Jan Siebelink, Elke Erb

De Nederlandse schrijver Jan Siebelink werd geboren op 13 februari 1938 in Velp. Zie ook alle tags voor Jan Siebelink op dit blog.

Uit: Rouwjournaal

“3

Een nieuwe kapperszaak in de buurt, die Absalom heet, een Marokkaanse eigenaar. Kent de Koran ook Absalom, de geliefde zoon van koning David, beroemd om zijn welige haardos? Twee medewerkers van het palliatieve team zijn rond haar bed meubels aan het verschuiven. Bij het voeteneind van het bed wordt een tafeltje geplaatst. Daarop worden twee zwarte, platte doosjes geplaatst, langwerpig, tien bij zes centimeter. Met knopjes om de dosis aan te passen. Het zal vanavond worden uitgelegd. Ter geruststelling: een overdosis geven is onmogelijk. Ik sta bij het hoofdeind, beschaamd, verdoofd, ik ben gezond, voor haar is de dood nabij, mijn voorhoofd nat van het zweet, allen om haar heen zijn gezond, niemand zou in haar plaats willen staan, een dikke vette worm van egoïsme spartelt in mijn maag, jij wordt gereedgemaakt voor het einde. Jij kijkt me aan, heldere blik, geen spoor van angst. Wat gaat er in haar om? ‘Och, Jan, ga je vandaag naar de kapper? Ik kan je niet meer knippen, alle model is eruit. Doe het voor mij ‘ Een korte stilte. ‘Ik wil dat je er dan fatsoenlijk uitziet.’

4

Mijn huis lijkt steeds meer stilte in zich op te zuigen, het raakt verzadigd, er komt een moment dat ik er niet meer kan ademen. Zelfs Sarah zwijgt als ze een poes in de tuin ziet. Een wandeling gemaakt, ik kom weer thuis, open de deur: ‘Ik ben er…’ roep ik, en verstrak. Was er dan toch hoop in mij doorgesijpeld? Nee, niemand wacht mij op, een donker, beschamend gevoel, deemoedig loop ik de kamer in, ga op de bank zitten waar tot voor kort het bed stond. Hoe mijzelf redden? Hoor haar, rauwe keelgeluiden, gebarsten, gesprongen lippen. Die bevochtigen, geen drinken, ze zou stikken. Zestig uur lang, een laag rochelen. Maar het p-team is opgetogen, ze ligt zo rustig, dat maken we vaak heel anders mee. Patiënten die woest om zich heen trappen. Het team was heel tevreden.“

 

Jan Siebelink (Velp, 13 februari 1938)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Elke Erb werd geboren op 18 februari 1938 in Scherbach in de Eifel. Zie ook alle tags voor Elke Erb op dit blog.

 

EEN TAMME CONJUNCTIEF

De tram komt niet. Hij stopt niet. Sluit de deur
voordat je de trede bereikt.

Iets is gecompliceerd, niet ongecompliceerd.
Was het ongecompliceerd, dan zou je… Het hart is een kat

op het punt van springen. Roerloos,
staat de elzenstam van boven tot onder.

Er komt geen tram.
Dat zou niet zo moeten zijn.

Allerlei logica
Met de rug naar je toe. Met mes en vork voor zich.

Af en toe miauwt er iets. Klappert
oor jij en omgeving.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Elke Erb (Scherbach, 18 februari 1938)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e februari ook mijn blog van 13 februari 2025 en ook mijn blog van 13 februari 2019 en eveneens mijn blog van 13 februari 2016 deel 2 en deel 3.

Charles Dickens, Lioba Happel

De Engelse schrijver Charles Dickens werd geboren op 7 februari 1812 in Landport. Zie ook alle tags voor Charles Dickens op dit blog.

Uit: Hard Times

“He had reached the neutral ground upon the outskirts of the town, which was neither town nor country, and yet was either spoiled, when his ears were invaded by the sound of music. The clashing and banging band attached to the horse-riding establishment, which had there set up its rest in a wooden pavilion, was in full bray. A flag, floating from the summit of the temple, proclaimed to mankind that it was ‘Sleary’s Horse-riding’ which claimed their suffrages. Sleary himself, a stout modern statue with a money-box at its elbow, in an ecclesiastical niche of early Gothic architecture, took the money. Miss Josephine Sleary, as some very long and very narrow strips of printed bill announced, was then inaugurating the entertainments with her graceful equestrian Tyrolean flower-act. Among the other pleasing but always strictly moral wonders which must be seen to be believed, Signor Jupe was that afternoon to ‘elucidate the diverting accomplishments of his highly trained performing dog Merrylegs.’ He was also to exhibit ‘his astounding feat of throwing seventy-five hundred-weight in rapid succession backhanded over his head, thus forming a fountain of solid iron in mid-air, a feat never before attempted in this or any other country, and which having elicited such rapturous plaudits from enthusiastic throngs it cannot be withdrawn.’ The same Signor Jupe was to ‘enliven the varied performances at frequent intervals with his chaste Shaksperean quips and retorts.’ Lastly, he was to wind them up by appearing in his favourite character of Mr. William Button, of Tooley Street, in ’the highly novel and laughable hippo- comedietta of The Tailor’s Journey to Brentford.’
Thomas Gradgrind took no heed of these trivialities of course, but passed on as a practical man ought to pass on, either brushing the noisy insects from his thoughts, or consigning them to the House of Correction. But, the turning of the road took him by the back of the booth, and at the back of the booth a number of children were congregated in a number of stealthy attitudes, striving to peep in at the hidden glories of the place.
This brought him to a stop. ‘Now, to think of these vagabonds,’ said he, ‘attracting the young rabble from a model school.”

