Johan Harstad, Edzard Mik, Bertolt Brecht

De Noorse schrijver Johan Harstad werd geboren op 10 februari 1979 in Stavanger. Zie ook alle tags voor Johan Harstad op dit blog.

Uit: Ambulance (Vertaald door Paula Stevens)

“Mijn nagels zijn tot op de wortel afgekloven. Mijn vingen doen pijn, ik bijt nu vanaf de zijkant, om te voorkomen dat ik een zenuw raak, om die pijnscheuten te vermijden die elke keer dat ik met mijn tanden een zenuwvezel raak als kleine bliksemschichten door me heen jagen, die korte schokjes die mijn vingers, knokkels en handen laten verkrampen. Als ik buiten ben, moet ik wanten dragen om het ijselijke gevoel van onbeschermd weefsel dat in aanraking komt met de buitenlucht wat te dempen. Ik probeer mijn vingers in mijn handpalmen te verbergen. Gebalde vuisten.
Hou vol. Zo simpel is het ongeveer. Of zo moeilijk Als een bezwering tegen iets, of voor iets. Slechts dat ene, korte zinnetje, die twee woorden, uit een krant geknipt, vergeeld aan de randen, opgeplakt op de deur naar de gang, naar de ogenschijnlijk eindeloze reeks kamers en deuren van het ziekenhuis, naar de Eerste Hulp, de parkeerplaats, de ambulances, de mensen, een krantenknipsel met twee woorden: Hou vol. Zwart op wit.
De bank met de grove stof, de bruine bekleding, ik zit naar de andere ambulancechauffeurs te kijken. Ze lezen de krant, zetten de radio aan, proberen de nieuwsberichten te horen, maar de antenne werkt niet mee, wil niet blijven staan, hij valt opzij zodra je hem loslaat Het is half acht ’s ochtends, het is dinsdag, een dinsdagochtend in februari, en er zijn daarbuiten zoveel mensen die gered moeten worden, zoveel mensen die liggen te wachten, naar het plafond liggen te staren, of die hun ogen gesloten hebben, ze proberen de pijn in hun rug te negeren, in hun benen, in hun armen, hun ademhalingsproblemen, of ze zijn al in shock, zijn apathisch, het maakt hun niet uit of er iemand komt, maar dat gebeurt wel, er zal iemand komen om ook jou te redden, we zullen ervoor zorgen dat de antenne overeind blijft staan, we zullen de kranten lezen, onze koffie drinken, en jij zult worden ontdekt, iemand zal bellen en over jou vertellen, we zullen onze jassen aantrekken, naar de ambulances rennen, we zullen je uit je kamer halen, je weer op de been helpen, we zullen je alles geven wat je maar terug wilt hebben, maar je moet wel eerst worden gevonden. Je moet volhouden, waar je ook bent.”

 

Johan Harstad (Stavanger, 10 februari 1979)

 

De Nederlandse schrijver Edzard Mik werd geboren in Groningen op 10 februari 1960. Zie ook alle tags voor Edzard Mik op dit blog.

Uit: Goede tijden

“Julia trok haar slipje omlaag en verdween uit de spiegel, alleen haar kruin was nog zichtbaar, en, dreigend erboven, het gevaarte van de stortbak. Ze keek naar haar benen. Strak en glad waren ze, nauwelijks nog háár benen. Ze had ze geschoren, ze schoor ze altijd als ze naar Sjef ging. Aantrekkelijk hoefde ze voor hem niet te zijn, gladde benen deden er in hun vriendschap niet toe, maar van beenharen ontdaan voelde ze zich gereinigd en van zichzelf verlost en daarmee ontvankelijk voor zijn gave om haar van de grond te tillen en te verheffen. Buiten het toilet gerommel, Vink die zijn jas pakte. `Als je daar gaat wachten, lukt het helemaal niet met plassen,’ riep ze, en ze hoorde hem naar de woonkamer lopen en de deur sluiten. Hij was lief voor haar geweest en had lekker gekookt. Hij had er zelfs op aangedrongen met haar naar Sjef te gaan. Ik moet mijn stroefheid maar eens aan de kant zetten, ik wil die vriend van jou beter leren kennen, had hij gezegd. En na maanden had hij haar weer aangekeken, met een lange, gespannen blik die hij probeerde te verzachten door er uit alle macht bij te glimlachen. Waar ze zijn generositeit aan te danken had, wist ze niet. Ze durfde het zich niet eens af te vragen en was op slag verkrampt geraakt. Zoals toen ze elkaar pas had- den ontmoet en hij voor haar kookte in zijn spelonk, een klein, vochtig appartement dat als een schandvlek tussen de huizen was weggemoffeld; de pasta kookte over, de kalfsfricandeau bakte aan, in de koffie strooide hij zout, maar hij keek haar aan, alles wat er misging was voor haar het verheugende maar ook angstaanjagende bewijs dat hij haar aankeek. Meteen na de koffie was ze gevlucht, en ze herinnerde zich hoe hij verbouwereerd in de deuropening had gestaan, een kurkentrekker in zijn hand.
Het schemerde en donkerte nestelde zich in de kamer. Vink liet zich in een fauteuil zakken. Dat plassen van Julia kon nog wel even duren. Vroeger had het hem ontroerd als hij haar ineengedoken op de wc had zien zitten, haar voeten wijd uiteen, haar knieën bij elkaar, haar schaamhaar wegglippend tussen haar dijen en haar hoofd schuin naar hem opgericht, alsof ze iets ondeugends deed. Toen kon ze nog plassen als hij erbij stond. Maar zijn ontroering was verdwenen en zij voelde zich geremd, kneep af als ze hem dichtbij wist. Het regende al een etmaal niet meer, maar de Maas bleef stijgen.”

