Zusje (Johanna Kruit)

 

 

Broer en zus door Erich heckel, 1913

 

Zusje

Verdween mijn zusje onverwacht.
En niemand die haar lopen zag.
De zon sloop weg, de dag werd oud.
De maan kwam op, de nacht was koud.
We zochten haar aan strand en zee.
Misschien nam Westenwind haar mee.
We riepen hard en zongen zacht.
We zochten sporen in de nacht.
Maar alles gaat zoals het moet.
En zij bleef weg, voorgoed, voorgoed.
Nu zingt de wind een droevig lied.
Vergeet mij niet, vergeet mij niet.

 


Zusje

Het zusje dat zo dwalen moest
langs verre stranden, golven woest
zij gaf de woorden toekomst mee
en bracht ze naar de wijde zee
nu is ze weg, haar stem werd stil
maar als ik haar weer horen wil
sluit ik mijn ogen om te zien
of zij nog ergens is misschien.

 

Johanna Anna Kruit (Zoutelande, 14 december 1940)
Sint Catharinakerk, Zoutelande

 

Zie voor de schrijvers van de 16e januari ook mijn blog van 16 januari 2025 en ook mijn blog van 16 januari 2019 en ook mijn blog van 16 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Johanna Kruit

De Nederlandse dichteres en schrijfster Johanna Anna Kruit werd geboren in Zoutelande op 14 december 1940. Kruit groeide op als een na oudste in een gezin van elf kinderen. Haar vader was boekhandelaar. Kruit bezocht de mulo en werkte daarna als verpleegster in een kindersanatorium. Daarna had ze een tijdje een jeugdrubriek in een regionale krant. Toen ze op latere leeftijd last kreeg van een hernia en ze lange tijd op bed moest gaan liggen begon ze met schrijven. In 1976 debuteerde bij uitgeverij WEL het boek “Achter een glimlach”. In 1989 kwam haar eerste kinderboek “Als een film in je hoofd” uit. Hierna ging ze verhalen en gedichten schrijven voor Vrij Nederland, Margriet, Okki, Taptoe en Mik-Mak. In 1996 kreeg ze een Vlag en Wimpel voor haar jeugdbundel “Zoals wind om het huis”. Kruit wordt samen met de schrijvers Leendert Witvliet, Wiel Kusters, Remco Ekkers en Ted van Lieshout gerekend tot de zogenoemde Blauw Geruite Kiel-groep. Kruit bezoekt scholen en bibliotheken in Nederland, waar ze voorleesdagen geeft.

 

Walcheren bij avond

De dag gaat dicht als een deur. Jij schudt
een sprookje uit je mouw. We lopen
langs het duinpad naar de sterren en open
gaat de nacht. De lage lichten van de kust

beloven meer dan je kunt zien. Een visser staat
met zijn lantaarn aan in zee. Het silhouet
van een geluidloos schip wordt neergezet
tegen de einder en verschuift. Met regelmaat

van enkele seconden zwaait een armvol licht
vanaf de vuurtoren over ons heen. De wind
gaat liggen in een dal, de avond wint
het van de dag. En dan van ver komt er een dicht-

regel van Achterberg over het schaduwpad:
“Aan het roer dien avond stond het hart”.

 

Nooit

Nooit schreef ik je een brief. Je was zo dicht
dat ik je elke dag kon zien. Jouw verte
was anders dan de mijne. Maar het viel ons licht

daar over heen te praten. De toekomst was zo lang
dat over vroeger spreken nog wel kon. We deden
dus gewoon. Maar waren beiden bang

dat alles toch weer fout ging. Deze nacht
leg ik voorzichtig bloemen op je graf.
Ik mis je meer dan ik ooit had verwacht.

 

Johanna Kruit (Zoutelande, 14 december 1940)