ze nog wel ergens is, meegroeit met de tijd, rondloopt in de stad, in bed ligt en eet en vrijt en slaapt, maar dan zonder mij. Ze heeft mij niet meer nodig om verder te kunnen leven en waarschijnlijk heeft ze mij nooit nodig gehad, wat ik een onverteerbare gedachte blijf vinden. Ook ik ben, tegen beter weten in, graag nodig en ik zou met alle liefde (`tot de dood ons scheidt’) hebben willen doen alsof ik onmisbaar ben in iemands leven. Ik zou er makkelijk in kunnen geloven. Nu drink ik longdrinkglazen wodka die ik door de keurige jongens en meisjes die in het restaurant werken naar mijn hotelkamer laat brengen. Ik kom liever niet buiten de deur. In mijn hotelkamer, een kleine studio in de nok van het pand, is alles wat ik nodig heb: wit, schoon, vierkant en overzichtelijk. De centrale verwarming staat op vijfentwintig graden afgesteld en ik lig naakt op mijn rug aan de linkerzijde van het tweepersoonsbed in een van de meest luxueuze kamers die ze hebben. Ik ben misselijk van de vier rollen pepermunt die ik uit een glazen bak bij de receptie heb gevist en die ik achter elkaar heb opgegeten. Mijn handen rusten op mijn buik, ze werken als twee magneten waar alle ellende naartoe trekt, precies onder de palmen van mijn hand borrelt het. Ik weet honderd procent zeker dat ik nooit meer pepermunt ga eten en dat ik nooit meer van de misselijkheid afkom. Ik sluit mijn ogen en laat mijn lichaam zijn gang gaan. Het is alsof de zwaartekracht harder aan me trekt dan normaal, mijn pik, mijn vlees, mijn huid hangen slap naar beneden. Ik val bijna in slaap als de telefoon overgaat, niet mijn mobiel, maar de telefoon die naast me op het nachtkastje staat en waarmee ik tot nu toe alleen nog maar uitgaande gesprekken over glazen wodka en porties gamalenkroketten heb gevoerd; die hebben ze niet in het hotel, ze hebben alleen kalfsvlees- en geitenkaaskroketten, ook goed, maar ik blijf het proberen. Als je lang genoeg om iets vraagt volgt op een dag het aanbod vanzelf.”

 

Maartje Wortel (Eemnes, 26 oktober 1982)

 

De Engelse dichter, schrijver en biograaf Andrew Motion werd geboren op 26 oktober 1952 in Braintree in Essex. Zie ook alle tags voor Andrew Motion op dit blog.

 

Dagen van herdenken

Derde jaar

Drie jaar zonder te zien,
geen spraak, geen gebaar, alleen
de schaduw van wolken die over
je gezicht schuift en dan

een wereld verder wordt geblazen.
Wat voor een slaap was dat
die het licht nooit door liet breken?
Welk betoverd land

eiste je op, verbood je om zelfs
van een kus wakker te worden?
Als het de dood was,
van wie waren dan die handen

warm in de mijne, van wie
kwam het verbijsterend woord
die dag toen ik je zonnige kamer
uit wilde gaan en hoorde

‘Blijf, blijf’, en zag hoe je ogen
open knipperden, even
keken, de mijne niet wilden
herkennen en zich afwendden?

 

Vertaald door Peter Verstegen

 

Andrew Motion (Braintree, 26 oktober 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e oktober ook mijn blog van 26 oktober 2021 en ook mijn blog van 26 oktober 2018 en ook mijn blog van 26 oktober 2014 deel 2.

Elif Shafak, Andrew Motion

De Turkse schrijfster Elif Shafak (eigenlijk Elif Şafak) werd geboren in Straatsburg op 25 oktober 1971. Zie ook alle tags voor Elif Shafak op dit blog.

Uit: Zo houd je moed in een tijd van verdeeldheid (Vertaald door Manon Smits)

