Jon Fosse, W. S. Merwin

De Noorse schrijver en dichter Jon Fosse werd geboren in Haugesund op 29 september 1959. Zie ook alle tags voor Jon Fosse op dit blog.

 

IETS OVER DE TONEELSPELER

in wat zich roert
als het leven
altijd in verweesde beweging
is iets rustig
en zwaar
als het leven zelf
zwaar is           Voor sommigen
wordt het leven te licht
en tegelijkertijd te zwaar
en zij stappen uit het gebeuren
en staan daar
wankel
beschaamd
en weten niet wat te zeggen
ze hebben niets te zeggen
en daarom moet er iets gezegd            En ze stappen naar voren
met passen licht en doelgericht als de wind
stappen ze naar voren
en dan staan ze daar
zwaar van zichzelf
in elkaars licht
terwijl de schaamte
vervliegt
gewichtloos als de engel van de hond
 
En dan gaan de vleugels van de engel open
en vouwen zich om hen heen
 
En dan is het gezegd

 

DE BERG HOUDT ZIJN ADEM IN

een diep inademen
en toen stond de berg daar
toen stond de berg daar
en zo staat de berg daar
 
en buigt zich neer
en neer
in zichzelf
en houdt zijn adem in
 
terwijl wind en water
strelen en slaan
houdt de berg zijn adem in

 

GEWOON WETEN

de zang, de zang van de zee
glijdt neer langs de steile rotsen
en verder langs hemel
 
in blauwe zweefvlucht, als een schemeren
naar waar wij samenzijn
en waar wij nooit iets zeggen
 
en gewoon weten

 

Vertaald door Marianne Molenaar

 

Jon Fosse (Haugesund, 29 september 1959)

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en vertaler William Stanley Merwin werd geboren in New York op 30 september 1927. Zie ook alle tags voor W. S. Merwin op dit blog.

 

Bij het vallen van de avond

Wanneer het tijd is, volg ik de zwarte hond
de duisternis in die de geest van de dag is

Ik zie daar niets anders dan de zwarte hond
de hond die ik ken, die voor mij uit loopt

zonder om te kijken – o, het is de zwarte hond
op wie ik nu, na al die jaren, vertrouw

nadat ik jarenlang het vertrouwen van de zwarte hond genoot
door tijden van licht en door schaduw heen

verder, de blindheid van de zwarte hond in
waar de kamers van het donker al bekend waren

en geen angst in zich droegen voor de zwarte hond
die mij voorzichtig de blinde trap op leidde

 

Vertaald door Frans Roumen

 

W. S. Merwin (30 september 1927 – 15 maart 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e september ook mijn blog van 29 september 2025 en ook mijn blog van 29 september 2020 en eveneens mijn blog van 29 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Philip Huff, W. S. Merwin

De Nederlandse dichter en schrijver Philip Huff werd geboren op 28 september 1984 in Zwolle. Zie ook alle tags voor Philip Huff op dit blog.

Uit: Open

“Negen jaar lang hebben we weinig onbesproken gelaten, maar dit wel: de zomer van 2020 stond ik in het Rijksmuseum voor Maria Magdalena in extase van Artemisia Gentileschi, ik keek naar het gezicht van Jezus’ metgezellin en mogelijke geliefde en besefte dat ik jou al maanden niet meer zo in vervoering had gezien.
Ik was moe. Moe van de lange nachten met de hitte en de muggen, moe van de zomer. We waren samen naar Portugal geweest, naar Ierland, maar jij had nog nooit zo ver van mij vandaan gevoeld. Ook niet toen ik nog in New York woonde. Ik was moe en ik was boos.
Ik wist dat gevoelens getijden kenden, maar ook dat die vergelijking een valse was: liefde is niet gelijkmatig als de zwaartekracht. Ik wist dat, als de tijdslijn van een relatie lang genoeg was, dit soort dingen gebeurden. Onze wittebroodsjaren waren voorbij, we hadden een roze periode gekend, en nu een blauwe. Ik wist ook dat je dan moest volhouden, een maand, een jaar, totdat je elkaar weer had gevonden, in een volgende roze periode. Maar ik had niet langer het gevoel dat we samen in de dagelijkse loopgraven van het bestaan zaten. Of misschien wel, maar dan aan andere kanten van het front.
Ik voelde elke dag je walging. Je vroeg mij niets meer. Wilde niets meer met mij doen. Je wilde niet mee naar het museum, en als we wel samen voor dat schilderij hadden gestaan, had jij mij niets gevraagd en ik had niet durven zeggen wat ik dacht: dat ik moe was en boos.
En toch… en toch liep ik door. Als een afgematte voetsoldaat. Maar ik wist, met elke polsslag, ik voelde, tot in elke vezel, dat deze aanpak geen verzoening bracht.
Waarom zei ik niets?
Dit praten, dit schrijven, dit altijd weer praten met jou. Ik doe het zodat ik zeker weet dat ik alles wat ik je wil zeggen ook daadwerkelijk zeg. Ik doe het, om het helder te krijgen, allemaal.
Wat Renate Rubinstein zei: Liever had ik geschreven met sereniteit en liefst in glorie, maar als die er niet zijn, dan kan het ook gewoon.”

