Thomas Heerma van Voss, Silke Scheuermann

De Nederlandse schrijver Thomas Heerma van Voss werd geboren in Amsterdam op 13 juni 1990. Zie ook alle tags voor Thomas Heerma van Voss op dit blog.

Uit: Ultimatum

“4 maart
Op Aswoensdag begon het gedenken, het vasten en het overpeinzen. Vandaag werd er gezondigd. Voor het Café du Monde stonden lange rijen; mannen en vrouwen uitgedost met boa’s, kleurrijke pruiken, eindeloos veel kralenkettingen. Iets verderop, in Bourbon Street, trokken toeristen en stedelingen over de natte straatstenen. Linten van rode lampjes en lampionnen hingen tussen de huizen, cocktails in groene bekers gingen van hand tot hand, vrouwen met ontbloot bovenlichaam lieten hun borsten aanraken in ruil voor absint. En toen de zoveelste hoosbui over de stad raasde, trok iedereen zich terug in cafés of schuilde onder een afdakje. Alle chaos die er in een mensenleven te vinden was, kwam hier samen, op deze ene avond. Mardi Gras, Vette Dinsdag, in New Orleans. Het was iets over elven toen Nathalie Underwood, in een witte spijkerbroek en een wit hemdje met glitters op de schouders, zich langs een groepje studenten wrong, richting de bar van Café du Monde. Ze bestelde een Sazerac, extra bourbon. Toen ze een hand op haar schouder voelde, verstijfde ze en keek achterom.
Een paar seconden stonden ze, te midden van al dat geruis, roerloos tegenover elkaar, Nathalie en de man verkleed als skelet. Zwart textiel maskeerde zijn lichaam, de getekende botten waren fluorescerend wit. Om zijn nek hing een ketting van afgestreken lucifers. Langzaam trok hij zijn masker af. Nathalie keek schichtig om zich heen, niemand besteedde aandacht aan hen. “Ik wist niet dat jij het was,” zei ze. Waar is jouw masker?” “Daar had ik geen zin in. Waarom wilde je hier afspreken?” ”Ik wil je iets in de buurt laten zien. Een halfuurtje rijden, hooguit. Mijn auto staat in een zijstraat.” Om hen heen klonk ‘When the Saints Go Marching In’, een zwalkende uitvoering. “Binnen een uur wil ik terug zijn,”zei ze. “Ik wil zo min mogelijk missen.” “Je zult niets missen, dat beloof ik.” Hij trok zijn masker weer over zijn hoofd, Nathalie liet haar Sazerac op de bar staan en nam van niemand afscheid.
Louisiana. Beekjes en rivieren kronkelen als opgezette aderen door de dalen, met op de achtergrond de fabriekstorens die dag en nacht roken. Akkers staan blank, riet groeit net zo lang tot de deining het doet knakken. En heel af en toe doorkruist een eenzame auto het landschap, als een vlieg die over een landkaart kruipt. “Kun je wel goed zien met dat masker op?” vroeg ze. “Mijn ogen zijn vrij.”

 

Thomas Heerma van Voss (Amsterdam, 13 juni 1990)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Silke Scheuermann werd geboren op 15 juni 1973 in Karlsruhe. Zie ook alle tags voor Silke Scheuermann op dit blog.

 

Acacia

Zo bescheiden dat zelfs de zon
de betekenis van trots in twijfel trekt, maar ongeduldig,
oh ja, zelfs de uitspraken die ze doet
over de winter zijn ademloos,
een ruisen dat weinig met wind te maken heeft,
meer met taal, stille kracht. Ze
kunnen allemaal als beloftes worden gelezen. Geven aan
dat de Serengeti slechts een halte in een
spannend leven was en dat ze nu hier
haar paraplu uitspreidt, silhouet van
veiligheid. Niets eindigt snel genoeg,
geen enkele dag: er is alleen ongeduld, wachten –
totdat de zon eindelijk in slaap valt.
Samen met haar bewering: wachten, dat
maakt niet uit, wachten is overgang.
De natuur is niet donker,
de wereld is donker.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Silke Scheuermann (Karlsruhe, 15 juni 1973)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e juni ook mijn blog van 13 juni 2021 en ook mijn blog van 13 juni 2020 en eveneens mijn blog van 13 juni 2019 en ook mijn blog van 13 juni 2017 en mijn blog van 13 juni 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Federico García Lorca, Paul Farley

De Spaanse dichter en toneelschrijver Federico Garcia Lorca werd geboren op 5 juni 1898 in Fuente Vaqueros, Granada. Zie ook alle tags voor Federico Garcia Lorca op dit blog.

 

Kerseboom in bloei

In maart
reis je naar de maan.
Je laat je schaduw hier.

De weilanden worden
onwerkelijk. Het regent
witte vogels.

Ik raak verdwaald in je bos
en schreeuw: Open u, Sesam!
Ik lijk wel een kind! Die schreeuw:
Open u, Sesam!

 

Ontwaak

De kam van de dag
komt tevoorschijn.

De witte kam
van een gouden haan.

De kam van mijn lach
komt tevoorschijn.

De gouden kam
van een dolende haan.

 

Verzinsels

(sterren van sneeuw)

Er zijn bergen
die
van water willen zijn.
En ze verzinnen sterren
die hen van achteren beschijnen.

(wolken)

En er zijn bergen
die
vleugels willen hebben.
En ze verzinnen
de witte wolken.