“Ik keek haar na tot ze aan het eind van de straat de hoek om ging. Ik had nog nooit een vrouw gezien die zo zichtbaar gebroken was en toch koppig doorging. Ik voelde me schuldig dat ik mijn raam niet had opengedaan om iets tegen haar te zeggen, te vragen of alles in orde was. En ik schaamde me omdat mijn eerste reactie was geweest om me terug te trekken in de veiligheid van mijn appartement, alsof ik bang was dat haar ellende misschien besmettelijk zou zijn. Ik bleef eraan denken, aan de overeenkomsten en de verschillen. Haar eenzaamheid, die vast niet anders was dan mijn eenzaamheid. Maar ook mijn schuchterheid tegenover haar lef. Zij had genoeg van Istanbul, terwijl ik de stad nog moest gaan ontdekken. En belangrijker nog: zij was een sterke strijder, ik was slechts een toeschouwer.
Er zijn sindsdien vele jaren verstreken. Ik woon niet meer in Istanbul. Maar vandaag, nu ik in Londen aan mijn bureau zit te schrijven over onze gepolariseerde, geteisterde wereld, denk ik onwillekeurig terug aan dat moment, aan haar, en zit ik te peinzen over woede en eenzaamheid en gekwetstheid.
De pandemie. Terwijl het coronavirus de aardbol teisterde en honderdduizenden mensen doodde, miljoenen mensen werkloos maakte en het leven zoals we het kenden aan diggelen sloeg, doken er overal in de Londense parken tekstborden op. ‘Als dit allemaal voorbij is, hoe wil je dat de wereld er dan uitziet?’ was de vraag die de borden stelden. Wat er precies werd bedoeld met dit allemaal werd niet expliciet benoemd; de voorbijganger moest zelf maar bedenken wat dat inhield – deze plotselinge verstoring van ons dagelijks leven, dit gevoel om vast te zitten in de golf van onzekerheid en de vrees voor wat er komen gaat, in deze enorme wereldwijde gezondheidscrisis met op de lange duur economische, sociale en mogelijk politieke gevolgen, in die tunnel waar wij, als mensheid, doorheen moeten zonder dat we enig idee hebben hoe en waar die kan eindigen en of er in de nabije toekomst misschien weer een nieuwe uitbraak van een virusziekte kan komen.
Onder de vraag was bewust veel ruimte vrijgelaten op de borden, zodat mensen hun antwoorden eronder konden schrijven, en vele hadden dat ook gedaan. Van alle haastig neergekrabbelde opmerkingen was er met name één die me is bijgebleven. Iemand had met blokletters geschreven: IK WIL GEHOORD WORDEN.
Als dit allemaal voorbij is wil ik leven in een andere wereld waarin ik gehoord kan worden.”

 

Elif Shafak (Straatsburg, 25 oktober 1971)

 

De Engelse dichter, schrijver en biograaf Andrew Motion werd geboren op 26 oktober 1952 in Braintree in Essex. Zie ook alle tags voor Andrew Motion op dit blog.

 

Gezelschap

I

Het is altijd eender: alleen ontwakend zie ik
de rijen okeren lichtjes van het dorp,
een veld bij ons vandaan, zie ik ze flakkeren
wanneer vogels opvliegen of bomen er
schaduw tussen drijven. Zonder dat iemand

luistert, geef ik ze de namen waar ik zin in heb
– zeg dat ze een volmaakte dorpsgemeenschap vormen,
vensters herstellen er een verborgen wereld
waar het geluk wacht. Tien jaar is nog maar kort
om te leren begrijpen dat hun leven niets op heeft met

het mijne, opgesloten in een klein vertrek
waar zachte vertrouwde stilte weer bezit van neemt.
Hoe opeens angst begint. Wanneer ik me voorstel
dat aan liefde haar zichtbaarheid is ontzegd. Ik zie
hem boven slapen, de man die mij lieveling noemt,

zijn vrouw, en bijna begin ik te geloven
dat zijn vertrouwen in mij is om geslagen in matte,
onverschillige zorg. Ik ben geworden tot
de droefenis waar hij nooit van scheidt, een sterfgeval
dat al zijn kamers erft en de verloren

wereld daar veranderen zal in bezit
– tafels en verschoten stoelen die spoedig
buitenstaanders zullen toebehoren die nu hun gordijnen
opentrekken om het tafereel te zien van nevel
die opgestegen is vanuit afkoelende lucht.

 

Vertaald door Peter Verstegen

 

Andrew Motion (Braintree, 26 oktober 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e oktober ook mijn blog van 25 oktober 2022 en ook mijn blog van 25 oktober 2018 en ook  mijn blog van 25 oktober 2016 en eveneens mijn blog van 25 oktober 2015 deel 2.

Onno Kosters, August Graf von Platen

De Nederlandse dichter Onno Kosters werd geboren op 24 oktober 1962 in Baarn. Zie ook alle tags voor Onno Kosters op dit blog.