 

Charles Dickens (7 februari 1812 – 9 juni 1870)
Cover

 

De Duitse dichteres, schrijfster en vertaalster Lioba Happel werd geboren op 7 februari 1957 in Aschaffenburg. Zie ook alle tags voor Lioba Happel op dit blog.

 

Je hangt mij al lang het oog uit.

Je hangt mij al lang het oog uit.
En daar zit je dan, neergestreken op een stoel!

En de nacht lacht.
En een ster blaakt –
Omwille van mij?
Omwille van jou?

Kus me, als dat mag, nog een keer –
Tik in mijn oor!
Kom nog eens terug!
Zonder adjectieven.
Of ga weg!

Ik kom in de benen –
Asjeblieft een gedicht!
Vaarwel, adieu, jij gekwelde, opgehangene!
In mijn nachtoog –
Vaarwel, adieu!

Zo teder als jij bent,
ben ik behoorlijk hardvochtig!

Ik heb genoeg van je!

Ik open de deur –
Het stuift buiten!

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Lioba Happel (Aschaffenburg, 7 februari 1957)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e februari ook mijn blog van 7 februari 2019 en eveneens mijn blog van 7 februari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Thomas von Steinaecker, Dermot Bolger

De Duitse schrijver en journalist Thomas von Steinaecker werd geboren op 6 februari 1977 in Traunstein. Zie ook alle tags voor Thomas von Steinaecker op dit blog.

Uit: Ende offen – Das Buch der gescheiterten Kunstwerke

„Plötzlichen Eingebungen gehorcht Michelangelo auf der Stelle. Er schläft in seinen Stiefeln. Bei seinem Tod 1564 defilieren Dutzende Jünger an seinem Leichnam vorbei. Sie sind in derselben Soutane gekleidet wie ihr Meister. Hier arbeitete kein anonymes Kollektiv mehr wie noch im Mittelalter. Hier schuf ein einzigartiges Individuum. Und nicht zu Gottes Ehren, sondern den Menschen zur Feier. Signed and sealed: Michelangelo, Superstar. Im Glanz einer solchen Aura beginnen Fragmente zu leuchten. Von nun an konnte es passieren, dass auch das Unvollkommene vollkommen war. Von nun an gab es eine Figur, die erst in der Aufklärung ihren Namen erhalten und sich seit der Romantik größter Popularität erfreuen sollte: das Genie. Poeta alter deus (Shaftesbury)! Ein Original, dessen in die Kunst über-setzte Regeln natürlich und deshalb natürlich absolut sind (Kant)! Prometheus (Goethe)! Flackernd, intuitiv, grenzwahnsinnig, und vor allem leidend. Kurz und exzessiv hatte sein Leben zu sein (da damals ausschließlich männlich konnotiert). Genies, das sind Unvollendete. Moment. Einschub zum Einschub in der Klammer. Auch in diesem Buch werden die geneigte Leserin und der geneigte Leser wieder einmal mehr von Männern und ihren Problemen erfahren als von Frauen. Kann es wirklich sein, dass Männer seltener fertig werden als Frauen? Sind Männer flattriger? Und zugleich: vor Schöpferkraft strotzend, vor Kraft kaum zum Gehen fähig, you name it. Genius, das stand bei den Römern nicht zufällig für die Zeugungskraft des Mannes. Weibliche Genies – lange Zeit ein Oxymoron. Sind Frauen in Wirklichkeit also einfach fleißiger, fokussierter und strukturierter? Wirklich jetzt? Was zweifellos der Fall ist: dass Männer auch in der Kunst Privilegien genossen, die Frauen sich erst sehr spät erkämpften, was die Anzahl ihrer bekannten Vertreterinnen in Musik, Literatur, Film, Architektur und Malerei über die Jahrhunderte sehr überschaubar macht.“

 

Thomas von Steinaecker (Traunstein, 6 februari 1977)

 

De Ierse dichter, schrijver en uitgever Dermot Bolger werd geboren op 6 februari 1959 in Dublin. Zie ook alle tags voor Dermot Bolger op dit blog.

 

Kleine X’jes

Onverwacht draait de telescoop deze oktobermiddag,
Ik zie mezelf, weer klein gemaakt, door de objectieflens:

Ik ben niet de weduwnaar die onlangs mijn vrouw heeft begraven,
Noch de plichtsgetrouwe zoon die waakte terwijl mijn vader,
Als een aangeslagen bokser, vocht om de dood te slim af te zijn,

Verward en woedend, met zijn handen in cartoonachtige handschoenen
Om te voorkomen dat hij aan de slang van zijn morfinepomp trok.

Vandaag ruimen we het huis op waar hij zestig jaar heeft gewoond.
In de slaapkamer waar ik geboren ben, herinneren mijn broers en zussen zich

Hoe hun enige aanwijzing voor mijn geboorte als kinderen
Achter deze gesloten deur angstige instructies waren om te bidden.