 

Vertaald door Marije Dekkers

 

Federico García Lorca (5 juni 1898 – 19 augustus 1936)
Borstbeeld in het España-park in de stad Rosario, Santa Fe, Argentinië

 

De Britse dichter en schrijver Paul Farley werd geboren op 5 juni 1965 in Liverpool. Zie ook alle tags voor Paul Farley op dit blog.

 

Afhankelijken

Wat zijn we goed voor elkaar, wandelend door
een land van stilte en duisternis. Jij
opent deuren voor me, ik neem de telefoon voor je op.

Ik draai harde junglemuziek. Jij leest met het licht aan.
Prachtig. De ronding van je jukbeen,
explosieve klinkers, precies het juiste gebruik van parfum.

Waar denk je aan? vraag ik in een taal van aanraking
die uniek is voor ons. Je tikt op mijn handpalm, niets bijzonders.
Op stations wedijveren we met onze zintuigen, kijken we wat

het eerst komt – licht in de tunnel, een zweepslag op de rails.
Ik schop tegen je schenen als we uit eten gaan.
Jij dept mijn lippen. Ik betast die van jou als braille.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Paul Farley (Liverpool,. 5 juni 1965)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e juni ook mijn blog van 5 juni 2020 en eveneens mijn blog van 5 juni 2019 en ook mijn blog van 5 juni 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

In Memoriam Lieke Marsman

De Nederlandse dichteres Lieke Marsman is afgelopen woensdag, 3 juni, op 35-jarige leeftijd overleden. Lieke Marsman werd op 25 juli 1990 geboren in Den Bosch.

 

In mijn mand

Ik heb niet stilgezeten, ik heb Sartre gelezen
en Kant en Kierkegaard. Als ik doodga
hoop ik op een hemel
om met hen in te kaarten
(ik vraag me af
of Marx voor geld zou spelen). Lachend
zal ik vier azen op tafel gooien, twee jokers
achter de hand. ‘Schenk mij bij!’
zal ik roepen naar een engel in een
doorzichtig gewaad,
maar de doden hebben geen stem. Natuurlijk
hebben de doden wel een stem. Driekwart
van de boeken die je leest
zijn geschreven door een dode
toen die dode nog leefde. En zo
sijpelt het verleden de toekomst in

Dying is an art, schreef Sylvia Plath
Doodgaan is weer kind zijn, denk ik
Volledig overgeleverd
aan de elementen, zonder
dat je iets te zeggen hebt
over de plekken waar het leven
(een kinderwagen als het ware)
je naartoe rijdt

Dit zal na mij zijn, wat voor mij is geweest – Seneca
Wat een dwaasheid om
verbaasd te zijn als op een dag gebeurt
wat elke dag gebeuren kan.
Ik ben een dwaas, maar dwazer is
wie leeft alsof hij morgen sterft:
wat een paniek pulseert er
vandaag door je lijf! Nooit
zul je meerdaagse plannen maken,
nooit ‘s avonds laat door het Oosterpark lopen
en verlangen naar de nazomer, nooit
een stuk taart bewaren voor morgen,
nooit kaartjes voor de biënnale kopen

Zachtjes zit ik in een kano in Frankrijk
Hoopvol zit ik weer in de zonnige erker
met bloemen
Dit zijn geen jeugdherinneringen,
maar geuren
zoals alle jeugdherinneringen op een gegeven moment
geuren worden. Proust, expert
in deze vorm van melancholie, schreef: de kracht
die de meeste keren om de aarde gaat in één seconde
is niet elektriciteit, het is pijn.

…maar hij vergat het licht, dat het allersnelst is
en altijd met dezelfde snelheid reist. Licht
dat pijn kan doen verbleken. Want wanneer ik mij
buk om de druiven die gevallen zijn
op te rapen en pijn duwt
mijn gezicht weer eens ineen
als een harmonica
maar ik kijk op en zie de zon
weerkaatst in de nieuwe koelkast
die van jou en mij samen is,
wat betekent pijn dan nog?

Jij bent geboren
in de grijze flat met plastic balustrades, ik zag
mijn eerste nacht in het kleine huis
met gekleurde kozijnen

Maar dit gedicht
gaat over de dood. In mijn kist
zal een donzen dekbed liggen, mijn lijf
omringd door pluchen knuffels
Ze noemden me kinderachtig,
maar dat was toen
Jonge honden waren we, voor het eerst
in een park zonder riem,
verbaasd bij alles wat ons lukte
dankzij of ondanks onszelf
en ons vermogen overal
een competitie in te zien

‘De dood accepteert geen jokers,’
zegt Kant in alle ernst
met zijn zwaarste stem
en: ‘Schenk mij bij!’
tegen de engel,
die geïrriteerd zijn breiwerk opzijlegt
en antwoordt: in je mand
(want is het zo onderhand niet evident
dat mensen voor engelen zijn
wat dieren voor mensen zijn?)

In mijn mand!