 

Het document

Robinson die doet verbazen door zijn streken.
Volleerd kwajongen gaat hij daar, dansend in de avondzon,
die oogverblindend gevels wast,
de linkerboom van zijn houten ladder,

zo’n ladder die je voelt, zo’n ladder die waarschuwt:
die veert en kraakt, zo een met gevoel, zo een
waar je een mee kunt worden,

op zijn rechterschouder, zijn linkerarm
in een hoek van zeventig tot vijfenzeventig graden
aan zijn linkerschouderkom.
Staand (nooit hout op hout, dat gaat glijden),
stevig (rubber op steen schuift niet),
sturend. En het hoofd licht gebogen,
maar zonder deemoed of schroom in zijn tred.

De geur van lijnolie sijpelt in fijne nerven
en lange draden langs Robinsons nek en schouderbladen
(Oregon Pine), vermengt zich
met zweet en schuim en de as van zijn sigaar,
die uit zijn vulkanisch mondgeborchte waait, met

zijn herinneringen aan het glas, de bewegingen over het glas,
het warme, het schone, het glas dat zich
onder zijn zeemleren lap soms tegen zijn handen
lijkt te krommen: het glas is een kat.
Onvermurwbaar in zijn eigenwaan, zijn
tegenkracht, onder zijn strelen is het glas.

Het was een lange dag naar huis,
en straks na een broodje bal met zijn rug naar het raam
en als iedereen zit te eten:
geldlopen, praatje maken, aanbieden
het late najaar ook maar eens de dakgoten te doen,
een kwinkslag, een knipoog, een kneepje
in de wang van het kind bij haar vader, en dan
naar huis en na een pilsje naar bed want morgen
is het weer een lange dag naar huis, maar als het meezit,
een kalme, met schoonheid, met weemoed,

Robinsons weemoed om interieurs, weemoed
om wat er met zijn rug naar het raam
zo heel anders uitziet ineens, weemoed
om het kijken, het bekeken worden, peepshow,
weemoed om de strepen, weemoed om de streken
die in een keer alles in niets opgaan doen, weemoed
om het achtergelaten glas dat met toegeknepen ogen wacht.

 

Onno Kosters (Baarn, 24 oktober 1962)

 

De Duitse dichter Karl August Georg Maximilian Graf von Platen–Hallermünde werd geboren op 24 oktober 1796 in Ansbach. Zie ook alle tags voor August Graf von Platen op dit blog.

 

Venetiaanse sonnetten

XX

Hoe heerlijk is het, als de dag verkoelt,
Naar ginds te zien, waar schip en gondel zweven,
Als de lagune, spiegelglad gebleven,
Vervloeit en zacht Venetië omspoelt!

Daarna weer binnenwaarts getrokken voelt
Het oog zich, waar hoog naar de wolken streven
Paleis en kerk, waar een luidruchtig leven
Op elke trap van de Rialto woelt.

Een vrolijk volk van menig ledigganger
Krioelt hier rond, het is door niets te storen
En stoort ook nooit zijn trieste tegenhanger.

En ’s avonds komt het bij elkaar in koren,
Want op San Marco’s plein wil het de zanger,
En de verteller op de Riva horen.

 

Vertaald door Paul Claes

 

August Graf von Platen (24 oktober 1796 – 5 december 1835)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e oktober ook mijn blog van 24 oktober 2018 en ook mijn blog van 24 oktober 2015 deel 2.

Antjie Krog, Masiela Lusha, Willem Bijsterbosch, Michel van der Plas

De Zuid-Afrikaanse dichteres en schrijfster Antjie Krog werd geboren in Kroonstad op 23 oktober 1952. Zie ook alle tags voor Antjie Krog op dit blog.

 

Namens mezelf

voor niemand hoef ik me nog druk te maken
aan niemand hoef ik nog verantwoording
af te leggen of vergeving te vragen

niemands uitzichtloze positie
hoef ik nog ter discussie te stellen
in niemands leven hoef ik mij nog te verplaatsen.

de eerste voorboden van de dood
maken hun opwachting en het lichaam glijdt als zand
tussen de vingers door. de zintuigen op non-actief.

wild en wanhopig klamp je je aan het leven vast
en je isoleert je van andere zodat je allengs
meer vertrouwd raakt met de introversie van de dood.

la voor la word je leeggemaakt
totdat alleen de lege binnenkant je raakt.

 

Vertrek

een kind gaat weg. ik sta met lege handen. ten afscheid
de vertrouwde blik voordat de zonnebril.
handen tastend naar de veiligheidsriem.
de uitgestorven straat. ik zwaai maar wat. het is of

alle licht verbleekt. of alles vekilt. of ik diep
vanbinnen van geen schuld wil weten. harde
verwijten over en weer. na elk vertrek zin ik op woorden.
om het helder te krijgen. hoe ik voortaan.

het zeurende gevoel in mijn ribben. ik
broed op mogelijkheden. om wat
ons bindt in taal te uiten. je wilt zo

weinig horen. de abrupte bloeddoorlopen
radeloos gemikte vuistslag in je smoel. en óf hij
aankomt. jezus kind! mijn hart bloedt.