Als we de zolder openmaken, ontdekken we de koffer
Die mijn moeder had ingepakt voor haar laatste ziekenhuisopname:

Een toilettas en talkpoeder, kleren die ze nooit meer heeft kunnen dragen,
Een tas vol gebeden en de opgevouwen brief
Die ik als tienjarige schreef voor mijn zusje.

Ik besteed één pagina aan haar te vertellen dat ik braaf ben, en prop dan
drie pagina’s vol met gekrabbelde X’en – elk een kus voorstellend.

Vorige week zong een kleindochter die ze nooit gekend heeft op het podium,
Stralend en helder, in een band genaamd Kleine X’jes Ogen

.
Vierenveertig jaar lang, in een brief in een tas in een koffer op deze zolder,
Waren deze sterrenstelsels van X’en de verbannen ogen van een verward kind.

Maar – terwijl ik ze openvouw – zie ik mezelf staren naar wie ik nu ben,
In dit leven dat ik me nooit had kunnen voorstellen toen ik slordige X’en
Krabbelde voor een vrouw die ik voor het laatst lachend in een ziekenhuisbed zag liggen,

Die ze in haar tas stopte toen de verpleegsters haar hoofd kaal schoren
Ter voorbereiding op een operatie waarvan ze nooit zou herstellen:

In de hoop dat ik op een dag haar tas zou openen en verrast zou zijn
En mijn X’en terug zou vinden: grote X’en voor kusjes, kleine X’jes voor ogen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Dermot Bolger (Dublin, 6 februari 1959)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e februari ook mijn blog van 6 februari 2019 en ook mijn blog van 6 februari 2011 deel 2.

Geert Buelens, William S. Burroughs, Edzard Mik

De Vlaamse dichter, essayist en columnist Geert Buelens werd geboren in Duffel op 5 februari 1971. Zie ook alle tags voor Geert Buelens op dit blog.

 

Transit (Gelukzoeken)

Wij zijn samen onderweg
en kussen de zegelring van wie daar om vraagt

Beter worden we er niet van
al schept het misschien een band

Die we kunnen gebruiken
ankerloos als we zijn

Wagen na wagen trekt aan ons voorbij
wat de afstand alleen maar vergroot

Overal vogels, scharminkels van het ongebondene
een aansporing en aanfluiting gelijk

Een paar dozijn zou nog kunnen
maar toch geen honderden, elke dag opnieuw

We zullen worden gezien
als luxepaarden, als kamelen zonder baat

De tegenstand wordt al georganiseerd
maar wij zetten door, iets anders hebben we nooit geleerd

 

Lament

De verenigde vezelfabriek en marche
Lament
De aorta & de aars & het gat
Lament
Het klagen van het vlees & het moeras
Lament
De overdosis recycleren & de barst
Lament
De ekster op de galg & de grimas
Lament
De kwadratuur van het mirakel & de blaas
Lament
De overdruk op het bestel & de magneet
Lament
De zuigkracht van het bloed & de profeet
Lament
Het roffelen van het ritme & het dak
Lament
Het doorgaan van de maat & de matrak
Lament
Het overgeven van de eeuw & van het spel
Lament
De coalitie van de geeuw & van de rel
Lament.
            Het is het wegen van het veel & van het meer
            Het is het raadsel van de spankracht van de veer
            Het is het spektakelstuk, het galafeest, de eer
            Het is het dogma, het axioma & de leer
Het krimpen van de stof & van de naad
Lament
Het overtollig vet wegsnoeien & verraad
Lament
Het suggereren van de stop & het ventiel
Lament
Het laten groeien van de rentevoet, de hiel
Lament
Het zwaktebod, de faling, het patroon
Lament
Het opslaan van de kracht, de durf, de hoon
Lament
            Het is de lafheid & de moed, de heroïek
            Het is het spiegelbeeld van deze mozaïek
            Het is een schouwspel zonder goden of publiek
            Het is de kanker, de bevruchting, de koliek

 

Geert Buelens (Duffel, 5 februari 1971)

 

De Amerikaanse schrijver William S. Burroughs werd geboren in Saint Louis (Missouri) op 5 februari 1914. Zie ook alle tags voor William S. Burroughs op dit blog.

 

Mijn benen, Señor

Zolderkamer en raam, mijn schaatsen aan de muur
De priester kon de badkamer zien, lichtgele houten lambrisering
toilet, jonge benen, glanzende zwarte beenharen
“Het zijn mijn benen, señor.”
De glans van haarstoppels spoelt zijn lavendelkleurige horizon af
hij voelde de jongen kreunen en wat het betekende
gezicht van een rotjong op de tafel van de dokter
ik was de schaduw van de wassende avond en vreemde ruiten.
ik was de vlek en het gejammer van gemiste tijden in de weerspiegelde hemel
plekken vervuild water onder zijn lavendelkleurige horizon, raam
Vlek gekrabbeld door een jongen, koude, verloren knikkers in de kamer
De sjofele tafel van de dokter… zijn gezicht…
De huid van de jongen spreidt zich uit naar iets anders.
“CHRISTUS, WAT ZIT ERIN?” schreeuwt hij
vlees en botten rezen op als een tornado
“DAT DOET PIJN”
ik was de vlek en het gejammer van glanzende achterbeenharen
zilverpapier in de wind, rafelige geluiden van een verre stad.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

William S. Burroughs (5 februari 1914 – 2 augustus 1997)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse schrijver Edzard Mik werd geboren in Groningen op 10 februari 1960. Zie ook alle tags voor Edzard Mik op dit blog.