Is het mijn sterfdag?
Ik maak mij geen zorgen
Alle gelukkige momenten herhalen zich
Eerst als tragedie en dan als klucht
en daarna als elegie
Er zullen opnieuw tieners wild
na sluitingstijd een snackbar in rennen
Er zullen opnieuw geliefden in de wijnbar zitten
waar wij elkaar voor het eerst kusten
Zelfs jij zal opnieuw een geliefde in een wijnbar zijn
en opnieuw gelukkig zijn
ook al is je oude geliefde dood
Maar voor nu ben je boos
dat ik dit opschrijf
Veel te vroeg
zoals ik altijd overal
veel te vroeg ben
Maar juist daarom hou ik van je
omdat mijn ziekte soms
voor jou een bron van boosheid is

Is het mijn sterfdag?
De lucht is stil, als lucht
op een kalender
Is het mijn sterfdag?
Vergeet klokken die luiden
De lucht is stil, als lucht
Is het mijn sterfdag?
Vergeet engelen en psalmen
Ik wil de vanille van een oud boek
Ik wil een koud flesje bier
en ik wil jou, nog één keer
Vergeet vogels die zingen
Ik wil mijn hond horen drinken

 

Lieke Marsman (25 juli 1990 – 3 juni 2026)

Libris Literatuur Prijs 2026 voor Bert Natter

Libris Literatuur Prijs 2026 voor Bert Natter

De Nederlandse schrijver Bert Natter heeft de Libris Literatuur Prijs gekregen voor zijn roman “Aan het einde van de oorlog”.Zie ook alle tags voor Bert Natter op dit blog.

Uit: Aan het einde van de oorlog

“CHRISTINE BIJ DE KAPPER IN HET STADJE Christine sluit haar ogen, vooral om niet steeds in de spiegel de gedienstige kapper te hoeven zien. Een mankepoot. Als ze haar ogen sluit, lijkt het net of ze thuis is. Daar heeft ze er eentje die zich met soortgelijk gebonk door het leven beweegt.
Vanochtend aan de ontbijttafel vroeg ze haar echtgenoot of het niet verstandig was de jongens thuis te houden, vanwege het gerommel, dat sinds zonsopgang steeds luider leek te worden.
“Hoezo?” vroeg hij met volle mond, niet eens opkijkend van het rapport dat hij doorbladerde. Hij nam een slok thee en spoelde een hap brood weg.
“Vanwege de Russen: Het was de tweede keer dat ze het onderwerp aansneed. Vanmorgen vroeg wilde ze alleen bij haar echtgenoot schuilen, maar nu… nu verwachtte ze antwoorden en actie.
“Jij met je Russen..: zei hij zacht ‘Ik heb je toch gezegd dat ze..”
‘Ik ben niet gek. Mijn hart zegt dat mijn jongens als ze uit school komen beter binnen kunnen blijven. En we moeten hier weg.”
Haar echtgenoot zette zijn kop op tafel. ”Die jongens gaan vanmiddag gewoon naar buiten. Een gezonde geest in een gezond lichaam. En wij blijven. Ik kan toch niet als… als kapitein het schip verlaten.”
Op z’n hoogst is hij tweede stuurman, maar dat zei Christine niet, ze zuchtte alleen diep.
“Misschien moeten ze dat kettinkje afdoen” zei hij even later, terwijl hij van tafel opstond. ”Het kamp komen ze helemaal niet meer binnen.”
“Nee, laat ze alsjeblieft dat kettinkje omhouden”.
“Wat jij wilt.” Hij draaide zich van haar af, naar de piano, waar hij midden in de nacht nog op had zitten oefenen, tot wanhoop van haar. ‘Ik heb te veel aan mijn hoofd voor dit soort vermoeiende gesprekken. Vanavond moet ik spelen… Goed, ze houden het kettinkje om en als ze uit school komen, gaan ze buiten spelen, ze weten heel goed waar de grens van hun speelterrein ligt en jij ziet erop toe dat ze op tijd thuis zijn, zodat je erbij kunt zijn vanavond.”
Boink-stap, boink-stap, daar komt de kapper weer aan, met een ronde spiegel in een houten lijst. Net als hij die omhooghoudt, zodat Christine haar kapsel van achter kan zien, grijpt de man onder de kreet “Mijn been!” naar zijn houten poot.
De spiegel valt in stukken op de vloer.”

 

Bert Natter (Baarn, 19 januari 1968)

4 mei (Jaap Zijlstra), Roni Margulies

 

Bij 4 mei (Dodenherdenking)

 

Oorlogsmonument in Veghel, Noord-Brabant

 

4 mei
.
De oorlog is al jarenlang voorbij.
Men zegt het, maar het is niet waar.
Ik zie ze nog, gebonden aan elkaar
gaan naar hun graf. De duinenrij
ligt in de zon, de wind streelt door hun haar.

.
Voorover liggen. het is niet voorbij.
Wachten met het gezicht op de grond.
Roepen tot God met een gesloten mond.
Mijn God, mijn God, ontferm U over mij.

.
Nog klopt hun bloed tegen het witte zand.
Nog zoekt hun hart de verre overkant.
Ik hoor de schoten. het is niet voorbij.

 

Jaap Zijlstra (5 september 1933 – 22 december 2015)
Oorlogsmonument in wassenaar, de geboorteplaats van Jaap Zijlstra

 

De Turkse schrijver, dichter, vertaler en journalist Roni Margulies werd geboren op 5 mei 1955 in Istanbul. Zie ook alle tags voor Roni Margulies op dit blog.

 

BANAAN EN SAFFRAAN

’s Ochtends toen ik langs de keuken liep
Zag ik de banaan op de aanrecht liggen.
Gisterenavond heb ik hem niet gegeten en daar laten liggen.

Ik zou hem gaan pakken en hem in de koelkast leggen,
Ik keek: de bovenkant van de banaan zat vol met saffraan!

Ik herinnerde me, dat tijdens het maken van een salade
Het deksel van het saffraanpotje van zijn plaats verdwenen was.

Kijk dat is toevallig, dacht ik, dat rijmt: banaan en saffraan
In mijn keuken banaan
Met bovenop saffraan
Het heeft geen betekenis
Noch enige noodzaak
Zoals alle gedichtjes van mijn leven. 

