Jaap Robben, Anne Carson


De Nederlandse dichter, schrijver en theatermaker Jaap Robben werd geboren in Oosterhout op 22 juni 1984. Zie ook alle tags voor Jaap Robben op dit blog.

 

Jij was zoiets als kwijt

Niemand graaft
om zand te vinden.
We zochten jou
omdat we je vergaten.

Alsof we op achtergelaten jassen klopten
op zoek naar wat nog niemand was verloren.

En jij,
stil en donker in de grond
jij was zoiets als kwijt.

Al wist je misschien
dat wij er waren
door wat je boven je hoorde
zoals iemand op zolder soms
een doos verschuift.

 

Andermans ogen

Thuis hoor ik niet meer
dat de kachel tikt
en de kraan drupt.

Van mezelf zie ik enkel
wat ik gewend ben
te herkennen, wanneer ik
in spiegels en winkelruiten kijk
of naar foto’s en donkere tv’s.

Mij valt niets nieuws op,
ik kijk naar wat ik al jaren zie
omdat ik enkel mijn eigen ogen heb.

Maar samengevat in zesentwintig strepen
merk ik pas hoe nieuw ik word,
door andermans ogen
en weet ik weer
waar in het huis van mijn gelaat
een traptree kraakt.

 

Wie plukt het laatste fruit?

Wie weet nog waar de paden waren?
Dat onhandig vrijen het best
in een Bongerd gaat
waar je de witjes
zonder handen
van de bomen kon bijten?

Hier hangt de hemel hoger
en is de bodem het beste
voor bloemen.

Maar in nieuwe straten
zijn de mensen
groter dan de bomen.

En blijft mist wat langer hangen
omdat niet alle wolken willen wennen
dat hier voortaan geen veld meer is.

 

Jaap Robben (Oosterhout, 22 juni 1984)

 

De Canadese dichteres, essayiste en vertaalster Anne Carson werd geboren op 21 juni 1950 in Toronto. Zie ook alle tags voor Anne Carson op dit blog.

 

O Kleine Droevige Extase van de Liefde

Ik vind het fijn om de hele nacht met gesloten ogen bij je te zijn.
Wat een geluk – daar
kom je al aan
langs de sterren!

Ik maakte een roadtrip
door mijn gedachten en mijn hart
en daar was je
knielend langs de weg
met je kleine gereedschapskistje
iets aan het repareren.

Geef me een wereld, je hebt me de wereld afgenomen die ik was.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Anne Carson (Toronto, 21 juni 1950)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e juni ook mijn blog van 22 juni 2020 en eveneens mijn blog van 22 juni 2019 en ook mijn blog van 22 juni 2018 en ook mijn blog van 22 juni 2014 deel 1.

Sonnenwende (Clara Müller-Jahnke), Anne Carson

 

 

Summer Solstice – Crinan Canal door Fraser Maciver, 2019

 

Sonnenwende

Es fiel ein Blütenregen
herab auf Wald und Feld,
ein Netz von Sonnenstrahlen
umspinnt die grüne Welt;
das flammt und blüht und duftet
und höhnt den Glockenschlag,
als ging er nie zu Ende,
der süße, goldene Tag …

O Tag der Sonnenwende,
vollblühende Rosenzeit,
du hast mir ins Herz geduftet
berauschende Seligkeit!
Das pocht und glüht und zittert
und bebt im Vollgenuß,
als ging er nie zu Ende,
der süße, erste Kuß –

O Tag der Sonnenwende –

 

Clara Müller-Jahnke (5 februari 1860 – 4 november 1905)
De Dorfstraße in Lenzen (Nu: Łęczno), de geboorteplaats van Clara Müller-Jahnke

 

De Canadese dichteres, essayiste en vertaalster Anne Carson werd geboren op 21 juni 1950 in Toronto. Zie ook alle tags voor Anne Carson op dit blog.

