Bas Heijne, Nora Bossong

De Nederlandse schrijver, essayist, columnist en vertaler Bas Heijne werd geboren op 9 januari 1960 in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Bas Heijne op dit blog.

Uit: Voor de democratie

“De man die zijn naam aan de Griekse ‘gouden eeuw’ gaf, de Atheense staatsman Perikles, bevond zich vrijwel zijn hele leven in dat politieke spanningsveld. Hij
was afkomstig uit een oud en voornaam geslacht, de Alkmaioniden, maar schaarde zich al vroeg aan de kant van het volk, wat hem het verwijt van populisme opleverde en veel conservatieve vijanden.
Niettemin was hij zo’n dertig jaar een leidende politieke figuur in Athene, van ongeveer 461 v.Chr. tot aan zijn dood tijdens de pestepidemie in 429 v.Chr. Dat de naam Perikles verbonden raakte met een ‘gouden tijdperk’ is grotendeels te danken aan zijn aanhoudende populariteit als politiek leider. Ieder jaar werd hij opnieuw gekozen als strategos (een van de tien bevelhebbers). Hij breidde de Atheense democratie uit, zorgde voor een financiële compensatie wanneer gewone burgers democratische verplichtingen op zich namen. Hij nam het initiatief tot grootse bouwprojecten als het
Parthenon, de Propyleeën, het Erechtheion, het Odeion. Hij voltooide de zogenaamde Lange Muren, een verdedigingswerk dat Atheners bescherming bood op de weg naar de haven van Piraeus. Ook gaf hij zijn persoonlijke vriend, de beeldhouwer Phidias, de opdracht tot het maken van het beeld van Athena Parthenos in het Parthenon, maar liefst 12 meter hoog, opgetrokken uit goud en ivoor.
Onder Perikles werd de hegemonie van Athene ten opzichte van haar bondgenoten versterkt. Zij hadden zich verenigd in de zogenaamde Delische Bond en het was Perikles die hun gezamenlijke schatkist van het eiland Delos overbracht naar Athene, waarmee behalve de oppermachtige Atheense vloot ook de prestigieuze bouwprojecten werden bekostigd – wat Perikles het verwijt van praalzucht en imperialisme bezorgde. Athene fungeerde zo’n beetje zoals de Verenigde Staten na de Tweede Wereldoorlog ten opzichte van West-Europa, dominant, maar ook een waarborg voor veiligheid. Je moest betalen, je had weinig in te brengen, maar je kreeg er een redelijk zorgeloos bestaan voor terug.
Iemand die de Atheense politiek zo lang domineerde, was vanzelfsprekend omstreden. Tijdens Perikles’ leven, maar ook in de eeuwen daarna, helemaal tot in onze tijd, is zijn reputatie en statuur onderwerp van discussie.”

 

Bas Heijne (Nijmegen, 9 januari 1960)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Nora Bossong werd geboren op 9 januari 1982 in Bremen. Zie ook alle tags voor Nora Bossong op dit blog.

 

Siroop

Hoe ze haar vinger uitstrekt
van de mokkalepel, mijn Sudeten-grootmoeder.
Haar haar zwart
van de gedroogde bieten.
Buiten, de afdruk
van haar handen in de wind,
waar kinderen kastanjes
doorheen gooien. De aardappelen
heeft ze nooit vertrouwd en hurkte
alleen in de rook van de stokerij.
Zoals bij sommigen een bochel
langs de rug omhoog groeit,
groeit deze in haar krullen.
Dit uiteenvallen elke avond,
naakt voor de gordijnen is haar huid
slechts een scheur in de stof.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nora Bossong (Bremen, 9 januari 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e januari ook mijn blog van 9 januari 2019 en ook mijn blog van 9 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Frida Vogels

De Nederlandse schrijfster, dichteres en vertaalster Frida Vogels werd geboren in Soest op 9 januari 1930 als dochter van ir. Frederik Christiaan Matthias Vogels (1903-1971), onder andere directeur van de Telefoondienst te Amsterdam, en diens eerste echtgenote Cornelia Adriana Johanna Druyvesteyn, lid van de Haarlemse regentenfamilie Druyvesteyn, met wie hij tussen 1928 en 1935 getrouwd was en welk huwelijk door echtscheiding werd ontbonden. Vogels is de auteur van het driedelige boek “De harde kern”, waarvan het derde deel uit poëzie bestaat. In 1994 werd haar voor het tweede deel van dat werk de Libris Literatuur Prijs toegekend. Haar werk wordt gekenmerkt door een sterk autobiografisch karakter. In mei 2005 publiceerde ze het eerste deel van haar Dagboeken, waarvan elf delen zijn verschenen. Ze hield sinds de jaren 1950 een dagboek bij. De schrijfster verscheen niet in de media en verkoos de Libris Literatuur Prijs niet zelf in ontvangst te nemen. Er werden zelden afbeeldingen van haar gepubliceerd. Al haar eigen werk verscheen bij uitgeverij Van Oorschot. Vogels was bevriend met onder meer collega-schrijver J.J. Voskuil, die model stond voor het personage van haar oude vriend Jacob in “De harde kern”. Andersom speelt Vogels ook een rol in het werk van Voskuil: ze vormde de inspiratie voor het personage Henriëtte Fagel in Voskuils werken Bij nader inzien, Het Bureau en Binnen de huid.