 

Vertaald door Bruno van der Werff

 

Roni Margulies (Istanbul, 5 mei 1955)

 

Zie voor de schrijvers van de 4e mei ook mijn blog van 4 mei  mijn blog van 4 mei 2019 deel 2.

Leonard Nolens, Mark Strand

De Belgische dichter en schrijver Leonard Nolens werd geboren in Bree op 11 april 1947. Zie ook alle tags voor Leonard Nolens op dit blog. Leonard Nolens overleed op 26 december 2025 op 78-jarige leeftijd.

 

Het feest

1

Laten we drinken omdat er niets te vieren valt
Dan dat we bleven leven om mekaar te bezoeken.
Het is een feest dat jij vandaag niet bent gestorven.
Het is een feest dat hij geen degelijke wortels had
Maar benen om te komen naar mijn huis van ons.
Het is een feest dat zij haar eenzaamheid kan geven
Aan het muzikale oor dat deze kamer is geworden.
Laten we drinken zonder andere reden dan wij.

2

De avond valt. Het ernstige oktoberlicht
Dat ouder is dan wij, kijkt door de tuimelramen
Op ons neer met zijn oorspronkelijke perfectie.
Zijn juiste warmte leert ons wat we kunnen worden,
Delend in zijn antieke waarde van levend goud.
Zijn sprakeloos gezicht doet ons de dromen aan
Waarin we samen sprekend worden opgenomen –
Zijn pure buitenkant is helemaal zichzelf.

3

Vriendschap heeft vanavond de deuren vernageld.
De kamer bestrijkt de wereld zoals we hem denken.
Het kijkende wiel van onze gesprekken neemt hem
In zich op – we maken naam en krijgen zin.

De fles gaat rond zoals een woord dat laaft en lest.
De wildpastei als voorgerecht is een memento mori
Recht uit de oven. De dode dieren heb ik gered
Van hun dood – die moge jullie goed en wel bekomen.

Wat ik bedacht en deed in mijn eenzame keuken
Wandelt nu door onze darmen en verandert zich
In ons denken en doen. Ik heb me uitgedeeld –
Het is mijn vlees en bloed dat in de borden dampt.

 

Leonard Nolens (11 april 1947 – 26 december 2025)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Mark Strand werd geboren op 11 april 1934 in Summerside, Prince Edward Island, Canada. Zie ook alle tags voor Mark Strand op dit blog.

 

Wat het was

II

Het was de omtrek van een stoel;
Het was de grijze bank; het was de ommuring,
De tuin, de grindweg; het was de manier
Waarop het verbrokkelde maanlicht over haar haar viel.
Dat was het, en het was meer. Het was de wind die aan de bomen
Rukte; het was het gerommel en gedonder van wolken, de kust
Bezaaid met sterren. Het was de tijd die leek te zeggen
Dat als je wist hoe laat het werkelijk was, je nergens meer
Naar vragen zou. Dat was het. Dat was het beslist.
Het was ook wat nooit gebeurde – een ogenblik zo vol
Dat toen het onvermijdelijk voorbijging, geen smart groot genoeg was
Om het te bevatten. Het was de kamer die er na zoveel jaren
Onveranderd uitzag. Dat was het. Het was de hoed
Die zij vergeten was, haar pen die op de tafel lag.
Het was de zon op mijn hand. Het was de gloed van de zon. Het was de manier
Waarop ik zat, de manier waarop ik uren, dagen wachtte. Dat was het. Precies dat.

 

Vertaald door H. C. ten Berge

 

Mark Strand (11 april 1934 – 29 november 2014)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e april ook mijn blog van 11 april 2020 en eveneens mijn blog van 11 april 2019 en mijn blog van 11 april 2017 en ook mijn blog van 11 april 2015 deel 1 en eveneens deel 2 en deel 3.

Willem de Mérode, Pim te Bokkel, Hermann Lenz

Dit Romenu Blog bestaat vandaag precies twintig jaar! Dank weer aan alle oude en nieuwe bezoekers voor hun interesse en reacties van het afgelopen jaar. De eerste bijdrage in 2006 ging over de dichter en schrijver Willem de Mérode. Traditiegetrouw, omdat hij aan de wieg stond van dit blog, ook nu weer een gedicht van hem. Zie ook alle tags voor Willem de Mérode op dit blog en Romenu’s eerste lustrumpagina.

 

De vrienden

Bij ’t portret van Jaap en Okke
Hun houding drukt hun diepste wezen uit
De grootste zit, in wakkren droom verloren,
Op ’t rijzen van de stem des bloeds te hooren,
De nachtegaal die in harts meinacht fluit.

Hij wond zijn arm los om zijn makker heen
In groote goedheid, niet om steun te ontvangen.
Wie luistert naar zijn innigste verlangen,
Hij vindt zijn vastheid in zichzelf alleen.

De jongste staat, zijn oogen moedig open,
Gereed om met zijn onbevlekte kracht
Het schoone leven naar zijn wil te dwingen.

Gelukkigen! Zij hebben wat zij hopen:
De reine houdt de wereld in zijn macht,
En die gelooft, bezit reeds alle dingen.

 

Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)

 

De Nederlandse dichter Pim te Bokkel werd geboren in Winterswijk op 21 maart 1983. Zie ook alle tags voor Pim te Bokkel op dit blog.