Uit: Mea culpa

“Zijn vrouw kwam overeind maar Nazim hief zijn arm en stond erop zelf thee voor ons te halen. Hij ontworstelde zich aan zijn fauteuil en moest bij elke stap uit alle mogelijke posities van hoofd, schouders, romp en armen de juiste kiezen om zijn evenwicht te hervinden. Het was de eerste keer dat ik met eigen ogen zag dat hij nooit helemaal hersteld was. Ik begreep er niets van, dat wil zeggen, ik begreep wel hoe het een tot het ander leidde, de wurgende wetmatigheid van oorzaak en gevolg, maar wat ik begreep, begreep ik niet écht: ik kon me niet voorstellen dat de man die nu schommelend als een galjoen in de keuken verdween dezelfde was als de jongen die ooit met zijn broers voor ons was opgedoken en even later was afgevoerd, ons achterlatend in stervend zwaailicht. Ik keek naar Sybil en vroeg me af of ze in dezelfde afgrond staarde. Het kon niet anders of het duizelde haar zoals het mij duizelde. Ze had niets gedaan maar alles ge- zien, aangelicht door straatlantarens had die opeenvolging van gebeurtenissen zich voor haar ogen afgespeeld, van ons allen wist zij nog het beste wat er was gebeurd, dubieus voorrecht van de getuige. Maar haar gezicht glom, haar handen hield ze tussen haar dijen, haar onderbenen stonden uiteen, haar voeten staken naar binnen, ze zat er als een schoolmeisje bij, en als ze al ten prooi was aan vertwijfeling, dan liet ze daar niets van blijken. Uit de keuken gekletter, in de woonkamer stilte, en achter het raam gleed de stad al even stil weg in het dal. Ik liet mijn blik ronddwalen, sofa en fauteuils groot, kitsch-lamp, foto van de Bosporus, wandkleed met de Bosporus, vaas met de Bosporus, dat was het wel zo’n beetje, nee, er was meer, natuurlijk was er meer, in de hoek, bij de deur naar de gang, zag ik zijn rolstoel, opgevouwen. Zijn vrouw verroerde zich niet, haar hoofddoek sneed een ovaal uit haar gezicht, haar ogen waren groot en vochtig. Misschien kwam het door de zuiverheid van haar blik maar ik was ervan overtuigd dat ze niet van die vechtpartij wist, hij had haar er nooit over verteld, zij wist niet anders of hij was invalide geraakt door een ongelukkige val, motorongeluk of hersenbloeding, voor haar moesten Sybil en ik volstrekte vreemden zijn die uit de hemel waren komen vallen.”

 

Edzard Mik (Groningen, 10 februari 1960)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e februari ook mijn blog van 5 februari 2021 en ook mijn blog van 5 februari 2019.

Ben Lerner, Grigore Vieru

De Amerikaanse dichter, schrijver, essayist en criticus Benjamin S. (Ben) Lerner werd geboren op 4 februari 1979 in Topeka, Kansas. Zie ook alle tags voor Ben Lerner op dit blog.

 

Index of Themes

Poems about night
and related poems. Paintings
about night,
sleep, death, and
the stars.
I know one poem from
school under the stars, but
belong to no school
of poetry.
I forgot it by heart. I remember only
it was set in the world and its theme
parted.

Poems
about stars and
how they are erased by street
lights,
streets
in a poem about force
in the schools within it. We learned
all about night in college,
how it applies,
night college under the stars where we
made love
a subject. I completed my study of form

and forgot it.
Tonight,
poems about summer

and the stars are sorted by era
over me.
Also poems about grief
and dance. I thought I’d come to you
with these themes
like my senses.
Do you remember me
from the world?
I was sat there and we spoke

on the green, likening something
to prison, something
to film.
Poems about dreams
like moths about streetlights
until the clichés
glow, soft
glow of the screen
comes off on our hands,
blue prints on the windows.
How pretentious
to be alive now,

let alone again
like poetry and poems
indexed by
cadence is falling about us while
parting. It was important to part
yesterday

in a serial work about lights
so that distance could enter the voice
and address you
tonight.
Poems about you, prose
poems.

 

Ben Lerner (Topeka, 4 februari 1979)

 

De Moldavische dichter en schrijver Grigore Vieru werd geboren in Pereita op 4 februari 1935. Zie ook alle tags voor Grigore Vieru op dit blog.

 

De hemel viel uit je ogen

De hemel viel uit je ogen
En verkruimelde.
De zon viel van je gezicht
En bevroor.
Bevroren kwam de koele wind
Zonder jouw vlijtige handen.
Op zoek naar jou,
verborgen de bronnen zich in de velden.
Als een omgevallen boom,
Is de taal zelf
Hoorbaar alsof ze valt.
God, zo eenzaam
Zo eenzaam
Ben ik nog nooit geweest!

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Grigore Vieru (4 februari 1935 – 18 januari 2009)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e februari ook mijn blog van 4 februari 2025 en ook mijn blog van 4 februari 2019 en eveneens mijn blog van 4 februari 2018 deel 1 en ook deel 2.