 

Je weigert de strijd

Je weigert de strijd waar ik meester in ben:
in holle wegen, in struikgewas
besluipen, bespringen, met onbesliste uitslag.
Op open terrein daag je me uit,
overwint gemakkelijk en rust naast me uit
in vol vertrouwen.

 

Gelukkig zijn

Gelukkig zijn; en niet weten waarom;
en soms naar buiten kijken
waar de lucht donkerder is dan de steen,
alleen een fabriekspijp nog donkerder afsteekt,
en bang en gelukkig zijn.

Een geluk dat geen raad weet;
men bekijkt een glas
met aandacht, er is een barst in
en lacht en wiegelt het hoofd
als een kindse oude vrouw
die een broodkorst van tafel stoot, en lacht.

Ik leg mijn hoofd op mijn armen
en kijk op en leg het weer neer.
Ik weet zelf niet of ik gelukkig ben.

 

Frida Vogels (Soest, 9 januari 1930)

Lizette Woodworth Reese

De Amerikaanse dichteres en lerares Lizette Woodworth Reese werd geboren op 9 januari 1856  in de toenmalige voorstad Waverly, vlakbij Baltimore, Maryland, als dochter van Louisa Gabler en David Reese, die in de Amerikaanse Burgeroorlog in het leger van de Confederatie had gevochten. Ze had een tweelingzus genaamd Sophia. Reese volgde onderwijs aan de openbare scholen van Baltimore en studeerde af aan Eastern High School (Baltimore), waar vandaag de dag een monument voor haar staat. Na haar afstuderen werd ze in 1873 lerares aan de St. John’s Parish School. Het jaar daarop publiceerde Reese haar eerste gedicht, “The Deserted House”, in Southern Magazine. Ze bleef publiceren in diverse tijdschriften tot haar eerste zelf gepubliceerde bloemlezing, “A Branch of May”, in 1887. Vervolgens verschenen in 1891 en 1896 respectievelijk “A Handful of Lavender” en “A Quiet Road”. Eind jaren 1890 en begin jaren 1900 schreef Reese weinig. Haar sonnet “Tears”, gepubliceerd in Scribner’s Magazine in 1899, leverde haar echter lof en erkenning op, met name van haar collega-schrijver H. L. Mencken uit Baltimore, die stelde dat Reese’s werk “one of the imperishable glories of American literature.” was. In 1918 ging Reese met pensioen na haar laatste jaren les te hebben gegeven aan Western High School (Baltimore). De Amerikaanse componisten Mildred Barnes Royse (1952) en Margaret Shelley Vance (1966) zetten Reese’s tekst op muziek in composities die beide de titel “A Christmas Folk Song” droegen. Ook de componisten Gary Bachlund, Fritz Hart, Margaret Ruthven Lang, Marilyn Rinehart en Mildred Souers zetten teksten van Reese op muziek. In 1931 werd Reese door de General Federation of Women’s Clubs benoemd tot Poet Laureate van Maryland. Ze was tevens erevoorzitter van de Poetry Society of Maryland en een van de oprichters van de Woman’s Literary Club of Baltimore in 1890. Reese overleed op 17 december 1935. Ze is begraven in de St. John’s Episcopal Church.

 

A Violin at Dusk

Stumble to silence, all you uneasy things,
That pack the day with bluster and with fret.
For here is music at each window set;
Here is a cup which drips with all the springs
That ever bud a cowslip flower; a roof
To shelter till the argent weathers break;
A candle with enough of light to make
My courage bright against each dark reproof.
A hand’s width of clear gold, unraveled out
The rosy sky, the little moon appears;
As they were splashed upon the paling red,
Vast, blurred, the village poplars lift about.
I think of young, lost things: of lilacs; tears;
I think of an old neighbor, long since dead.

 

A Song

Oh, Love, he went a-straying,
A long time ago!
I missed him in the Maying,
When blossoms were of snow;
So back I came by the old sweet way;
And for I loved him so, wept that he came not with me,
A long time ago!
Wide open stood my chamber door,
And one stepped forth to greet;
Gray Grief, strange Grief, who turned me sore
With words he spake so sweet.
I gave him meat; I gave him drink;
(And listened for Love’s feet.)
How many years? I cannot think;
In truth, I do not know—
Ah, long time ago!
Oh, love, he came not back again,
Although I kept me fair;
And each white May, in field and lane,
I waited for him there!
Yea, he forgot; but Grief stayed on,
And in Love’s empty chair
Doth sit and tell of days long gone—
’Tis more than I can bear!

 

Lizette Woodworth Reese (9 januari 1856 – 17 december 1935)