 

Dan dooft de kleine prins het licht

We woonden nog op het kasteel
en vader stapte binnen
met wat voor ons
de eerste teletijdmachine was
een commodore
een plastic bak met vensterglas
waarachter
ik de nieuwe wereld zag
met broertjes vocht ik
om de aandacht van het ding
de gunst
van de betovering –
het spel
met de Perzische prins

We belden later
later eenzaam in
als onverbonden wezen
weifelend zocht de modem
vertraging
van het verlangen
contact

Maar we leefden net zolang
tot elk van ons
zichzelf
in de ban van het ding
volledig omringde met schijn
met de glans van de ring
met het schijnsel
van schermen
online scheen alles
onmiddellijk
nabij

Op een kleine planeet groeide toen het idee
dat je in deze wereld
helemaal
je hele zelf kan zijn
astronaut
in het diepst van je gedachten
ongebonden
tijdloos tollend om je eigen as
planeet
zonder zon

Alleen
je blijkt niet alleen zo alleen
in de ruimte woekert
oneindig
de braamstruik
ik zie het aan
en breid mijn databundel uit
schrijf
en schrijf
om
er te zijn

We tasten, we zweven
soms lijkt iets dichtbij
maar weet jij
of weet ik veel
want wat is er waar
dit hier
jij daar
zonder nabijheid
is alles verhaal

 

Pim te Bokkel (Winterswijk, 21 maart 1983)

 

De Duitse dichter en schrijver Hermann Lenz werd op 26 februari 1913 in Stuttgart geboren. Zie ook alle tags voor Hermann Lenz op dit blog.

 

Terugblik

Geen huis gebouwd,
Geen zoon gekregen,
Alleen boeken geschreven.

Is dat genoeg?
Nee, dat is niet genoeg.

Zelfs bezittingen
zijn een lastig iets voor je,
Een twijfelachtig iets uiteraard.

Je woonde op zolder
Met meubels uit het verleden.
Die heb je lang gekend.

Wat anderen “leven” noemen,
Was hard werken voor jou.
Gelukt is het je nooit.

Als je het maar net redt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hermann Lenz (26 februari 1913 – 12 mei 1998)

 

Zie voor de schrijvers van de 21e maart ook mijn blog van 21 maart 2022 en ook mijn blog van 21 maart 2021 en ook mijn blog van 21 maart 2020 en eveneens mijn blog van 21 maart 2019 en ook mijn blog van 21 maart 2018 deel 2 en ook Romenu’s 1e lustrum pagina.

Robert Gray, Elisabeth Langgässer

De Australische dichter Robert Gray werd geboren op 23 februari 1945 in Port Macquarie. Zie ook alle tags  voor Robert Gray op dit blog.

 

Gardenias

Lamps through the quiet house; outside, there’s rain.
Open windows; verandah; TV moon
next door, amongst dark fronds; the typewriter
sounds of wetness; and bougainvillea
entwining each carved white pole with a vine
cruel as wire. The petals make their clamour
silently; held by heat of the houselights
in high arc, above the steps — hovering,
a red surf, blown from darkness. Down the street’s
the light-pole, that stands as though a fountain,
its cowl soda-white, in rains that thicken.
And, going in, my hand again searches
quietness, along the books. I come sidling
into the deep presence of these flowers.

 

Summer, Summer

A game of cricket on the English grass, in the slow-motion blast
of the sun and
amid the slow hand-claps —
the bats’
are similar but even slower strokes.
Aimless as a blowfly on its motorbike, or as some real bike
among distant lanes,
the afternoon.
Canvas chairs and crumbs and the match from Lords kept low
on a portable,
and some
are stretched along the turf, and half turning the head,
at times, can watch
from under
cover, a pair who, laughing near, wine-flushed,
have each begun their slow ticklings with grass stalks.
The clouds are soap froth
built up on the hands of someone
who pauses indoors above the sink, in silhouette
even to himself,
and that hold; that still, still nothing can dissipate. This frosted
glass that’s pushed up
in the changing room
invites
a glimmer, as there passes the white figure quickly scissoring across
the wide lawn, although
nothing comes undone.
Whatever
the bird is called, whether it’s a wood pigeon
or a dove,
it faithfully makes its rich idle bubblings like a Moroccan pipe —
the brief
billows, loose as summer wash.
And now you notice the young couple have got up and gone,
and you see, too,
how the man
who has become so quiet
is one
who must realise
he will never
have his hands upon a firm breast again.

 

Robert Gray (Port Macquarie, 23 februari 1945)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Elisabeth Langgässer werd geboren op 23 februari 1899 in Alzey. Zie ook alle tags voor Elisabeth Langgässer op dit blog.

 

Hymne van het laatste zaad

Laat ons het wilde onkruid zingen,
Waaruit de grauwe lewerk stijgt,
Als hij met nietige vlerken
Zich in het eigen lied vertakt.
Van de schermvormige sterrebloem
Leer de bestuiving,
Beschouw de schuwe mier
En glijd bij neerwaarts
Genijgden, verzonken gang
Uw vinger de bedauwde stengel langs.

Nu is de tijd gekomen
Dat aarde zelf ons aanzet
Verrukt te prijzen, wat de vrome
Graanakkers eenmaal krenkte:
De tere winde,
Het licht gepeupel
Der verwaaide grassen,
De gloeiende glazen
Der bedwelmende papaver op de slaperige barm,
En zie het doorwaskruid steekt zijn hazenoren uit.

Ach, de verzwonden marsyas drijven
De stenen zelf nu weder uit,
Wij voelen bevend hoe we blijven
En luisteren in een ledig huis.
Het cymbelkruid wendt,
Terwijl het reeds sterft,
Zich af van de dag,
En strooit dat het drage
Van muur tot muur het aardse geluk
Het heilige zaad in het donker terug.