 

Depressie

het is alsof je blik steeds meer naar binnen
gekeerd raakt je voorhoofd steeds
donkerder wordt je wangen steeds
strakker je mond steeds afstandelijker
dan enig iets wat ooit van mij
was je lichaam zo doorzichtig alsof mijn
hand zo door je heen kan als ik probeer
tegen te houden dat je verdwijnt je bent
onder ons maar hebt het contact
verbroken aan je handen kan ik
zien hoe verbeten je je soms nog vast-
houdt je vingernagels
verdwijnen het is alsof ik langs een
oever ren en reddingsboeien
uitgooi en touwen en takken en uit
alle macht schreeuw dat je moet
volhouden en vasthouden dat ik naar de
kant zal zwemmen dat ik me zal
opofferen dat ik de Here God zelf
uit de hemel zal plukken dat ik er alles
alles voor over zal hebben om je ogen
hun
eigen uitdrukking terug te geven

 

Antjie Krog (Kroonstad, 23 oktober 1952)

 

De Albanees-Amerikaanse schrijfster en actrice Masiela Lusha werd geboren op 23 oktober 1985 in Tirana. Zie ook alle tags voor Masiela Lusha op dit blog.

 

Bij de beleefde zee

Bij de beleefde zee rust ik,
Schenk haar aandacht
En woorden. Bij de zee
Lig ik, bij de zee bid ik,
Laat mijn ellebogen en woorden zakken
Op haar zand.

Bij de verliefde zee
Droom ik. En droom. En droom.
Ik hou van de zee. Ik hou van de zee.
Ze is stil en beleefd
Geeft me teder toestemming
Om te zijn.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Masiela Lusha (Tirana, 23 oktober 1985)

 

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Bijsterbosch werd geboren in Vught op 23 oktober 1955. Zie ook alle tags voor Willem Bijsterbosch op dit blog.

 

Ontmoeting tijdens een storm

Papendrecht! Papendrecht!
met je futuristische wolken,
roestbruin, groen, rose als
het goddelijk italiaans ijs.

Papendrecht! Papendrecht!
met je Dada-werkdagen, wind
regen en piskleurige hemel,
met je bleke nachtlampen en
gestamp van scheepsmotoren.

Die jonge keizer op de pont
naar Dordrecht, knipoogt
en terwijl bruin water
over het dek spoelt
houden wij elkaar vast
en de reling natuurlijk ook.

Ik ga als een schizofreen
de mogelijkheden na en geef me
over aan de wildste redenaties.
Papendrecht, nachtelijk Papendrecht
met je woest donker havenwater en
het vrijdagavond-geluk dat wacht.

Zeer kleine diamanten hangen
aan de hijskranen en silo’s en
zwarte meeuwen vliegen krijsend op.

Maar op de kade blijkt mijn keizer
gewoon een matroos op wie gewacht werd.

 

Willem Bijsterbosch (23 oktober 1955 – 18 januari 2010)
Cover

 

De Nederlandse dichter en schrijver Michel van der Plas werd geboren op 23 oktober 1927 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Michel van der Plas op dit blog.

Uit: Uit het rijke Roomsche leven

“En toch, tegenover het schijnbaar zo sterke en verheerlijkte ‘eigen huis’ bleef de wereld als een uitdaging liggen. Een wat vluchtige kennismaking met het katholieke milieu uit de hier behandelde jaren zou de waarnemer kunnen verleiden tot de gedachte dat een weldadige apostolische strijdbaarheid de gemeente kenmerkte. Toch schijnt achteraf veel activiteit eerder uit een plichtmatig doen dan uit wezenlijke bezieling geboren. Strijd lijkt b.v. in de jeugdbeweging het kernwoord, strijd in dienst van de koning Christus (het feest van Christus Koning werd door paus Pius XI in december 1925 ingesteld), in wiens naam geheel de wereld veroverd moest worden voor het ware geloof. Strijd ook scheen geboden wanneer de katholieken van die dagen zich de kerkvervolging in Mexico en Spanje voor de geest haalden of de agressiviteit van b.v. hun socialistische, communistische en fascistische landgenoten, wier bladen ook geen damesorganen konden heten. ‘Voor Christus onze Koning, God wil het, Amen’ is de meest gebruikte groet in de katholieke jeugdbeweging, – ja, men stelde zelfs ernstig voor deze groet in te voeren op het voetbalveld. Een beweging als De Kruisvaart was doortrokken van de ridderromantiek in dienst van de Koning. Een toentertijd populair boek als ‘Jonge Helden’ door de jezuïet Hardy Schilgen deed al evenzeer een beroep op de strijdbare ridderlijkheid in jongelui. De Graal trok luidruchtig en bont de straten door, in een getuigenisdrift die men tot dan toe slechts aan Leger des Heilssoldaten meende te kunnen toekennen.
Maar de vraag dringt zich op of met name in deze massabewegingen de strijdgedachte niet al spoedig een gemeenplaats werd, die nauwelijks meer een weerspiegeling van de bezieling der jongelui zelf kon heten, – en bovendien of de jeugd hier niet in zekere zin gebruikt werd voor een machtsontplooiing (een bevestiging van de ‘katholieke zaak’) die haar leiders voor gewenst hielden. Zelden zal katholiek Nederland zoveel demonstraties hebben gekend als in de hier beschouwde jaren. Voortdurend zijn er congressen, demonstratieve dagen en vergaderingen, optochten, manifestaties, openluchtspelen.”

