Bij Carnaval

Karneval, das ist mein Fall
Steht Karneval mal wieder an,
dann singt und feiert jedermann.
Und wenn die Sonne sinnlich scheint,
dann hat’s der Herr auch gut gemeint.
Zu Karneval stellt jeder fest,
verkleidet sich gut leben lässt.
Natürlich trinkt und feiert man,
mit frohem Mut, so lang man kann.
Trinkt ein Mann ein Bier zu viel,
bei all’ dem Frohsinn im Gewühl,
nimmt’s man im Karneval mit Humor.
Beschickert zu sein, kommt öfters vor.
Bist du fremd, also nicht von hier,
lass’ dir Zeit, nimm dir ein Bier.
Du erfährst, als neuer Narr,
die Welt auch früher nicht besser war.
Wer nur an Frauen hat gedacht,
wird von den Wievern ausgelacht.

Carnaval in Herne
De Nederlandse dichter Willem Thies werd geboren op 17 februari 1973 in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Willem Thies op dit blog.
Een onbewaakt ogenblik
Ze was blond
maar voor het overige
volmaakt.
Ik herinner me haar
zoals een dier de smaak van water,
opwinding of geluk.
Een resonantie in zenuwen of spieren,
een licht natrillen van een draad,
een afdruk van een hand op een lichaam.
Grond
voor Idwer de la Parra
Dit gebed is een verwijt.
Ik woelde de grond om, mengde hem met lucht.
Steunde op de steel, amechtig.
Met korte felle slagen hakte ik stenen
tevoorschijn, groef ze uit. Alles zo hel
in de pornozon, de kop van de woerd bazuinde groen,
het kobalt van kruin en staart van de pimpelmees.
Boterbloemen, klaprozen. Alles naakt en vol van zichzelf.
Donker, waar was je toen ik je nodig had?
Beschut
De afspraak is dat we elkaar niet duurzaam
schenden. In onze monden groeien nieuwe tanden,
als we slapen omklem ik je schouders,
zodat je niet oud wordt.
Slangen: opgerold in het gras, rond
een tak gewonden
of bruin in dorre bladeren, aarde. Camouflage
is de bereidheid op te gaan in wat je inbedt,
een uitstulping te vormen van de ondergrond.
We ontkleden elkaar, je legt jezelf op mij.
Het is alsof je lichaam uit het mijne groeit.

De Amerikaanse dichter Jack Gilbert werd geboren in Pittsburgh op 17 februari 1925. Zie ook alle tags voor Jack Gilbert op dit blog.
Iets vinden
Ik zeg maan is paarden in het halfduister,
want met paard kom ik het dichtst in de buurt.
Ik zit op het terras van deze verweerde villa
die de telegrafist van de koning bouwde op de berg
met uitzicht op een blauwe zee en het witte veerbootje
dat ’s middags traag naar het volgende eiland vaart.
Michiko is stervende in het huis achter mij,
de hoge ramen geopend zodat ik het zwakke geluid
hoor dat ze maakt als ze een stuk watermeloen wil
om op te zuigen of wanneer ik haar moet helpen
in de hoek van de kamer met het hoge plafond
de emmer te bereiken die dienstdoet als po.
Wanneer ze zit zal ze tegen mijn been leunen,
te zwak om zelf rechtop te blijven.
Hoe bizar en mooi om er zo dichtbij te komen.
Haar voetbogen zijn als kinderstemmen
die opklinken uit de citroenboomgaard,
mijn hart zo hulpeloos als verpletterde vogels.
Vertaald door Jur Koksma en Joep Stapel

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e februari ook mijn blog van 17 februari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.