 

Vertaald door René Verbeeck

 

Elisabeth Langgässer (23 februari 1899 – 25 juli 1950)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e februari ook mijn blog van 23 februari 2022 en ook mijn blog van 23 februari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

In Memoriam Cees Nooteboom, Elina Penner, Else Lasker-Schüler

De Nederlandse schrijver Cees Nooteboom is gisteren op 92-jarige leeftijd overleden. Cees Nooteboom werd geboren in Den Haag op 31 juli 1933. Zie ook alle tags voor Cees Nooteboom op dit blog.

Uit: ’s Nachts komen de vossen

“Ik ben zelf een barometer, had hij tegen haar gezegd toen ze voor de barometer stonden. Ik voel het tot in mijn skelet. Een ander zou gezegd hebben tot in mijn botten, maar Rudolf zei skelet, omdat hij wist dat Rosita dat irritant vond. Hij wist ook waarom zij het irritant vond, dat maakte het erger. Zij had een letterlijke geest en zág dus ook een skelet, wat ze niet aangenaam vond. De tijd van de vanitasschilderijen is voorbij, zei ze, je zet toch ook geen doodskopmeer op je werktafel. Als je dat een uur geleden gezegd had zou ik niet met je hebben geneukt. Geen zin in zo’n skelet boven op me. Ze zag het voor zich, klapperende ribbenkasten, in elkaar bijtende schedels. Je bent soms een echte klootzak. Alleen maar omdat het weer verandert. Daar zei hij niets op terug, omdat het waar was, zowel het een als het ander. Ineens was de zomer voorbij. Grauwe wolkenkastelen, het wit van de Spaanse huizen ineens vaal, en straks de tuin onder water, want als het kwam, kwam het goed, met bakken. En de melancholie die erbij hoorde. Deuren die de hele zomer open geweest waren moesten dicht, de grote wandelingen langs de kust moesten naar een vroeger tijdstip verzet worden, er viel een donker gat tussen het uur dat de duisternis inviel en het uur waarop je in Spanje kon gaan eten. Dat betekende vroeger drinken in een bar of in het ineens niet meer zo aangename huis bij een elektrisch kacheltje een beetje kleumerig zitten lezen. Onuitstaanbaar dat zij daar geen last van had. Zij had, als hij er goed over nadacht, eigenlijk nooit ergens last van. Niet van slapeloosheid, niet van verveling. Ze verdween eenvoudig naar haar werkkamer, en was daar kennelijk gelukkig. Hoe iemand gelukkig kon zijn die al jaren aan een geschiedenis van de Nederlandse arbeidersbeweging werkte was hem een raadsel. Alles wat ze erover vertelde, van Domela Nieuwenhuis tot en met Henriette Roland Holst, vervulde hem met diep wantrouwen. Allemaal mensen met dubbele namen die het goed gemeend hadden met de uitgebuite klasse. Nu was het een eeuw later en de te verheffen klasse van ooit stond getatoeëerd als een Maori met een radio keihard aan op een ladder het huis naast je te schilderen. Gejengel en gestamp, vette stemmen van populaire dj’s, en op de televisie plat pratende nieuwe beroemdheden die een seizoen lang de helden waren in een of andere soap. Ze zouden eens terug moeten komen, zei hij dan, de Gorters ende Van Eedens. Ze zouden zich de pleuris schrikken. Eindelijk gelukt, de dictatuur van het proletariaat, kunst voor het volk. Ik zie d’arbeiders dansen in zilvren rijen aan de rand van de oceaan, zo’n soort regel. Gorter, geloof ik. Gelukt ook nog, in de disco in Torremolinos. Haar antwoord daarop was meestal een zacht neuriën, waarvan hij nooit zeker wist of het niet een uiting van minachting of van groot medelijden was. Een licht, hoog zoemen, een soort vogelgemurmel, alsof ze al bezig was van hem weg te vliegen.”

 

Cees Nooteboom (31 juli 1933 – 11 februari 2026)

 

De Duitse schrijfster Elina Penner werd geboren op 12 februari 1987 in Kamenka, Oblast Orenburg, toen USSR. Zie ook alle tags voor Elina Penner op dit blog.