 

Philip Huff (Zwolle, 28 september 1984)

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en vertaler William Stanley Merwin werd geboren in New York op 30 september 1927. Zie ook alle tags voor W. S. Merwin op dit blog.

 

Weerkaatsend licht

Toen ik net leerde lezen, stelde ik me voor
dat bruggen iets te maken hadden met vogels
en met wat op kooien leek, al wist ik
dat het geen kooien waren; het moet herfst zijn geweest
met het stoffige licht dat flikkerde op de tramleidingen
en die oranje plekken die in brand leken te staan ​​op de foto’s
en nu is het inderdaad herfst, de heldere
dagen niet ver van zee, met een briesje dat snuffelt
aan droog gras dat gisteren nog groen was
de lege maïs die staat te trillen en een dons
van spookbloemen dat de verwaarloosde velden sluiert
en overal de kleuren – ik kan mijn ogen
er niet vanaf houden: alles rood, zelfs de brede stromen
rood; het is het seizoen van de trekvogels
die ’s nachts vliegen en de draaiende aarde onder zich
voelen; ik werd wakker in de stad en hoorde
de roep van de plevier, steeds weer opnieuw
voordat ik in slaap viel, en hier, ver stroomafwaarts
samenscholend en weerkaatsend vlak bij de oever
hebben de langste bruggen hun slanke vleugels gespreid

 

Vertaald door Frans Roumen

 

W. S. Merwin (30 september 1927 – 15 maart 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e september ook mijn blog van 28 september 2020 en eveneens mijn blog van 28 september 2018 en ook mijn blog van 28 september 2017 en eveneens mijn blog van 28 september 2014 deel 1 en eveneens deel 2.

Kay Ryan, Nate Pritts

De Amerikaanse dichteres Kay Ryan werd geboren op 27 september 1945 in San Jose, California. Zie ook alle tags voor Kay Ryan op dit blog.

 

THE WOMAN WHO WROTE
TOO MUCH

 
I have written
over the doors
of the various
houses and stores
where friends
and supplies were.
 
Now I can’t
locate them anymore
and must shout
general appeals
in the street.
 
It is a miracle
to me now—
when a piece
of the structure unseals
 
and there is a dear one,
coming out,
with something
for me to eat.

 

FELIX CROW

Crow school
is basic and
short as a rule—
just the rudiments
of quid pro crow
for most students.
Then each lives out
his unenlightened
span, adding his
bit of blight
to the collected
history of pushing out
the sweeter species;
briefly swaggering the
swagger of his
aggravating ancestors
down my street.
And every time
I like him
when we meet.

 

SHARKS\’ TEETH

Everything contains some
silence. Noise gets
its zest from the
small shark’s-tooth
shaped fragments
of rest angled
in it. An hour
of city holds maybe
a minute of these
remnants of a time
when silence reigned,
compact and dangerous
as a shark. Sometimes
a bit of a tail
or fin can still
be sensed in parks.

 

Niets gewaagd

Niets bestaat als één blok
dat niet in stukken kan worden gehakt.
Dus als er niets wordt gewaagd,
dat zijn geen loze woorden;
het is de ultieme inzet.
Vraag je je niet af
hoe mensen kunnen denken
dat de oevers van ruimte
en tijd er niet toe doen?
Hoe ze de grote bassins
leegtrekken tot op
slijm en salamanders na
en daarvoor nog dank verwachten?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kay Ryan (San Jose, 27 september 1945)

 

De Amerikaanse dichter en letterkundige Nate Pritts werd geboren in Syracuse, New York, op 27 september 1974. Zie ook alle tags voor Nate Pritts op dit blog.

 

Forever War

In studying the anomaly
it was determined that holiday decorations
look sad out of season,
that there’s no excuse for the mistakes
of my people. Red paper hearts
on the front door into April,
a cauldron that doubles as a planter
in summer. Always the starscape
to help keep me honest, to remind me
that distance is easy to cross.
The analytic belt I’m equipped with
reminds me of an indescribable autumn
from one hundred generations ago
though even last year
I was someone else.
I was faced with a choice.
Proceed with the same core
or blow it up to restart
& maybe go further. Most of my programming
has survived into this new battle.
I can smell faint ocean
salt on the breeze & I have different
reactions for its presence or absence.
Now is the time to overcome problems.
I debate the finer points of being desperate,
of wanting things to remain
as they are, though they can’t.
I’d rather not go into details
since specifics make me queasy,
like in pictures when people put their heads
too close together. How can they stand
such forced intimacy?
I take off in search of my home planet.
My resolve is stronger than ever.