 

Michel van der Plas (23 oktober 1927 – 21 juli 2013)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e oktober ook mijn blog van 23 oktober 2018 en ook mijn blog van 23 oktober 2017.

Lévi Weemoedt, August Graf von Platen

De Nederlandse dichter en schrijver Lévi Weemoedt werd geboren in Geldrop op 22 oktober 1948. Zie ook alle tags voor Lévi Weemoedt op dit blog.`

 

Ademhalingsoefeningen rond middernacht met dr. Lévi Weemoedt

1.
‘Dames en heren, staat u allen klaar?
Ga zitten met de handen in het haar:
Van vóór naar achter, doen we nog een keer.
Zit dan mistroostig bij de pakken neer.’

2.
‘Grijp tienmaal in ver’twijfling naar het hoofd,
zwoeg met de borstkas, dat uw adem wordt geroofd.
En mocht u nog van plan zijn te gaan skieën;
zak dan droefgeestig zesmaal door de knieën.’

3.
‘Snik smart’lijk nu, het linkerbeen gestrekt:
de rechter blijft wanhopig in de nek.
Nú op, en hurk neerslachtig op de grond:
blaas dertig droeve winden uit uw kont.’

4.
‘De laatste oef’ning doen we op een stoel.
Het bung’lend koord beschouwt u nu als doel;
veer óp, maar houd uw evenwicht aldus!
Steek hals en hoofd in één keer door de lus.’

5.
‘Maak hol de rug en houd het touw gestrekt.
’t Is tijd dat u naar Dromenland vertrekt.
Zwaai uit en spring ontspannen op de grond.
Blaas nu de laatste adem uit uw mond.
Draai om en doe hetzelfde nog een keer.
Dit was het dan, tot ’n volgende maal maar weer!

 

Lévi Weemoedt (Geldrop, 22 oktober 1948)

 


De Duitse dichter Karl August Georg Maximilian Graf von Platen–Hallermünde werd geboren op 24 oktober 1796 in Ansbach. Zie ook alle tags voor August Graf von Platen op dit blog.

 

Venetiaanse sonnetten

XIX

Dit labyrint van bruggen en van stegen,
Dat zich verstrikt in duizend kronkelingen,
Hoe lukt het mij ooit daardoorheen te dringen?
Hoe vind ik ooit het raadsel van die wegen?

Als ik San Marco’s toren heb bestegen,
Kan niets mijn weidse blikken nog bedwingen,
En uit de wonderen die mij omringen,
Ontstaat een beeld; de stad heeft vorm gekregen.

Ik groet daarginds de oceaan, de blauwe,
En hier de Alpen, die in brede schare
De eilandenlagune overschouwen.

En zie! daar kwam een moedig volk gevaren,
Om tempels en paleizen zich te bouwen
Op eiken palen midden in de baren.

 

Vertaald door Paul Claes

 

August Graf von Platen (24 oktober 1796 – 5 december 1835)
Standbeeld in Ansbach

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e oktober ook mijn blog van 22 oktober 2021 en ook mijn blog van 24 oktober 2018 en ook mijn blog van 24 oktober 2015 deel 2.

Martin Bril, Samuel T. Coleridge

De Nederlandse dichter, columnist en schrijver Martin Bril werd geboren in Utrecht op 21 oktober 1959. Zie ook alle tags voor Martin Bril op dit blog.