Uit: Die Unbußfertigen

»Herzlich willkommen zur offiziellen Harmlik-TV-Rennion!« Die Moderatorin strahlt und freut sich, zurück an dem historisch denkwürdigen Ort zu sein. »Seid ihr auch so aufgeregt wie ich? Wir können es selbst kaum glauben, aber vor genau einem Jahr startete Hamerk-7V auf eine extrem kuriose, wenn nicht gewöhnungsbedürftige Art und Weise. Mit euch zusammen gehen wir heute noch einmal auf die Memory Lane, landen in Eichbrück, flirten mit unseren Idolen, streiten und fetzen uns, beschuldigen uns und versuchen auszubrechen.« Das Publikum im Saal tobt. Die Moderatorin legt die Hände auf ihren Brustkorb, presst die Lippen aufeinander und nickt gerührt den Menschen zu. Sie wischt sich links und rechts imaginäre Tränen weg und fährt fort: »Ihr habt unsere Hamerk-Babes genauso vermisst wie ich, deshalb sollt ihr nicht länger warten. Denn wir wissen alle, was ihr braucht! Heute bricht er weder Herzen noch Bankkonten, unser Lieblingsfuckboi a. D., Justin, komm her!« Schüchtern betritt ein junger Mann Ende 20, vielleicht schon Anfang 30, die Bühne. Er trägt einen gut geschnittenen cremefarbenen Leinenanzug, jede einzelne seiner blonden Locken sitzt perfekt. Ein junger Ryan Phillippe, ein hübscher Matthias Schweighöfer. Das Publikum johlt, Hunderte Frauen schreien immer wieder JUSTIN! Justin setzt sich auf das goldglänzende Sofa. Die Moderatorin wartet, bis sich das Publikum beruhigt hat. Das wird sie bei allen Gästen so machen – und da kommt auch schon der Nächste. »Vor ihm könnt ihr euch nicht verstecken, er wird euch überall finden, hier kommt Max!« Ein freundlich aussehender Mann Mitte 40 kommt auf die Bühne. Er ist unaufdringlich farblos, einer, den man schnell vergisst. Man denkt nur, das war dieser Dicke, wie hieß der noch mal? »Bitte give it up für unseren einzig wahren Girl Dad, der heute seinen Senf nur noch dazugibt, wenn es Bratwurst gibt! Hier ist euer Klaus!«
Ein sportlicher Mann um die 70 mit vollem weißem Haar, in heller Jeans und weißem Hemd geht zügig auf die Bühne. Typ Hausarzt, der gerne golft. Oder Geschichtslehrer, der gerade von der Romfahrt mit dem Geschichte-Leistungskurs kommt. Tiefenentspannt, ihm fehlt nur der Espresso in der Hand und eine Pilotensonnenbrille auf der Nase. »Mensch Klaus, dich erkennt man ja gar nicht wieder, steht dir gut, so frisch!«, begrüßt ihn die Moderatorin. Klaus setzt sich und grüßt mit einem Nicken das Publikum. »Ladys, holt eure Persos raus, denn unser folgender Gast kontrolliert mehr als nur eure Facecard, hier ist Basti!«

 

Elina Penner (Kamenka, 12 februari 1987)

 

De Duitse schrijfster en dichteres Else Lasker-Schüler werd geboren in Elberfeld op 11 februari 1869. Zie ook alle tags voor Else Lasker-Schüler op dit blog.

 

ESTHER

Esther is slank als de veldpalmen
Haar lippen geuren naar de korenhalmen
En de hoogfeestdagen die in Juda vallen.

’s Nachts rust haar hart uit op wat psalmen
De goden luisteren in hun hoge hallen.
Glimlachend wacht de koning haar verschijnen – 

En overal laat God zijn oog op Esther rusten.
De jonge Joden dichten liedjes voor hun zuster 
Die zij op zuilen in hun voorhal schrijven.

 

Vertaald door Kees Kok

 

Else Lasker-Schüler (11 februari 1869 – 22 januari 1945)

 

Zie voor de schrijvers van de 12e februari ook mijn blog van 12 februari 2023 en ook mijn twee blogs van 12 februari 2022 en ook mijn blog van 12 februari 2019 en ook mijn blog van 12 februari 2017 deel 2 en eveneens deel 3.


Advent (Karl Gerok), Gerard Reve, Paul Eluard

 

 

“Neudorf im Advent (Erzgebirge)” door Dieter Jacob, 2009

 

Advent

Offenb. 3, 20.
Siehe, ich stehe vor der Tür und
klopfe an.

Ich klopfe an zum heiligen Advent
Und stehe vor der Tür!
O selig, wer des Hirten Stimme kennt,
Und eilt und öffnet mir.
Ich werde Nachtmahl mit ihm halten,
Ihm Gnade spenden, Licht entfalten,
Der ganze Himmel wird ihm aufgetan,
Ich klopfe an.

Ich klopfe an, da draußen ists so kalt
In dieser Winterszeit;
Von Eise starrt der finstre Tannenwald,
Die Welt ist eingeschneit,
Auch Menschenherzen sind gefroren,
Ich stehe vor der verschlossnen Toren,
Wo ist ein Herz, den Heiland zu empfahn?
Ich klopfe an.

Ich klopfe an, sähst du mir nur einmal
Ins treue Angesicht,
Den Dornenkranz, der Nägel blutig Mahl, —
O du verwärst mich nicht!
Ich trug um dich so heiß Verlangen,
Ich bin so lang dich suchen gangen,
Vom Kreuze her komm ich die blut’ge Bahn:
Ich klopfe an.

Ich klopfe an, der Abend ist so traut,
So stille nah und fern,
Die Erde schläft, vom klaren Himmel schaut
Der lichte Abendstern;
In solchen heilgen Dämmerstunden
Hat manches Herz mich schon gefunden;
O denk, wie Nikodemus einst getan:
Ich klopfe an!

Ich klopfe an und bringe nichts als Heil
Und Segen für und für,
Zachäus ‘ Glück, Marias gutes Teil
Bescheert‘ ich gern auch dir,
Wie ich den Jüngern einst beschieden
In finstrer Nacht den süßen Frieden,
So möchte‘ ich dir mit holdem Gruße nahn;
Ich klopfe an.

Ich klopfe an, bist, Seele du, zu Haus,
Wenn dein Geliebter pocht?
Blüht mir im Krug ein frischer Blumenstrauß,
Brennt deines Glaubens Docht?
Weißt du, wie man den Freund bewirtet?
Bist du geschürzet und gegürtet?
Bist du bereit mich bräutlich zu umsahn?
Ich klopfe an.

Ich klopfe an, klopft dir dein Herze mit
Bei meiner Stimme Ton?
Schreckt dich der treusten Mutterliebe Tritt
Wie fernen Donners Drohn?
O hör‘ auch deines Herzens Pochen,
In deiner Brust hat Gott gesprochen:
Wach‘ auf, der Morgen graut, bald kräht der Hahn,
Ich klopfe an.