 

Nate Pritts (Syracuse, 27 september 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e september ook mijn blog van 27 september 2020 en eveneens mijn blog van 27 september 2018 en eveneens mijn blog van 27 september 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Niccolò Ammaniti, Kay Ryan

De Italiaanse schrijver Niccolò Ammaniti werd geboren in Rome op 25 september 1966. Zie ook alle tags voor Niccolò Ammaniti op dit blog.

Uit: Kieuwen (Vertaald door Etta Maris)

“Salamanders weten met verbazingwekkende precisie hun hol terug te vinden. Als je ze oppakt en je loopt met ze over een berg, keren ze gewoon terug naar huis. Ik niet. Ik raak dc weg kwijt. Vooral wanneer ik drink. En vanavond is het ijskoud en regent het. Ik heb een hele tijd rondgedwaald. Was ik maar een salamander. Dan had ik naar de sterren gekeken en mijn neus in de lucht gestoken en zou ik naar de winkel zijn teruggekeerd. Ja, misschien had ik dat moeten proberen. Maar in Rome zie je geen sterren. De hemel gaat er schuil achter een grijze, fosforescerende kap en hoge woonblokken. En bovendien ben ik verkouden. Ik moet overgeven. Ik heb het gevoel alsof mijn maag vol zit met murenen. Vooruit. Sta dus maar op. Ik zit al een tijd op de motorkap van deze auto en ben doorweekt. Sta op, je bent er. Ik hijs mezelf overeind. Ik leun met mijn hoofd en armen tegen het rolluik om de draaikolkbeweging van de straat, de lantaarns en al het andere te stoppen. Ik vind mijn sleutels onder in de zak van mijn jas. Ik ga naar binnen. Ik loop door de winkel, die inmiddels niet meer in gebruik is; uit de aquaria, die ooit dienden om de klanten te lokken, stijgt een geur van ontbinding op. Jezus, wat veel stof. Waggelend loop ik door een lange, donkere gang en dan ben ik eindelijk in het hol. Dat is een grote kamer die uitkijkt op een binnentuin. Overdag schijnen de zonnestralen naar binnen door de grote ramen, zodat zich een dichte vegetatie kan ontwikkelen. Er staan aquaria in alle soorten en maten, sommige zo groot dat je erin zou kunnen zwemmen. Lange snoeren voeden dc lampen. De waterleidingen liggen kriskras door elkaar op de vloer. De grootste aquaria reproduceren complete regionale ecosystemen. Een van Zuid-Amerika, met planten met lange stengels. Een ander van Zuidoost-Azië, met waterlelies. En verder één van Europa en een van Afrika. Zodra ik binnenkom voel ik de vochtigheid door mijn kleren dringen en wordt ademhalen moeilijk. Dc lage lampen vullen de aquaria met een warm, zacht licht. De vissen zwemmen traag in scholen. Daaronder de duisternis en een sterke, zoete geur. Regen en vegetatie. De geur vult mijn neus en bedwelmt me. De ramen zijn beslagen door de condens. Tegen een van de muren staan op een toonbank een stuk of twintig kleinere aquaria. Daarin zitten dc pootvissen, dc pasgeboren visjes. Opzij daarvan staan een half versleten bank, de koelkast, een televisie en een stretcher. Ik laat me erop vallen. Het lukt mc niet me uit te kleden. lk trek mijn schoenen uit, meer niet. Ik vind de afstandsbediening onder het kussen en zet de tv aan. Ik houd mijn ogen dicht. ‘En? Hoc hebt u het ontdekt?’ vraagt Maurizio Costanzo.”

 

Niccolò Ammaniti (Rome, 25 september 1966)

 

De Amerikaanse dichteres Kay Ryan werd geboren op 27 september 1945 in San Jose, California. Zie ook alle tags voor Kay Ryan op dit blog.

 

EEN BAL ROLT OP EEN PUNT

De hele bal
van wie we zijn
drukt zich in
het groene laken
op één enkel,
minuscuul punt.
Een krakend
geluidsspoor
verraadt onze doortocht
door de
vezelige jungle.
Het is heet en
wanhopig. Insecten
springen eruit op.
De pressie is
intens, en de
perceptie dat we
de maat zijn kwijtgeraakt.
Alsof om te veel gewicht
op een te kleine plek
te laten rusten
onze keuze was.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kay Ryan (San Jose, 27 september 1945)

 

Zie voor de schrijvers van de 25e september ook mijn blog van 25 september 2021 en ook mijn blog van 25 september 2019 en ook mijn blog van 25 september 2018 en eveneens mijn blog van 25 september 2016 deel 2.

Joke van Leeuwen, Kay Ryan

De Nederlandse dichteres, schrijfster, illustrator en cabaretière Johanna Rutgera van Leeuwen werd geboren op 24 september 1952 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Joke van Leeuwen op dit blog.