Uit: Het evenwicht

“Grote veranderingen kondigen zich vaak sluipenderwijs aan. Dat is bekend. ‘Vage klachten’ noemen ze dat in het land van de gezondheid. Vage klachten zijn er om te verwaarlozen en over het hoofd te zien, vage klachten horen er nu eenmaal bij, tot het niet langer kan. Al snel dient zich dan het moment aan waarop een dokter ineens die plechtige, bijna domineske toon aanslaat waarvan je altijd dacht dat hij nooit tegen jou zou worden gebezigd. Dus wel. Dit overkwam mij en de schrik zat er natuurlijk goed in. Kort daarop werd ik opgenomen in het ziekenhuis om te worden geopereerd. Nergens een wachtlijst te bekennen. De chirurg die in de ingewanden ging afdalen, was een man van middelbare leeftijd met grijs haar en milde, blauwe ogen. Hij had grote, roze handen en iets ironisch in zijn verschijning. Naar verluidt was hij een kei in zijn vak. Op mijn vraag of het een zware operatie was, antwoordde hij, met een twinkeling: ‘Voor mij niet.’ Ik vond dat een mooi antwoord, en ik begreep het verkeerd. Het was een zware operatie. Na afloop zat de chirurg aan mijn bed. Hij was tevreden over het resultaat. De tumor was verwijderd en hij gaf met de handen aan hoe groot die was geweest. De tumor was ook van naam veranderd en heette nu een preparaat. Zijn gebaar deed mij aan de hengelsport denken, alleen dan zonder de bijbehorende overdrijving. Ik vroeg hoe het er nou uitzag in een buik. De chirurg keek me verbaasd aan. Misschien was het een vraag die hij niet vaak hoorde. Hij zuchtte. Je hebt van die zuchten die van grote vermoeidheid getuigen, en je hebt er die plichtmatig zijn. Maar dit was zo’n zucht die de weg vrijmaakt voor iets moois, zo eentje waarin alles van de zuchter afvalt. ‘Prachtig,’ zei de chirurg. Ik zei niets. Het was duidelijk een van de mooiste dingen die de chirurg kende. Ik liet hem graag even alleen met het beeld. Dat het mijn buik was, vond ik eigenlijk prima. ‘Het is net een emmer paling, al die darmen,’ zei hij toen, ‘alles beweegt en alles glimt en kronkelt. De warmte slaat ervan af ‘
Hij keek dromerig naar buiten. Ik was die ochtend zijn eerste klant geweest en zijn laatste had hij net achter de rug. In zijn gezicht stond de afdruk van het kapje dat hij de hele dag voor zijn mond had gedragen en zijn haar zat in de war. Hij stond op en verliet de kamer. Onder zijn witte jas droeg hij zijn blauwe operatiekloffie. Ik dommelde weg in de armen van Zuster Morfine. Buiten lag de stad en ergens rinkelde een tram. Na een tijdje schoot me de bijnaam van deze chirurg te binnen. Het kon niet anders of hij moest de Darmenkoning heten.”

 

Martin Bril (21 oktober 1959 – 22 april 2009)

 

De Engels dichter en criticus Samuel Taylor Coleridge werd geboren op 21 oktober 1772 in Ottery St. Mary, Devonshire. Zie ook alle tags voor Samuel T. Coleridge op dit blog.

 

Nederland

Water en wieken, groenen, oevers groen; –
Wilgen wier tronken naast de schaduw staan
Van hunne hoger helften, wilgengriend: –
Hofsteden als aan ’t ankersnoer – torens aan land
Doorsteken nevelbanken –
Water, wijd water, groenen en groen riet,
En watervloeden.

 

Vertaald door Jan G. Elburg

 

Samuel T. Coleridge (21 oktober 1772 – 25 juli 1834)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e oktober ook mijn blog van 21 oktober 2020 en eveneens mijn blog van 21 maart 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Hans Warren, Arthur Rimbaud, Ozan Zakariya Keskinkılıç

De Nederlandse dichter, schrijver en criticus Hans Warren werd op 20 oktober 1921 geboren in Borssele. Zie ook alle tags voor Hans Warren op dit blog.