Ich klopfe an; spricht nicht: es ist der Wind,
Er rauscht im dürren Laub; —
Dein Heiland ists, dein Herr, dein Gott, mein Kind,
O stelle dich nicht taub;
Jetzt komm‘ ich noch im sanften Sausen,
Doch bald vielleicht im Sturmesbrausen,
O glaub‘, es ist kein eitler Kinderwahn:
Ich klopfe an.

Ich klopfe an, jetzt bin ich noch dein Gast
Und steh vor deiner Tür,
Einst, Seele, wenn du hier kein Haus mehr hast,
Dann klopfest du bei mir;
Wer hier getan nach meinem Worte,
Denn öffn‘ ich dort die Friedenspforte,
Wer mich verstieß, dem wird nicht aufgetan;
Ich klopfe an.

 

Karl Gerok (30 januari 1815 – 14 januari 1890)
Advent in Vaihingen an der Enz, de geboorteplaats van Karl Gerok

 

De Nederlandse dichter en schrijver Gerard Reve werd op 14 december 1923 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Gerard Reve op dit blog.

Uit: Brief uit Berlijn

“Berlijn-Zehlendorf, Paaszondag 1962. Naarmate de trein de grens van Oost-Duitsland – waar men, zoals bekend, doorheen moet reizen om West-Berlijn te bereiken – nadert, groeit er, met mijn nieuwsgierigheid over wat ik te zien zal krijgen, ook een zonderlinge hoop: de hoop, dat alles zich veel betrekkelijker en veel minder ernstig zal laten aanzien, en dat de voorstelling die ik uit de berichtgeving van vele jaren heb opgebouwd, veel meer een projektie van mijn eigen, dikwijls zeer absoluut gestelde problematiek zal blijken te zijn, dan een met de werkelijkheid vergelijkbaar beeld.
Men kent de voorstelling van de Duitse Bondsrepubliek zoals die wordt gekoesterd door de mensen voor wie de in de bezetting ondergane verschrikking een levenvullende tijdloosheid heeft gekregen; een voorstelling waaraan ook, vooral uit gemakzucht, wordt vastgehouden door mensen die politiek nooit volwassen willen worden; een voorstelling die haar voortbestaan in veel grotere mate aan de communistiese propaganda dankt dan men in het algemeen wel vermoedt. Volgens deze voorstelling is de Westduitse democratie een schijndemocratie, waarin de nazi’s en het grootkapitaal bezig zijn een nieuwe autoritaire Duitse staat naar een nieuwe veroveringsoorlog te voeren. De kracht van deze voorstelling berust in niet geringe mate op het ontbreken van een redelijke hoeveelheid feitelijk bewijsmateriaal: materiaal dat er niet is, kan men immers niet aanvechten. In werkelijkheid wordt slechts een handvol voorvallen gebruikt om de al van te voren axiomaties aangenomen agressiviteit van West-Duitsland te illustreren. Feiten zoals de nog nooit in de Duitse geschiedenis vertoonde impopulariteit van de Westduitse dienstplicht – waarvoor iedereen zich probeert te drukken – en de verbijsterend geringe percentages stemmen, die neo-, semi-nazistiese of andere ultra-rechtse groeperingen, voordat ze bij de wet werden verboden, bij verkiezingen behaalden zelfs in die deelstaten, die indertijd de typiese voedingsbodem waren van het nationaal-socialisme – die feiten zeggen de politieke dommelaar niets. Voor het handhaven van zijn op onvruchtbare moffenhaat steunende visie heeft hij slechts een paar berichten per jaar over geschonden Joodse begraafplaatsen, op muren geschilderde hakenkruisen of over de ontmaskering van een op een verantwoordelijke post gekomen oorlogsmisdadiger nodig.”

 

Gerard Reve (14 december 1923 – 8 april 2006)
Reve met Woelrat en kat op schoot

 

De Franse dichter en schrijver Paul Eluard werd geboren op 14 december 1895 in Saint Denis. Zie ook alle tags voor Paul Eluard op dit blog.

 

Ik houd van je

Ik houd van je om alle vrouwen
Die ik niet heb gekend
Ik houd van je om alle tijden
Dat ik niet heb geleefd
Om de geur van het ruime sop
En de geur van warm brood
Om de sneeuw die smelt
Om de eerste bloemen
Om de zuivere dieren
Die de mens niet verschrikt
Ik houd van je om lief te hebben
Ik houd van je om alle vrouwen
Die ik niet liefheb

Wie anders spiegelt mij dan jij zelf
Ik zie ik mij amper
Zonder jou zie ik enkel
Een verlaten vlakte
Tussen vroeger en vandaag
Waren al die doden
Waar ik doorheen
Loop op stro
Ik kon geen gat boren
In de muur van mijn spiegel
Ik moest het leven leren
Woord voor woord
Zoals men vergeet

Ik houd van je om jouw wijsheid
Die niet van mij is
Om de gezondheid houd ik
Van je ondanks alles dat enkel illusie is
Om het onsterfelijke hart
Dat ik niet beheer
Je meent twijfel te zijn
En je bent slechts rede
Je bent de grote zon
Die mij naar het hoofd stijgt
Als ik zeker ben van mezelf
Als ik zeker ben van mezelf.

 

Vertaald door Theo Festen

 

Paul Eluard (14 december 1895 – 18 november 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e december ook mijn blog van 14 december 2021 en ook mijn blog van 14 december 2018 en ook mijn blog van 14 december 2014 deel 2 en eveneens deel 3.