Mariae Lichtmess (Emmy Hennings), Hella Haasse, Norbert Bugeja

 

 

Mozaïek van de presentatie van Jezus in de tempel in de Rozenkransbasiliek te Lourdes

 

Mariae Lichtmess
(Die Darstellung Jesu im Tempel)

Maria machte ihr Kind bereit.
Was gurrte die Taube leise?
Heut wird das Licht der Welt geweiht.
O, nehmt mich mit auf die Reise.

Maria und Josef gingen über Land.
Es flog voran die Taube,
Wie eines Engels Glaube,
Und braucht zur Führung kaum ein Band.

Hat bis zum Tempel man wohl weit?
Komm Fuhrmann, zeige dich bereit,
Und nimm die drei auf deinen Wagen.
Du siehst, hier wird ein Kind getragen.

O, Kind, noch hast dus1 gut und warm
Auf deinem ersten Opfergang.
Hier trägt die Liebe die Liebe im Arm.
Schon keimte die Saat und die Taube sang.

Dann wieder war es Glockenklang,
Wie Engelsgruss der durch die Seele drang.
Es sang die Sonne über dem Feld:
Gelobet seist du Licht der Welt.

 

Emmy Hennings (17 februari 1885 – 10 augustus 1948)
De Museumshafen in Flensburg, de geboorteplaats van Emmy Hennings

 

De Nederlandse schrijfster Hella Haasse werd geboren op 2 februari 1918 in Batavia. Zie ook alle tags voor Hella Haasse op dit blog.

Uit: Ik stuur deze brief maar op goed geluk weg. Brieven 1939-1950, s

“Brief aan Haasses ouders en broer in Batavia, 11 september 1939

Lieve Allemaal,
Moesten jullie veel porto betalen voor mijn vorige brief? Ik wist niet precies hoeveel er op moest voor de zeepost, ik dacht 6 cent, dat had Oma gezegd, en ik had geen tijd meer om ’t op ’t postkantoor te gaan vragen, omdat de brief nog diezelfde avond met de Oranje weg moest. Maar de volgende dag las ik in de krant dat de vliegdienst weer ingesteld was en dat de Nandoe dien morgen was vertrokken. Ik hoorde ook dat mijn brief te laat was geweest voor de Oranje, zodat ik denk dat hij nu met het vliegtuig is meegegaan. Hoe gaat het met jullie? Hier is alles weer gewoon, je let niet eens meer op mobilisatie of zandzakken en ander oorlogstuig. Ze zeggen dat de oorlog wel een jaar of drie zal duren. Ik hoop het niet! – Anneke en ik hebben van kamer geruild. Ik heb nu de grote voorkamer met 3 ramen op de gracht. Mijn meubels staan er prachtig in, het ziet er zo artistiek en gezellig uit. Douwe heeft een vriend die binnenshuis foto-opnamen kan maken, misschien kan die mijn kamer ook eens nemen. Er is weer van allerlei gebeurd. Douwe en ik hebben het zotste avontuur van ons leven meegemaakt. Enfin, nu moeten wij er voor boeten. Het is een tragikomische geschiedenis, getiteld: ‘Wij gaan op een middag om 6 uur de stad in om goedkoop te eten’. Luistert! Zondagmiddag’s eten D. en ik gewoonlijk in de ‘Petite Marmite’ dat is een kantoormensen eetgelegenheid waar je voor 80 cent soep, voorgerecht, groenten, aard. en vlees, toetje en koffie krijgt, meer dan genoeg en uitstekend klaargemaakt. D. heeft daar een abonnement. Gisteren zouden wij ’t ook weer doen. Wij waren wat laat, zodat er geen plaats meer te krijgen was (er kunnen n.l. maar ± 25 mensen in). Wij hadden echter veel te veel honger om te wachten en besloten ons heil elders te zoeken. Nu waren wij eens op een avond in een café in de Leidse straat geweest dat ‘Fleur’ heet. Het was een goedkope gelegenheid, zoiets als Heck, en een bedevaartsoord voor soldaten + meisje, en Zaterdagavond-dagjesmensen. Op de tafeltjes lagen kaarten die ’t bestaan vermeldden van een, blijkbaar bij ‘Fleur’ horend, eet-restaurant in de straat daarachter. Dit nu herinnerden wij ons gisteren ter onzaliger ure.”

 

Hella Haasse (2 februari 1918 – 29 september 2011)

 

De Maltese dichter Norbert Bugeja werd geboren in Siġġiewi op 2 februari 1980. Zie ook alle tags voor Norbert Bugeja op dit blog.

 

FOTO NR. 7

Van mij naar jou is er een seconde, een lach,
er is een volle waslijn die uitkijkt over de zee.
Na het gekkigheid bij It-Toqba z-Zghira*
probeerde ik je te bereiken. En misschien omdat
er geen licht is in dit huis,
in de nog steeds echoënde gang,
in de kamers boven en beneden, op de bodem van deze put
die jouw onvruchtbare woorden kreunt en mompelt ,
vond ik niemand. Alleen in jouw keuken,
knallen mijn uitgehongerde ingewanden over de jongen
die geboren wilde worden en zichzelf hangend aantrof
aan de uitgedroogde borst die ontsproot in de woestijn;
bijna als een stad waaruit iedereen is weggevlucht.

En het is nutteloos om je te verschuilen achter oude muren,
en blootsvoets te lopen over de wegen van je moeder,
en trots de ruïnes van je schoonheid te bewonen;
want je bent nooit moeder geweest, en je zult het ook nooit worden.