 

Bang in het donker

Mama, papa, blijf je thuis?
Er lopen dieven door het huis.
Er lopen boeven op de gang.
In het donker ben ik bang.

Er zit een kater in de kast,
die daar met zijn nagels krast.
Moet ik ’s nachts naar de wc,
lopen spoken met me mee.

Op de zolder zit een beest.
Ik ben er weken niet geweest.
Hoor ik ’s nachts een harde klap,
dan is het oorlog op de trap.

Dan loopt een vent met een geweer
in het donker op en neer
en loert-ie naar me door een kier.
Blijf liever hier. Blijf liever hier.

 

NOSTRIFICATIE

Wie gaf er soep aan wie toen die opeens daar op de stoep, want
weggevlucht van waar die dacht te horen? Wie raakten er
voorgoed ontwricht? Wie deed zijn deuren dicht?

Waar wurmen massa’s zich langs ketens, waar wordt
bourgondisch, taaltje, zuinig en lawaai eens door elkaar gegooid
vermooid tot boor, aai, lading, uiting, schuw en zaaltje?

Wie is het snelst met zijn oudjaar, zijn gangen, bollen, flappen?
Wie kwamen uitgedosten halen van een halte, omdat de bus niet
reed? Wie deed wie na, hoe kusten zij elkanders wangen?

Waar zitten hier en daar de billen, hoe snel gaat lopen, waar
in de trein zit wie te bellen over liefde, die aan weerszijden
heus niet meevalt nee, dat weet nu heel de treincoupé?

Hoevelen staan er waar in brons gegoten, de kop gedragen in
een schaal van kraag? En hoeveel decibellen kunnen torens nog
verduren, blote putti en het stil vertoon van de moluren?

Wie praat tegen de wind in, woont in een fermetje, plakt aan zijn
geboortegrond? Wie schiet er door? Wie leidt het meeste om en
wie wil alles recht, zegt: heb ik al gezegd en zegt het weer?

Hoe traag gaat varen op kanalen? Waar reiken de rivieren
over grenzen? Wat bloeit er op de doden? Hoe ogen waar
de broden? Hoe zijn ze zo geworden?

Vul hier niets in. Schuif aan.
Zie hoe versierd het voedsel op de borden.

 

EENZAME UITVAART

De man van as zegt: neem mijn urn
bij mijn middel vast, ja zo, verstrooi mij
niet hier op het voorgeschreven gras, op
ander as van vorig jaar. Verstrooi mij als

een kruimelspoor, daar waar men voort-
stapt en iets meent te moeten. Leg mijn
verkleinde brein, mijn reumavoeten
onder de leuning van het viaduct

(bergje van niks, maar wel een bergje)
dan waai ik zelf als storend stof
op snelle auto’s ergens heen.
Toch licht. Toch tegenwoordig.

 

Joke van Leeuwen (Den Haag, 24 september 1952)

 

De Amerikaanse dichteres Kay Ryan werd geboren op 27 september 1945 in San Jose, California. Zie ook alle tags voor Kay Ryan op dit blog.

 

Waarom we moeten worstelen

“Als we niet hebben geworsteld
zo hard als we kunnen,
op het toppunt van onze kracht,
hoe zouden we dan de vorm
van ons verlies kunnen voelen,
of weten wat ons het langst
op de been houdt, of benoemen
wat verandering ons kost,
en zeggen hoe vreemd
het is dat het ene deel
van het zelf kan inspringen
voor het andere in nood,
hoe verlies een sluimerende
dubbelganger activeert, hoe
we ons kunnen voeden
– als met nectar –
met onze eigen behoefte?”

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kay Ryan (San Jose, 27 september 1945)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e september ook mijn blog van 24 september 2020 en eveneens mijn blog van 24 september 2019 en ook mijn blog van 24 september 2017 deel 2.

Herfst (Hélène Swarth), Inge Boulonois, Olga Kirsch

 

 

Herfstlandschap door Vincent van Gogh, 1885

 

Herfst

Nu rijpt de herfst de rijkgebronsde peren;
De sappige applen glansen, rood en goud,
En prachtig prijkt, gelijk een tooverwoud,
Het bosch, dat groen in purper doet verkeeren.

Krachtige balsemgeur uit kreupelhout
Van eiken stroomt mij tegen, zilvren veêren
Doorstrepen ’t reine luchtblauw en vermeeren
Tot éen wolk, die de zon gevangen houdt.

Nu vul die vaas met gele October-rozen,
Leg blauwe druiven op die blanke schaal,
Tusschen de trossen laat de perzik blozen
Als avondrood, en loof als bloedkoraal
Van wilden wingerd blij mijn blik verpoozen,
Die symphonieën zoekt in kleurentaal.

 

Hélène Swarth (25 oktober 1859 – 20 juni 1941)
Amsterdam, de geboorteplaats van Hélène Swarth

 

De Nederlandse dichteres en schilderes Inge Boulonois werd geboren in Alkmaar op 23 september 1945. Zie ook alle tags voor Inge Boulonois op dit blog.