 

Chicago

Gekrijs (wit) en tinten (suède) van vuile kou.
Ik liep Montrose af naar de oever van het meer.
Voorbij een gesloten Park Bait Shop en een boot
genaamd Temperance II,
een boot genaamd Mr Bright Eye,
modderige velden,
een verroeste barbecue uit de middeleeuwen.
Een hond springt somber rond op het strand.
Het meer is zo lelijk als een motelkamer.
Muren sluiten niet op elkaar aan. Vlekken zakken uit. Een engel gaapt in een geile hemel.
Tegen de noordenwind worstel ik me terug naar de plek waar ik warm was
toen ik wakker werd.
Op de theepot een briefje van jou over ademhalen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Anne Carson (Toronto, 21 juni 1950)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e juni ook mijn blog van 21 juni 2020 en eveneens mijn blog van 21 juni 2019 en ook mijn blog van 21 juni 2014 deel 1, en deel 2 en eveneens deel 3.

Dolce far niente (Marcus Jackson), Salman Rushdie, Anne Carson

 

 

Ode to Corvette Summer door Timothy Adry Emmanuel, 2022

 

40 Ounce

Summer has salted
our neighborhood to thirst;
tar that patches the wounds of roofs
heats to sluggish bubbles;
sun obligates
paint on car hoods to blotch.

Emphasized by the light
inside corner-store beer coolers,
your malt lusters.

You’re cold gold down throat.

Lush like storm-brim wind.

Foam-skinned as any cleansing.

Within thick glass, you swish oceanic
as we share you palm to palm.

You have helped
this dice game clank alive,
paper-wager and victory-rake,
players with obsidian eyes.

Through an uncurtained pane,
a music video is visible;
women’s shimmer slurs
like jewelry worn on a passerby.

Neighbors here and there snore,
hallway walls tacked
with flea-market art, closets
dehydrated by moth repellent.
They leave us to you.
They could plead tomorrow
in churches whose pipes
ramble behind brittle plaster.

We drink you to the pale bottom,
we drink until night sinks
into skin like silk,
until graveyard cops
circle our block like a clock arm,
until blood slides
like alloy through veins,
until words hammer
from the anvil of the brain,
until America’s
continental wheel unbolts
and everybody can see
we gleam like greased bearings.

 

Marcus Jackson (Toledo, Ohio, 9 september 1990)
Toledo, Ohio

 

De Indisch-Britse schrijver en essayist Salman Rushdie werd geboren in Bombay op 19 juni 1947. Zie ook alle tags voor Salman Rushdie op dit blog.

Uit: Middernachtskinderen (Vertaald door Max Schuchart)

“Ik ben geboren in de stad Bombay… eens op een dag. Nee, dat kan niet, aan de datum valt niet te ontkomen: ik ben geboren op 15 augustus 1947 in Dokter Narlikars kraamkliniek… En de tijd? De tijd komt er ook op aan. Goed dan: ’s avonds. Nee, het is van belang… Klokslag middernacht om precies te zijn. Wijzers van klokken vouwden zich als handen samen in een eerbiedige begroeting toen ik arriveerde. 0, verklaar je nader, verklaar je nader: precies op hetzelfde tijdstip dat India onafhankelijk werd, buitelde ik de wereld in. Er was het geluid van snikken. En, buiten het raam, van vuurwerk en menigten. Een paar seconden later brak mijn vader zijn grote teen, maar zijn ongeluk was een kleinigheid vergeleken met wat mij op dat nachtelijke ogenblik was overkomen, want dank zij de occulte tirannieën van die minzaam groetende klokken was ik op een geheimzinnige manier in de handboeien van de geschiedenis geslagen, mijn lot onlosmakelijk aan dat van mijn land geketend. De volgende drie decennia zou er geen ontsnapping mogelijk zijn. Waarzeggers hadden mij voorspeld, dagbladen mijn komst gevierd, politici mijn authenticiteit bekrachtigd. Ikzelf had er helemaal niets in tc zeggen. lk, Saleem Sinai — later afwisselend Snotneus, Vlekporum, Knalkop, Snotteraar, Boeddha en zelfs Stuk-van-de-Maan genoemd, was zwaar verwikkeld geraakt in het Noodlot — in het gunstigste geval een gevaarlijk soort betrokkenheid. En ik kon op dat tijdstip niet eens mijn eigen neus afvegen. Nu evenwel begint de tijd (waarvoor ik verder van geen nut ben) op te raken. Ik word binnenkort eenendertig. Misschien. Als mijn aftakelende, misbruikte lichaam dat toestaat. Maar ik heb niet de hoop dat ik mijn leven kan redden, en ik kan er zelfs niet op rekenen dat ik nog duizend-en-één nacht heb. Ik moet snel werken, sneller dan Sheherazade, als ik uiteindelijk iets wil betekenen — ja, betekenen. lk geef toe: ik ben bovenal bang om belachelijk te zijn. En er zijn zoveel verhalen te vertellen, te veel, zo’n overvloed aan verweven levens gebeurtenissen wonderen plaatsen geruchten, zo’n compacte vermenging van het onwaarschijnlijke met het wereldse! Ik ben een slokop van levens geweest, en om mij te kennen, alleen maar die ene ik, zul je de rest ook helemaal moeten slikken. Verorberde menigten zijn in me aan het dringen en duwen; en alleen geleid door de herinnering aan een groot wit beddelaken met een min of meer rond gat met een diameter van zo’n vijftien centimeter in het midden uitge-knipt, me vastklampend aan de droom van die toegetakelde rechthoek van linnen met een gat die mijn talisman, mijn sesam-open-u is, moet ik beginnen mijn leven te reconstrueren van het punt af waar het werkelijk begon, zo’n tweeëndertig jaar voor iets zo onmiskenbaars, zo aanwezigs als mijn door de klok beheerste, door misdaad bezoedel-de geboorte. (Het laken is, tussen twee haakjes, ook bevlekt met drie droppels van iets ouds, verbleekts, roods. Zoals de koran ons voorhoudt: Zeg, in de naam van de Heer, uw Schepper, die de Mens schiep uit klonters bloed.)”