Uit de deur van je buurman kwam een meisje tevoorschijn,
haar ogen, twee kanonskogels gekruist
op de cornetto bij de kleine opening van haar mond.
Ze staart je aan, ze probeert je niet te bereiken.
Als een mijn op de zeebodem van de haven die nooit ontploft
bekijkt ze je, de afbladderende verf, en lacht
een moment, naar jou, en liegt dat je mooi bent.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Norbert Bugeja (Siġġiewi, 2 februari 1980)

 

Zie ook alle tags voor Maria Lichtmis op dit blog.

Zie voor de schrijvers van de 2e februari ook mijn blog van 2 februari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.


  • It-Toqba z-Zghira is een kleine inham, gelegen onder de bastions van de historische maritieme stad Vittoriosa (Birgu) in Malta

Paolo Cognetti, Harvey Shapiro

De Italiaanse schrijver Paolo Cognetti werd geboren in Milaan op 27 januari 1978. Zie ook alle tags voor Paolo Cognetti op dit blog.

Uit: Beneden in het dal (Vertaald door Yond Boeke en Patty Krone)

Dat had het teefje nog nooit een hond zien doen.
Ze voelde een nieuw soort opwinding toen ze zag dat de grijze zijn kaken op elkaar geklemd hield en de keel van de spartelende herder niet losliet. Net zolang totdat ook zijn maten, die rusteloos om hen heen draaiden, zagen dat het lichaam van hun leider verslapte, dat er bloed uit zijn nek gutste en dat de grond ervan doordrenkt raakte. Nu leek ook hij op een oude autoband, en even later waren de twee in de velden verdwenen.
Op de provinciale weg reed een tankwagen voorbij; op het dak lag een vingerdikke laag rijp die door een windvlaag werd weggeblazen. November. Het teefje sprong van de autostoel af en kwispelde naar de reu, die op haar toeliep. Zijn razernij van even tevoren was al geluwd, hij besnuffelde haar goedmoedig, liet zich besnuffelen.
De geur die ze rook was die van bos, aarde, bladeren, van het bloed van de hond die hij zojuist had gedood. Ze kreeg zin om hem te likken, en likte hem. Daarna nam hij haar en zo kwam er voorgoed een einde aan haar jeugd.
Ze volgden de rivier die dag stroomopwaarts, uitgelaten hollend omdat ze elkaar hadden ontmoet, over de grindbanken, de eilandjes en de verlaten stukken grond in de benedenloop van het dal. Op de bergkammen in de verte was maagdelijke sneeuw te zien, maar langs de rivier stonden cement- en meubelfabrieken, groothandels in landbouwmaterialen en bouwmarkten.
Ze zagen ratten in de afvoerkanalen en kraaien op de stortplaatsen, roken de geur van over de velden uitgestrooide mest, en toen ze op mensen stuitten, in een bestelbusje op de oever, begreep zij, die niet bang was voor mensen, dat hij die juist uit de weg ging, want ze waadden de rivier door om hun weg aan de andere kant te vervolgen.
Ze liepen langs een omheining en niet veel later eindigde hun tocht bij een engte waar de rivier was versperd en waar pijpleidingen begonnen. Ze konden het wegverkeer daarvandaan horen, ergens aan de andere kant van de hoge oever.
Het begon te schemeren, maar hij wilde pas tevoorschijn komen als het helemaal donker was. Terwijl ze wachtten kreeg ze honger, ze had al urenlang niets gegeten en maakte het hem duidelijk zoals puppy’s dat doen, door hem te likken en zachtjes in zijn snuit te bijten, alsof hij haar vader was en haar van eten moest voorzien. Hij kon die kwelling ergens wel waarderen.’

 

Paolo Cognetti (Milaan, 27 januari 1978)

 

De Amerikaanse dichter Harvey Shapiro werd op 27 januari 1924 in Chicago geboren in een joodse familie uit Kiev. Zie ook alle tags voor Harvey Shapiro op dit blog.

 

De moeder der uitvindingen

Op mijn bureau liggen de rekeningen van de levenden
en in mijn slaap liggen de rekeningen van de doden.

“Leegte is de moeder der uitvindingen,”
zegt mijn gelukskoekje. 23 juli 2010.
Brooklyn. Ik loop in de zachte regen,
nog nooit zo voldaan, nog nooit zo gelukkig.

Waarom zou ik twijfelen aan de zin van de wereld
als ik zelfs in mezelf mysterieuze doelen zie?

Een kraai daalt even neer,
zwart, in rabbijnse kleding, en krast Kaddisj.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Harvey Shapiro (27 januari 1924 – 7 januari 2013)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e januari ook mijn blog van 27 januari 2024 en ook mijn blog van 27 januari 2019 en ook mijn blog van 27 januari 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

Delphine Lecompte, Rainer Stolz

De Vlaamse dichteres en schrijfster Delphine Lecompte werd geboren op 22 januari 1978 in Gent. Zie ook alle tags voor Delphine Lecompte op dit blog.

 

De hebberige oom en de naakte neushoornjager

Mijn grootmoeder heeft veertien wekkers
Dat zijn er elf te veel, beweert haar strenge zoon
Zonder kersenbonbons is hij binnengevallen
Met een zak vol maskers en wijwatervaten verlaat hij zijn moeder
Morgen zal hij de wijwatervaten verkopen aan een poëtische neushoornjager.