 

Herfstvakantie

Op naar de zon, een mens móét recreëren!
Vanaf Schiphol vertrekt weer vlucht na vlucht
De kerosinedamp vervuilt de lucht
En hoe gaan wij dit vliegen compenseren?

Standvastig doe ik mijn klimaatplicht hier:
Braaf drink ik met een rietje van papier

 

De dichtgetijden

Hier peest en racet de postmoderne geest:
we moeten dringend dit en instant dat,
bij voorkeur weer wat anders dan men had;
zelfs de Parnassus schoeit op snelle leest.

Geen tijd voor metrum, rijm, superbe vorm,
poëten braken trendy losse flodders,
veelzeggend als met verf gesmeten klodders;
het stijlloos vrije vers brak uit, werd norm.

Een leger dichters lijdt zwaar aan de tijd
want vrijheid remt de creativiteit
en verkoop van hun bundels blijft stagneren.

Maar binnenkort zal deze trend wel keren,
de ware muze kan niet zonder wetten:
straks dweept de avant-garde met sonnetten!

 

Kunstmatige intelligentie

Da’s makkelijk, het lijkt me je van het!
Die bot wordt al gebruikt op grote schaal
En schrijft in ijltempo een lang verhaal
Dus vraag ik hem een kloppend snelsonnet

Helaas, ‘kunst’matig heeft echt niets van kunst
Ook ‘matig’ klinkt té positief: hij klunst

 

Inge Boulonois (23 september 1945 – 3 december 2024)

 

De Zuid-Afrikaanse / Israëlische dichteres Olga Kirsch werd geboren in Koppies in de Oranje Vrijstaat op 23 september 1924. Zie ook alle tags voor Olga Kirsch op dit blog.

 

Aan de verhuizers

Draag ze voorzichtig, vrienden,
want sierpotten en aardewerk,
fijn porselein en teer glas
herbergen een leven –
met zijn dromen
en verlangens – in zich;

Draag ze voorzichtig, mededragers,
want het gewicht
van een veren bed,
tafels en een bureau
drukt tegen het broze
geraamte van de kist;

Draag ze voorzichtig, rechters,
want het oordeel
over mijn kleine bestaan
ligt besloten
in foto’s, boeken
en een geliefde oude leunstoel;

Draag ze voorzichtig, goden,
want het porselein van het hart
is kwetsbaar en vatbaar
voor diepe pijn
en kwetsbaarheid:
de kratten van een leven
kunnen zo gemakkelijk breken.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Olga Kirsch (23 september 1924 – 5 juni 1997)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e september ook mijn twee blogs van 23 september 2018.

Xavier Roelens, Leonard Cohen

De Vlaamse dichter Xavier Roelens werd op 21 september 1976 in Rekkem (Menen) geboren. Zie ook alle tags voor Xavier Roelens op dit blog.

 

1952

guust scheurt en knipt uit de foto wie vergeten is en zelfs meer. ook de
jongen die als straf na school de sjaal moest zoeken die hij nochtans
niet verstopt had, niet hij, deed de schoolpoort open en vertrok. ook de
jongen die in vaders schuif tastte, raderen en veren en wijzers betastte,
verdween finaal tussen de onderdelen voor vader zijn vingers kon
pletten. ook de jongen die zijn schooleten plette, ook die knipt hij uit.
en de jongen die ooit in de kleedkamer met zijn handdoek tegen
guusts blote kont kletste, is al lang gesmolten. en de jongen die een
krekel had gevangen, heeft ook de lente niet gehaald. en de jongen die
wou lopen met een pet over zijn ogen maar al na drie meter viel en de
enige lange broek scheurde die zijn ouders zich konden veroorloven,
is ver van huis. en ik die het warm kreeg achter in mijn broek en de
jongen die zijn mond vulde met crème glace in ruil voor zijn
amandelen en de jongen die bij het kippenhok regenwater oplepelde,
wij die ooit samen met guust rondhuppelden in de sneeuw, zien nu
onze sporen uitgewist. knip. knip. knip. en dan prikt hij nog van haar
bank de non die hem klappen gaf omdat hij te rommelig knutselde,
waarna moeder hem klappen gaf omdat hij klappen had gekregen. en
de plukjes hemel. en de bank als brandhout. en het gras. hij houdt
slechts zichzelf over, houdt zelfs zichzelf niet over.