 

Salman Rushdie (Bombay, 19 juni 1947)

 

De Canadese dichteres, essayiste en vertaalster Anne Carson werd geboren op 21 juni 1950 in Toronto. Zie ook alle tags voor Anne Carson op dit blog.

 

Autobiografie van rood

10 Seksvraag

Is het een vraag!

Ik moet eens naar huis.
Oké.
Ze bleven zitten. Ze stonden ver van de stad geparkeerd langs de weg.
Koudenachtgeur kwam
door de raampjes. De maansikkel zweefde wit als een rib langs de rand van de lucht.
Ik ben geloof ik iemand die geen bevrediging kent,
zei Herakles. Geryon voelde hoe alle zenuwen in hem zich naar zijn huid verplaatsten.
Hoe bedoel je bevrediging?
Gewoon – bevrediging. Ik weet niet. Op de snelweg een eind verderop klonk het
schrapen van vishaken over de bodem van de wereld.
Bevrediging. Je weet wel. Geryon dacht diep na. Vuren kronkelden zich door hem heen.
Hij kwam voorzichtig
tot de seksvraag. Waarom is het een vraag? Hij begreep dat mensen
behoefte hebben aan elkaars daden van aandacht, doet het er dan toe welke daden dat zijn?
Hij was veertien.
Seks is een manier om een ander te leren kennen,
had Herakles gezegd. Hij was zestien. Brandende ongeordende delen van de vraag
likten op uit elke barst in Geryons lijf.
Hij sloeg ernaar terwijl hij nerveus en onwillekeurig moest lachen. Herakles keek.
Plotseling stil.
’t Zit wel goed, zei Herakles. Zijn stem spoelde
Geryon open.
Moet je horen, zei Geryon en hij wilde hem vragen: zitten mensen die dol zijn op seks
ook met een seksvraag?
maar de woorden kwamen er anders uit – denk je echt elke dag aan seks?
Herakles’ lichaam verstarde.
Dat is geen vraag dat is een aanklacht. Iets zwarts en zwaars als de geur van fluweel
viel tussen hen in.
Herakles startte de auto en ze sprongen vooruit op de rug van de nacht.
Elkaar niet rakend
maar verenigd in verbazing zoals twee sneden evenwijdig lopen over dezelfde huid.

 

Vertaald door Marijke Emeis

 

Anne Carson (Toronto, 21 juni 1950)

 

Zie voor de schrijvers van de 19e juni ook mijn blog van 19 juni 2022 en ook mijn blog van 19 juni 2020 en eveneens mijn blog van 19 juni 2019 en ook mijn blog van 19 juni 2018.