Uit: Geheim dagboek 1942-1944 (Deel 1)

“4 aug. 1943
Vanmorgen met de tram van 7 uur naar Haarlem, vandaar gewandeld naar Bloemendaal, naar dr Thijsse. Om 9 uur arriveerde ik. We zaten eerst te praten in de studeerkamer, maakten vervolgens een lange wandeling door de Hof. Daar bloeide rondbladig wintergroen en parnassia, ook was er bloeiend Teer Guichelheil. De duinroosjes hadden nu nog kleverige donkerrode botteltjes, ze waren nog niet zwart, en de kleuren werden verdiept door de glans van de regen, want er kwam een milde bui los, die veel geuren losmaakte. Dr Thijsse snoof en vond het heel prettig, ik ook dus. De kardinaalsmutsen hingen vol jonge groene vruchten. Op het speelveld der grote wijngaardslakken was het erg druk. Langs een pad stond prachtig lichtpaars het zeepkruid te bloeien.
We zetten ons gesprek voort in de studeerkamer. Thijsse vond de tekening die ik voor zijn flora van de Wollige Distel gemaakt had niet nauwkeurig genoeg, te artistiek, de details kwamen onvoldoende tot hun recht. Er werd een heerlijke kop echte koffie geserveerd. Ook de lunch was heerlijk, met veel zeelt, worteltjes, negerboontjes, tomatensla, perziken met roomvla en nog een reusachtige perzik toe. Dr Thijsse heeft me erg veel uit zijn leven verteld, en ging na het eten rusten. Ik mocht naar hartelust rondsnuffelen in zijn bibliotheek, maar heb enkel zitten dromen achter zijn schrijftafel.
Na het bezoek bij Thijsse ben ik in Haarlem nog naar het Frans Halsmuseum geweest, waar een tentoonstelling werd gehouden van Hedendaagse Kunst, samengesteld uit aankopen van het ‘Departement van Volksvoorlichting en Kunsten’. Het is interessant, te zien wat in deze ‘periode van het diepste verval’, ‘deze tijd van wansmaak en goedkoop materieel succes’ (woorden uit de inleiding van het catalogusje) als ‘gezonde kern’, ‘gezonde tradities’ en de ‘Fakkel van het zuiver ideaal’ wordt gezien. Het was namelijk nogal deprimerend, wat daar hing. De werken van wat me de grootste talenten leken, ademen een op zijn zachtst uitgedrukt ‘verdachte sfeer’, al is het mogelijk niet meer dan juist een weerschijn van de Neue Sachlichkeit: ‘De Prediker’ van A.C. Willink en vooral de grote grisaille ‘Wachtende Vrouwen’ van Pijke Koch.
En slaat het door naar de andere kant, naar een bont, landelijk soort joie de vivre, als bij prof. Röling, dan is het óók helemaal vals, al ligt er op zijn ‘Oogst’ een verrukkelijk lascieve bruine jongen te slapen. Die zou je eruit willen snijden, de rest kan dan naar de vaalt.
Nooit zag ik ‘kou’ beter geschilderd dan rond het kleurige gezicht van een schaatsenrijdster op een ietwat naïef aandoend werk van ene J. Ouwersloot, ‘IJsgezicht’.
Ik zal de ‘Wachtende Vrouwen’ van Pijke Koch nooit vergeten, al vind ik het niet een echt góed werk. Hij heeft er iets in gevangen van de ellende van deze tijd, die nare, knappe, keurig verzorgde, bikkelharde wijven; de helemaal linkse lijkt, helaas, vrij sterk op mijn moeder.”

 

Sonnet van een ziekte

Voor mijn raam staat een dag in oneindige rust
Al het groene getemperd door regenend grijs
Ik ben nog te zwak voor de brandende wijs
Die meisjes de winden in strooien vol lust.

Voetstappen slaan op van de straat aan de kust
Waar de vloed nu verrimpelen moet, lichtloos grijs.
De wind golft in vrouwenhaar. Bloesemend rijs
Tikt het vensterglas langs en zwaar stuwt, ongeblust

Een ontroering te staan in de gloed van de dag
En je hoofd aan mijn schouder, blond-rank neergebogen,
In je ogen de vreemde belovende lach,

In glanslicht betogen je wenkbrauwbogen.
Mijn hand die je overal liefkozen mag
Overschaduwend soms je te stralende ogen….

 

Weerzien

Onvoorstelbaar:
jij weer naast mij liggend,
na jaren.

Leeg welft de avondhemel
over de stad.
Nog éenmaal om jou
wordt de kreet van de sikkelzwaluw,
de galmende hamerslag in de fabriek,
de geur van de beregende tuin en van je jonge huid
opnieuw in mij geboren.
Ruimte schuift duizelingwekkend open
achter de horizon.

Regen, regen op verpulverde aarde;
woorden willen in ’t wilde wassen
niet éen is simpel genoeg om je te zeggen
dit is meer dan liefde.

Dit is het leven voorbij;
woelend lig je in mij
te kiemen en te sterven.

De nacht valt langzaam en ik kijk
naar je profiel – gelukkig, stroef? –
voorgoed verduisterend in mijn zwijgen.