 

1956

de smurfen zien smurfen op smurf smurfen kijken op een smurf
waarop zij smurfen kijken waarop smurfen die smurf kijken waarop
nonkel bob en tante terry te zien zijn
    kom, kom toch kijken smurfin!

maar smurfin zit in een zetel, nog voor de dag begint in een zetel tussen
twee teddysmurfen, nog niet aangekleed in een versleten,
stoffen zetel met houten leuningen en zij, nog net niet versleten, nog
voor het grauw van buitenwereld begint, hoort
    kom, kom toch kijken smurfin!
en brilsmurf ijsbeert voor het scherm want grote smurf dit en grote
smurf dat en als gargamel wat, maar als knutselsmurf zich ergert
omdat alles hetzelfde blijft en moppersmurf omdat alles verandert,
hangen ze samen brilsmurf met zijn muts aan een haak in de gang en
gaan op een pleintje spelen; speelgoed is niet nodig, ze spelen smurfje
en smurfen vakjes van een tot tien en gooien met een kiezel
     kom, kom toch kijken smurfin!
en voor gargamel is het ja en inderdaad, alleen zijn. geen broer of zus.
niet echt eenzaam, maar alleen. hij zit op regenachtige dagen smurfen
te knutselen en bomen waarachter ze zich mogen verstoppen en waar
hij ingenieuze valstrikken in bouwt. want smurfen wonen in een
gezondheidskolonie in een bos van zon, dat heeft hij uitgeplozen,
staan dicht bij bevroren bladeren en ijs. ze snuiven de geur en kou
diep in hun blauwe longen, tot
    kom, kom toch kijken smurfin!
klunssmurf uitglijdt op het meer. zijn buil zwelt en doet zeer. ze
dragen hem snel naar grote smurf die net de drinkbeker aan het
bijvullen is voor de slakken in hun vogelkooi.

 

Xavier Roelens (Rekkem, 21 september 1976)

 

De Canadese dichter, folk singer-songwriter en schrijver Leonard Cohen werd geboren op 21 september 1934 te Montréal. Zie ook alle tags voor Leonard Cohen op dit blog.

 

Hoeveel mensen in deze stad?

Ik vraag me af hoeveel mensen in deze stad
in gemeubileerde kamers wonen.
Laat in de nacht, als ik naar de gebouwen kijk:
ik zweer dat ik in elk raam een gezicht zie,
dat naar me terugkijkt,
en als ik me omdraai,
vraag ik me af hoeveel er teruggaan naar hun bureau
en dit opschrijven.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Leonard Cohen (21september 1934 – 7 november 2016)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e september ook mijn blog van 21 september 2021 en ook mijn blog van 21 september 2020 en eveneens mijn blog van 21 september 2019 en ook mijn blog van 21 september 2018.

Orlando Emanuels, Crauss

De Surinaamse dichter en schrijver Orlando Emanuels werd geboren in Paramaribo op 19 september 1927. Zie ook mijn blog van 19 september 2010 en eveneens alle tags voor Orlando Emanuels op dit blog.

Uit: Iets van waarde

“Mams,
Voor ik contact met je maakte wilde ik even met mezelf in balans komen en nu ik bijna een week van huis ben na mijn abrupt vertrek, is de storm in mij enigszins geluwd en adem ik de vredige kalmte om mij heen gretig in.
De kamer waarin ik mijn intrek heb genomen kijkt uit op een kinderspeelplaats, vanmiddag zaten daar twee jongens op een wip en een meisje met een rode strik in het haar vermaakte zich op de schommel. Op een bank dichtbij zat een vrouw, waarschijnlijk de moeder van de spelende kinderen, met een boek in haar schoot.
Het zou natuurlijk makkelijk geweest zijn naar de telefoon te stappen om met je te praten, maar ik heb bewust gekozen voor een brief. Een van de weinige dingen in het leven, waar de mogelijkheid tot kiezen ontbreekt is het bepalen van je ouders, die krijg je toegewezen. Heus mams, ik ben de kosmos of welke instantie dan ook, die verantwoordelijk is voor de keuze van jou als mijn moeder, heel erg dankbaar. Had ik zelf mogen kiezen, misschien had ik misgegrepen. Bij de relatie van paps en mij ligt dat wel enigszins anders.
Toen ik van de middelbare school kwam en aan tafel vertelde dat ik journalistiek wilde doen, beschouwde hij dat als volkomen onzin, evenals al mijn andere verlangens. Weet je nog hoe schamper hij had gelachen?
Jij, had hij gezegd, terwijl hij zijn bord van zich afschoof, jij had op je elfde jaar ook al van die wilde fantasieën, je zou schrijfster worden. Gelukkig heb ik je dat uit het hoofd kunnen praten, een Derde Wereldschrijver is op een enkele uitzondering na een elitaire hongerlijder! Toen hij opstond, was dat resoluut zoals altijd wanneer hij voor jou of voor mij een beslissing neemt. Ik weet dat zijn verbittering voortspruit uit het feit dat zijn enig kind een dochter is en geen zoon.
Zover ik mij kan heugen heeft hij vrouwen altijd bezien zoals een oosterling dat doet. Hij houdt van zijn vrouw en dochter precies zoals hij gesteld is op zijn Mercedes en zijn gouden horloge, bezit zonder recht op eigen emoties en dromen. Met zijn enorme kennis en reputatie die hij heeft opgebouwd als een van de meest vooraanstaande economen
van het land en hoog aangeschreven financieel adviseur van opeenvolgende regeringen, heeft hij het voorrecht en misschien ook het recht om voor anderen over veel te beslissen. Daar valt mijn beroepskeuze echter niet onder!”