 

Edzard Mik (Groningen, 10 februari 1960)

 

De Duitse dichter en schrijver Bertolt Brecht werd op 10 februari 1898 in de Zuid-Duitse stad Augsburg geboren. Zie ook alle tags voor Bertolt Brecht op dit blog.

 

Vragen van een lezende arbeider

Wie bouwde het zevenpoortige Thebe?
In de boeken staan de namen van koningen.
Hebben de koningen de rotsblokken aangesleept?
En het meermaals verwoeste Babylon
Wie heefd het zoveel keren opgebouwd? In welke huizen
Van het goudglanzige Lima woonden de bouwvakkers?
Waarheen gingen op de avond toen de Chinese muur af was
De metselaars? Het grote Rome
Staat vol triomfbogen. Wie richtte ze op? Over wie
Triomfeerden De Caesars? Had het veel bezongen Byzantium
Alleen paleizen voor zijn inwoners? Zelfs in het legendarische Atlantis
Schreeuwden in de nacht toen de zee het opslokte
De verzuipenden om hun slaven.

De jonge Alexander veroverde Indië.
Alleen hij?
Caesar versloeg de Galliërs.
Had hij niet op zijn minst een kok mee?
Philips van Spanje weende, toen zijn vloot
Was vergaan. Weende anders niemand?
Frederik de Tweede zegevierde in de zevenjarige oorlog. Wie
Zegevierde buiten hem?

Elke bladzijde een zege.
Wie kookte het zegemaal?
Om de tien jaar een groot man.
Wie betaalde de kosten?

Zoveel verhalen.
Zoveel vragen

 

Vertaald door Geert van Istendael

 

Bertolt Brecht (10 februari 1898 – 14 augustus 1956)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e februari ook mijn blog van 10 februari 2022 en ook mijn blog van 10 februari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Georg Trakl, Ferdinand Schmatz

De Oostenrijkse dichter Georg Trakl werd op 3 februari 1887 in Salzburg geboren. Zie ook alle tags voor Georg Trakl op dit blog.

 

Drei Träume

III

Ich sah viel Städte als Flammenraub
Und Greuel auf Greuel häufen die Zeiten,
Und sah viel Völker verwesen zu Staub,
Und alles in Vergessenheit gleiten.

Ich sah die Götter stürzen zur Nacht,
Die heiligsten Harfen ohnmächtig zerschellen,
Und aus Verwesung neu entfacht,
Ein neues Leben zum Tage schwellen.

Zum Tage schwellen und wieder vergehn,
Die ewig gleiche Tragödia,
Die also wir spielen sonder Verstehn,

Und deren wahnsinnsnächtige Qual
Der Schönheit sanfte Gloria
Umkränzt als lächelndes Dornenall.

 

Amen

Verwestes gleitend durch die morsche Stube;
Schatten an gelben Tapeten; in dunklen Spiegeln wölbt
Sich unserer Hände elfenbeinerne Traurigkeit.

Braune Perlen rinnen durch die erstorbenen Finger.
In der Stille
Tun sich eines Engels blaue Mohnaugen auf.

Blau ist auch der Abend;
Die Stunde unseres Absterbens, Azraels Schatten,
Der ein braunes Gärtchen verdunkelt

 

Blutschuld

Es dräut die Nacht am Lager unsrer Küsse.
Es flüstert wo: Wer nimmt von euch die Schuld?
Noch bebend von verruchter Wollust Süße
Wir beten: Verzeih uns, Maria, in deiner Huld!

Aus Blumenschalen steigen gierige Düfte,
Umschmeicheln unsere Stirnen bleich von Schuld.
Ermattend unterm Hauch der schwülen Lüfte
Wir träumen: Verzeih uns, Maria, in deiner Huld!

Doch lauter rauscht der Brunnen der Sirenen
Und dunkler ragt die Sphinx vor unsrer Schuld,
Daß unsre Herzen sündiger wieder tönen,
Wir schluchzen: Verzeih uns, Maria, in deiner Huld!

 

Georg Trakl (3 februari 1887 – 4 november 1914)

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Ferdinand Schmatz werd geboren op 3 februari 1953 in Korneuburg. Zie ook alle tags voor Ferdinand Schmatz op dit blog.

 

psalm 150
(wie alles heeft, prijst graag)

1 ja, het schalt, zingt in den hogen het geprezene, vult de tent met blauw,
maar zingt het in slaap, als het maar het grote beklemtoont, als het in den
hogen wijst, wijdte die nooit nadert en juist die volledig is.

2 zingt in den hogen, wat zich in lofprijzing verzamelt, is altijd slechts
één, iedere daad heerlijk, draagt (op) en steekt (niet) omhoog, wat
het verschil uitmaakt: de schepping, de macht (binnen hem).

3 zingt in den hogen, de mond niet alleen, alles wat dient, blik,
letter, papier, snaar – bazuint, schrijft, citeert, klinkt
voort, het.

4 zingt in den hogen, op trommel of mond, alles draait om
zijn zij in het rond, fluit en slag.

5 zingt in den hogen, ook het donkerste staal, wordt licht, klinkt
goed (bombamdebimbam).

6 zingt in den hogen, alles wat ademt, lang en houdt aan (hem),
schalt, maar zingt het in slaap!

 

Vertaald door Geert van Istendael

 

Ferdinand Schmatz (Korneuburg, 3 februai 1953)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e februari ook mijn blog van 3 februari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.