 

Hans Warren (20 oktober 1921 – 19 december 2001)

 

De Franse dichter Arthur Rimbaud werd geboren op 20 oktober 1854 in Charleville. Zie ook alle tags voor Arthur Rimbaud op dit blog.

 

Voyelles (Klinkers)

A zwart, E wit, I rood, U groen, O blauw: vocalen,
ik zal ze noemen ooit, uw nog verborgen wiegen:
A: zwart en harig keurs van schitterende vliegen
die rond afschuwelijke stank als kogels dwalen,

een golf van schaduw; E: het wit van tenten, dampen,
fier gletsjerhoogste, blanke vorsten, schermbladhuiver;
I: purpers, bloed gespogen, lach van lippen zuiver
in helse woede of in schuldbewust slampampen;

U: kringen, goddelijk geril van groene zee,
de vrede van de wei vol dieren, rimpelvree
door alchemie gedrukt in ’s denkers aangezicht;

O: opperste Klaroen vol onbekende schrilten,
door Werelden en Engelen doorkruiste stilten:
O: Omega, Zijn violette ogenlicht!

 

Vertaald door Petrus Hoosemans

 

Arthur Rimbaud (20 oktober 1854 – 10 november 1891)
Portret door Leilani Bustamante,2012

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Duitse dichter en schrijver Ozan Zakariya Keskinkılıç werd in 1989 geboren als zoon van Turkse immigranten en groeide op in een klein dorpje in Zuid-Hessen. Hij studeerde politicologie in Wenen, Berlijn en Cambridge. Zijn poëziedebuut ‘Prinzenbad’ verscheen in 2022, gevolgd door zijn non-fictieboek ‘Muslimaniac: The Career of an Enemy Image’ in 2023. Zijn teksten zijn gepubliceerd in tijdschriften en bloemlezingen en in verschillende talen vertaald. Hij werd genomineerd voor de Clemens Brentano-prijs en de Dresden Poetry Prize en ontving in 2025 de Wolfgang Weyrauch-prijs. ‘Hundesohn’ is zijn debuutroman.

Uit: Hundesohn

„Dreizehn, vierzehn, fünfzehn Filzläuse habe ich mir jetzt schon aus den Schamhaaren gezupft. Pthirus pubis auf Latein: 1,5 bis 2 mm groß, grauweiß, flügellos, habe ich im Internet nachgelesen. Und dass sie manchmal Achselhöhlen und Barthaare befallen. In den Achselhöhlen habe ich keine, im Bart auch nicht. Aber in den Brusthaaren und sogar auf dem Rücken kleben überall Nissen. Bis zu fünfundzwanzig Eier legt eine Filzlaus täglich, habe ich im Internet nachgelesen. Und dass der Entwicklungszyklus bis zur erwachsenen Laus rund drei Wochen beträgt. Ich zähle die Tage zurück, vor drei Wochen traf ich Ravi. Wir hatten uns auf Grindr geschrieben. 26 Jahre alt, 1,78 m groß und 61 kg schwer. Single. Top. Sucht Verabredungen. IIIV-Status negativ, auf Prep. Zuletzt getestet Juni 2024. Gegen COVID-19 geimpft. Treffpunkt bei dir. Into rough awakening, wild sex, animal instincts, blond bath, stand in seinem Profil. Das muss nichts heißen. Und trotzdem hat er sich wie eine Filzlaus in meine Schenkel gebissen, die Stiche und blauen Flecken kann ich noch immer sehen. Viel gesprochen hat er nicht, geschrieben auch nicht so viel. Er schickte mir ein Bild, oberkörperfrei, die Jeans auf Kniehöhe. Er trug einen weißen Slip und weiße Socken, das war mir sympathisch. Der Bart fast zwölf Zentimeter lang, und sein Blick wie ein Diopter auf meine Brust gerichtet. Das walnussbraune Bau war ganz zerzaust, der Kampf hatte sich in sein Gesicht gerieben. Ein wenig Blut klebte an seinen Fingern, Spucke und Gleitgel, vegan auf Wasserbasis. Nach dreiundzwanzig Minuten ist er wieder gegangen, wir haben nicht noch einmal geschrieben.
Ob ich ihm jetzt schreiben sollte? Good moming! I just wanted to let you know that I have crabs, maybe you should check your panties, könnte ich schreiben. Oder: What’s up handsome, come back and be my parasite. Oder: Hello Ravi. I was just wondering, could it be that you forgot your crabs here? “

 

Ozan Zakariya Keskinkılıç (Hessen, 1989)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e oktober ook mijn blog van 20 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.