 

Orlando Emanuels (19 september 1927 – 13 maart 2018)

 

De Duitse dichter en schrijver Crauss werd geboren in Siegen op 19 september 1971. Zie ook alle tags voor Crauss op dit blog.

 

Beuel Rheinaue

De wereld wankelt,
voor onze ogen beeft ze
opnieuw, terwijl wij, op een schommelende
brug, een zonsondergang in Bonn tegemoet
deinen. a slight glimpse of a hand holding, dan
luiden de klokken ons terug naar de vertrouwde
smalle steegjes. De tafel is gedekt, gegeten wordt
op blote voeten en met weemoedig gehemelte:
de wijn drinken we nu, de druiven
bewaren we voor ’s nachts.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Crauss (Siegen, 19 september 1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e september ook mijn blog van 19 september 2024 en ook mijn blog van 19 september 2021 en ook mijn blog van 19 september 2020 en eveneens mijn blog van 19 september 2018 en ook mijn twee blogs van 19 september 2011.

Koen Stassijns, Owen Sheers

De Vlaamse dichter, schrijver en vertaler Koen Stassijns werd geboren op 18 september 1953 in Ninove. Zie ook alle tags voor Koen Stassijns op dit blog.

 

De wandeling

1

Ik wandelde vandaag een doodstuin in.
Oktober. Bomen bliezen uit. Er hing
nog rilling om de kruinen, binnenin
leek alles opgeruimd. Zo oogt herinnering.

Ik zag een pop, een huis, een grabbelton,
wat scherven. Als had een kind het daar pas
uitgestrooid. En het speelde. Het verzon
een beter woord voor alles wat hier was.

En alles kreeg zijn plaats, de lege bomen,
het wachten op de vogels, die er niet meer
waren, wat geen naam had, en wie niet.

Mijn wachten ook, op wat voorbij was gegaan
als ik er niet was geweest, niet stil had gestaan
bij het weinige dat ons beweegt.

2

Dus gingen we maar. Tot waar de stenen steeds
geduldig zijn. Samen. Zoals nooit voorheen.
Er hing een zon die zonder omzien scheen
en wij leken een vlek, gaandeweg, eindweegs.

Achter een hek, in een belendende weide
stond een schimmel, op zijn dooie gemak,
naar dat geschuifel, waar het toe leidde.
Als een lakei, oog op oneindig, lak.

Herfst kwam hem de neusgaten uit. Geen blad
liet los van een tak, en wij schoven trager
aan de gedachte voorbij dat ook dat

voorlopig was. Iemand wendde het hoofd af
toen een gehinnik het gelui overstemde.
Verder was het een dag waar niemand om gaf.

 

Het doodsbed

Kantelend licht. De avond is een kaars
die over haar gezicht een eiland legt.
Landschappen varen voorbij en zij is het
laken waarop nu alles wordt gezegd.

December. Bloemen klampen ramen aan,
broodkruim lijnt de perken af, verstikt
hun zucht. Het huis stokt in de kelen staan
de klinkers amper overeind. En ik vlucht

naar haar hals waarop een archipel bloedt,
ingebrand snoer van smaragd. Wie hangt
haar op, de ets die ik van haar bewaren moet,

het vergezicht dat stolt op haar huid, de
schreeuw die uitrolt op mijn hand? Zij zwijgt,
zij weigert elk geluid. In haar is alles uit.

 

Koen Stassijns (Ninove, 18 september 1953)

 

De Engelse (Welshe) dichter, schrijver en presentator Owen Sheers werd geboren op 20 september 1974 in Suva op de Fiji eilanden. Zie ook alle tags voor Owen Sheers op dit blog.

 

Erfenis

Naar R.S. Thomas

Van mijn vader gestotter
als een stok in de spaken van mijn spreken.
Een vermoeid knipperen,
een behoefte om mijn botten
bij de kale steen van de heuvel te hebben.
Een voorliefde voor de orde van kaarten
en de chaos van slecht weer.

Van mijn moeder
een gevoeligheid voor de pijn in het genot.
Het blauwe erts van de blik,
stille momenten naast een nat paard
dat opdroogt in een stal vol regenrumoer.
De draaibank van een schrijnwerker
die feit in fabel verandert.

En van hen beiden —
een verlangen naar wat zij smeedden
in hun gedeelde leven;
het beproevend onder de harde hamer van de jaren,
gloeiend heet in de kern,
donker afgekoeld aan de zijden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Owen Sheers (Suva, 20 september 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e september ook mijn blog van 18september 2020 en ook mijn blog van 18 september 2018 en ook mijn blog van 18 september 2016 deel 1 en eveneens deel 2 en eveneens deel 3.