De neushoornjager is niet echt poëtisch
Hij schrijft gedichten, dat wel
Zijn het goede gedichten?
Ik weet het niet, ik durf mij niet uit te spreken
Over de kwaliteit van zijn groteske sonnetten.

Want toen ik ze las was ik gedrogeerd
Het spijt me, en ik doe dat nu niet meer
Maar mijn oom, mijn oom nee hij is niet braaf
Hij is vadsig, hebberig en rancuneus
Mijn grootmoeder vraagt me of ik hem wil vergiftigen.

In haar tuin staan kruiden
Die zonder sporen dodelijk zijn
Toch zal ik mijn oom laten leven
Ik ben nog veel te jong om een familielid te liquideren
En als ik het een keer doe vrees ik dat ik de smaak te pakken krijg.

Ik verlaat mijn grootmoeder met een borstzak vol teennagels

De zijne, de mijne, de hare
In de duinen spot ik de neushoornjager zonder kleren
Zijn penis is ondanks de rusttoestand groter dan een volwassen mol
Ziet hij mij naderen dan wordt de mol een alerte meerkat.

De neushoornjager vraagt hoe het met mijn rolschaatscarrière gaat
Ik antwoord: ‘Heel goed. In Bulgarije telt mijn fanclub meer dan honderd leden.’
Na deze onschuldige leugen valt zijn meerkat evenwel in duigen.

 

Ik imiteer mijn varaan, ik echo zijn naam

Vorige maand heb ik een varaan gekregen van een achterlijke bakker
Die twee dagen na de overhandiging van de magische hagedis is gestikt
In een hoefijzervormige magneet waaraan een lege goederenwagon kleefde
Het terrarium heb ik zelf moeten kopen
De terrariumverkoper zei: ‘Succes met je varaan. Heeft hij al een naam?’

Ik heb de winkel verlaten zonder te antwoorden
Omdat ik mij schaamde
Eerst een terrarium kopen, en dan pas nadenken over een naam
Dat is de verkeerde volgorde, weet zelfs de meest hardvochtige kleuter
In de laatste telefooncel van mijn geboortestad vond ik de naam.

De naam van de varaan lag op de grond
Tussen een jonge snijtand en een drievork
Die een gemberwortel bleek te zijn
Ik probeerde mijn muze te bellen
Maar hij stond op een telefoonloze dijk zichzelf op te hemelen.

Terug naar vandaag dan maar
De varaan met de telefooncelnaam is trots en vadsig
Sinds hij mijn woning heeft ingepalmd met zijn fiere landerigheid
Blijf ik vaker thuis om van hem te leren
Ik imiteer zijn ontzagwekkende apathie, ik faal niet.

We worden stommer en breder
Soms likt mijn varaan een ruit, tik ik terug dan glimlacht hij ondubbelzinnig
In spiegelschrift schrijf ik onze namen naast elkaar
Met een groot hart ertussen uiteraard
Want zijn koudbloedigheid is altijd een fabel geweest.

 

Delphine Lecompte (Gent, 22 januari 1978)

 

De Duitse dichter en schrijver Rainer Stolz werd geboren in Hamburg op 22 januari 1966. Hij woont nu in Berlijn. Zie ook alle tags voor Rainer Stolz op dit blog.

 

Huis in We.

Er zijn nog vragen: aan de bewakers
van de grijstinten, die ’s avonds zachtjes
tegen de ramen kloppen, nog vragen
aan alle soorten weer waarvan de types
een beetje scheef zijn, zoals het huis
waar ze om vechten, vragen ook
aan de dakgoot, die soms
gelaten overbodig is, waardoor ik
me zou kunnen afvragen waarmee de zon
hierboven toch zijn geel verdient,
waar zelfs de schapen spijbelen
voordat ze in het zand bijten, verder
zouden er vragen zijn aan de schare der geesten
met hun klopsignalen: of ze zich vrijwillig
zo laten meeslepen, als was het
geen kunst, die onvergelijkbaar
nutteloos is, zoals de holtes hier
die alle vragen verplaatsen, als voedsel
voor de spinnen misschien, die me vertellen:
goed hout! is hier te krijgen – en dat ruikt
heerlijk wanneer ik weer eens
mijn hoofd gestoten heb.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Rainer Stolz (Hamburg, 22 januari 1966)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e januari ook mijn blog van 22 januari 2021 en ook mijn blog van 22 januari 2019 en ook mijn blog van 22 januari 2017 deel 1, deel 2 en deel 3.

Antoine Wauters, Sascha Kokot

De Belgische dichter en schrijver Antoine Wauters werd op 15 januari 1981 geboren in Luik. Zie ook alle tags voor Antoine Wauters op dit blog.

Uit: Mahmoed of het wassende water (Vertaald door Katelijne De Vuyst)

“We zijn alleen.
Alleen zoals in de cel waar ze mijn nagels
doorboorden en op me kwamen pissen.
Mijn nagels doorboren, op me pissen.
Drie jaar.
Ik heb het nooit zo gezegd, vergeef me.
Vanaf de zomer van 87, dag van onze terugkeer uit Parijs,
tot de herfst van 90.
We hadden onze twee zonen al en onze lieve Nazifé.
Ze dwongen me regimegezinde dingen te schrijven, elke dag weer.
Domme regimegezinde dingen.
‘Ik hou van onze president. In mijn ogen is hij de
beste van allemaal.
Ik heb nooit een president gezien die zo wijs is als
president al-Assad.
Ik heb van mijn leven nooit een leider gezien als hij.
Ik heb nooit iemand gezien als hij.
Hij is de vader van het volk.
Hij helpt de armen.
Hij is tegen onrecht, tegen corruptie,
een ware Arabier.
Telkens als we door een probleem worden bedreigd,
kan alleen hij de natie op zijn schouders dragen enz.’
Ik ga weer onder water.
Zien wat mijn geheugen niet heeft onthouden.
De bomen.
Op de bodem van het meer staan nog altijd bomen.* Maar je kunt ze
onmogelijk herkennen. Sommige dragen nog altijd
hun knoppen, arme paarse klokjes
als kindertenen.
Als ik mijn lamp richt en mijn hand
naar ze uitsteek, ik wou dat je het zag,
bewegen ze zachtjes, onmerkbaar.
Als kleine knuistjes die vaarwel zwaaien.
Dan moet ik aan onze kinderen denken.
Blijf nog even, Almasji.
Ga niet weg.
Beneden, lager, op een diepte die ik niet kan
bereiken, meen ik de ingebeukte deur te zien, de regenton,
de blauwe gordijnen van het huis en, daarachter, achter de
gordijnen en de gebroken ruiten, mama die naar me glimlacht en me
wenkt om bij haar te komen, papa naast haar.
Ik zwem snel nu.”

 

Antoine Wauters (Luik, 15 januari 1981)

 

De Duitse dichter, schrijver en fotograaf Sascha Kokot werd geboren op 18 januari 1982 in Osterburg. Zie ook alle tags voor Sascha Kokot op dit blog.

 

dezer dagen schiet het weer in je botten

dezer dagen schiet
het weer in je botten
het nestelt zich in je gewrichten
komt dichter bij je lang voor de ochtend
dan lig je wakker weet je niet
wat er met je gebeurt, waar het vandaan komt
wat er overblijft
alleen deze smalle kamer
het verkeerd gefineerde meubilair
het gekantelde raam
een kier naar de straat
het geruis in de populieren
dreef me door de nachten
je hoort daar niets meer
en vraagt je in stilte af
wanneer begon het dat ik
niet meer dichterbij kon komen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Sascha Kokot (Osterburg, 18 januari 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e januari ook mijn blog van 15 januari 2019 en ook  mijn blog van 15 januari 2017 deel 2 en eveneens deel 3.

J. Bernlef, Sascha Kokot

De Nederlandse schrijver en dichter J. Bernlef werd geboren op 14 januari 1937 in Sint Pancras. Zie ook alle tags voor J. Bernlef op dit blog.

 

Nieuwjaarswens

Wantrouwen in grote woorden
in kleine woorden, voegwoorden
tussenwerpsels, in het laatste woord
dat iedereen wil en niemand krijgt

Een totale gespreksstop
met strenge straffen
tong uitrukken wel het minste

Het paard langs de spoorbaan
staart de sneltreinen na
het gras wacht op de vallende nacht
een steen koestert zich in het laatste licht.

Waarom hebt u mij verlaten?
Wat een lachwekkende klacht.

 

Toekomstbeeld

Sommige dichters willen
dat met hen ook het licht vergaat
dat de wereld dan niet langer bestaat;
blinde woede om de eigen dood
(over die van anderen valt te praten).

Ik sta bij de rivier, u weet wel
en zie hoe het licht mij
majestueus links laat liggen;
ik slik even en schik mij
schrikkend in dit lege toekomstbeeld.

 

Het museum van de kindertijd

Het is altijd ergens, maar wie het bij toeval ontdekt
in een naamloze straat, stuit meestal op een
dichte deur waarachter stilte heerst

Of lijkt te heersen. De meesten lopen door
terug naar het vertrouwde stratenplan
en vergeten zijn bestaan.

Is het museum vloeibaar, opvouwbaar
bestaat het uit prisma’s, electrische velden
of valt het soms samen met wie eraan denkt?

Meestal is het verlaten, de wanden
en uitstalkasten leeg op de jaartallen na
die elkaar hun juistheid betwisten

Of het vult zich met mist, met daarin
een aarzelende stem die beweert zich
niets meer te herinneren, vrijwel niets.

Maar één gezicht, één geluid, één lichtval
kan plotseling de toegang verschaffen tot de
expositie waar alles bewaard blijkt te zijn.

 

J. Bernlef (14 januari 1937 – 29 oktober 2012)

 

De Duitse dichter, schrijver en fotograaf Sascha Kokot werd geboren op 18 januari 1982 in Osterburg. Zie ook alle tags voor Sascha Kokot op dit blog.

 

Zodra de zon verdreven is

Zodra de zon verdreven is
duiken de zwermen op
ze cirkelen boven de daken,
gaan een ogenblik lang
op de stijve takken zitten
vliegen plotseling weer weg,
verdwijnen uit het zicht
van onze nog onverlichte ramen
breken door het dichte web van hogere vliegroutes
laten ons achter met een schemerige hemel
die we niet kunnen duiden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Sascha Kokot (Osterburg, 18 januari 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e januari ook mijn blog van 14 januari 2019 en eveneens mijn blog van 14 januari 2018 deel 2.