Tezer  Özlü, Mary Oliver

De Turkse schrijfster Tezer Özlü  werd geboren op 10 september 1943 in Simav. Zie ook alle tags voor Tezer Özlü op dit blog.

Uit: Reis naar de rand van het leven (Vertaald door Hanneke van der Heijden)

“Deze stad had langs de rivieroever moeten liggen en tegen de heuvels op moeten rijzen. Geen enkele stad zou een architectuur kunnen hebben die zo zelfmoordachtig, zo betoverend, is als die van Turijn. Nee. Ze is afgesloten van de bergen. Afgesloten van de Po. Afgesloten van de zon. Afgesloten van de hemel. Afgesloten van de regen. Afgesloten van de sterren. Afgesloten van de bries. Afgesloten van elke openheid en ruimtelijkheid. Afgesloten van ademhalingen. Verborgen achter galerijen die de hele hemel bedekken. De galerijen, met hun marmeren sokkels en zware, dikke stenen zuilen, waaraan lampen hangen, komen uit op grote, magnifieke winkels, vaak versierd met de stoelen en tafels van oude cafés, en soms op plekken waar zware beelden en grote stenen leeuwen griezelig staan. Er zijn geen mensen in deze gebieden. Het grijze en aardkleurige pleisterwerk van de grote, oude gebouwen is steeds donkerder geworden, gebukt onder het ondraaglijke gewicht van de tijd. Ik kijk naar de trappen van het eerste huis in de XX Septembrestraat. Een zwak licht sijpelt naar binnen… De begane grond komt uit op de binnenplaats. De open ruimte die tot de bovenverdiepingen reikt, is in duisternis gehuld.
[…]

“Terwijl ik in de spiegel mijn vermoeide gezicht kamde voordat ik het hotel verliet, dacht ik aan het kind in Gerede dat zijn witte schoolkraagjes en linten stijfde, de leerling die heldhaftige gedichten voordroeg tijdens de vakantie, het jonge meisje dat van stad naar stad rende op zoek naar de wereld, een vermoeide huisvrouw, de vrouw die door twee echtgenoten werd bemind en misbruikt, die beide echtgenoten beminde en misbruikte, die door beide echtgenoten werd verraden en hen zelf ook verraadde, de vrouw die al haar veerkracht uit zichzelf putte, iemand die nooit uit het leven werd verstoten. De enige die haar eruit kan duwen, is zijzelf. Ik zeg tegen mezelf: je hebt het begin van het einde van het leven gemaakt… Als proberen te sterven betekent zelfmoord plegen op je achttiende, sterven met je mooie jonge lichaam, degenen die je lijk zouden vinden angst aanjagen, willen zeggen: ‘Neem dit wrede leven, het is van jou.’ Zij hebben je genezen. Nu ben jij ook wreed.”

 

Tezer  Özlü (10 september 1943 – 18 februari 1986)

 

De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

 

Bot

1.
Begrijp me goed, ik probeer steeds te doorgronden
wat de ziel is,
en waar ze verborgen zit,
en welke vorm ze heeft
en dus, vorige week,
toen ik op het strand
het oorbot vond
van een griend die misschien wel
honderden jaren geleden stierf, dacht ik
dat ik misschien dicht bij
een ontdekking was
want het oorbot

2.
is het deel dat het langst bewaard blijft
in ieder van ons, mens of walvis; gevormd
als een gedrongen lepel
met een roze kommetje waar
het ooit, in de kop van de beweeglijke zwemmer,
verbonden was met zijn twee zusters
in het huis van het gehoor,
het was slechts
vijf centimeter lang
en ik dacht: de ziel
zou wel eens zo kunnen zijn
zo hard, zo noodzakelijk

3.
en toch bijna niets.
Naast mij
opende en sloot de grijze zee
haar golfdeuren,
en ontvouwde telkens weer
haar gebrul dat de tijd bespot;
ik keek, maar kon niets zien
door de donker verweven schittering;
en toch weten we niet allemaal: het gouden zand
ligt daar op de bodem,
ook al hebben onze ogen het nooit gezien,
en kunnen onze handen het nooit grijpen

4.
uit vrees dat we het zouden verpulveren
tot brokstukken en feiten —
tot zekerheden —
en wat de ziel is, dat ook
zal ik, geloof ik, nooit helemaal weten.
Hoewel ik speel aan de randen van het weten,
weet ik werkelijk
dat onze rol niet het weten is,
maar het kijken, het aanraken en het liefhebben;
zo liep ik verder,
zachtjes,
door het zachtroze ochtendlicht.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Mary Oliver (10 september 1935 – 17 januari 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e september ook mijn blog van 10 september 2025 en ook mijn blog van 10 september 2024 en ook mijn blog van 10 september 2020 en eveneens mijn blog van 10 september 2018 en ook mijn blog van 10 september 2017 deel 2.