Brother And Sister (Lewis Carroll)

 

Dolce far niente

 

Broer en zus door Joan Eardley , 1955

 

Brother And Sister

“SISTER, sister, go to bed!
Go and rest your weary head.”
Thus the prudent brother said.

“Do you want a battered hide,
Or scratches to your face applied?”
Thus his sister calm replied.

“Sister, do not raise my wrath.
I’d make you into mutton broth
As easily as kill a moth”

The sister raised her beaming eye
And looked on him indignantly
And sternly answered, “Only try!”

Off to the cook he quickly ran.
“Dear Cook, please lend a frying-pan
To me as quickly as you can.”

And wherefore should I lend it you?”
“The reason, Cook, is plain to view.
I wish to make an Irish stew.”

“What meat is in that stew to go?”
“My sister’ll be the contents!”
“Oh”
“You’ll lend the pan to me, Cook?”
“No!”

Moral: Never stew your sister.

 

Lewis Carroll (27 januari 1832 – 14 januari 1898)
De All Saints’ parish church in Daresbury, de geboorteplaats vanLewis Carroll

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e januari ook mijn blog van 18 januari 2025 en ook mijn blog van 18 januari 2019 en ook mijn blog van 18 januari 2015 deel 2 en ook deel 3.

An die Schwester (Georg Trakl)

 

Dolce far niente

 

Broer en zus door Emil Nolde, 1918

 

An die Schwester

Wo du gehst wird Herbst und Abend,
Blaues Wild, das unter Bäumen tönt,
Einsamer Weiher am Abend.

Leise der Flug der Vögel tönt,
Die Schwermut über deinen Augenbogen.
Dein schmales Lächeln tönt.

Gott hat deine Lider verbogen.
Sterne suchen nachts, Karfreitagskind,
Deinen Stirnenbogen.

 

Georg Trakl (3 februari 1887 – 4 november 1914)
De Evangelische Christuskirche in Salzburg, de geboorteplaats van Georg Trakl

 

Zie voor de schrijvers van de 17e januari ook mijn blog van 17 januari 2025 en ook mijn blog van 17 januari 2019, mijn blog van 17 januari 2017 en ook mijn blog van 17 januari 2016 deel 1 en deel 2 en eveneens deel 3.

Zusje (Johanna Kruit)

 

 

Broer en zus door Erich heckel, 1913

 

Zusje

Verdween mijn zusje onverwacht.
En niemand die haar lopen zag.
De zon sloop weg, de dag werd oud.
De maan kwam op, de nacht was koud.
We zochten haar aan strand en zee.
Misschien nam Westenwind haar mee.
We riepen hard en zongen zacht.
We zochten sporen in de nacht.
Maar alles gaat zoals het moet.
En zij bleef weg, voorgoed, voorgoed.
Nu zingt de wind een droevig lied.
Vergeet mij niet, vergeet mij niet.

 


Zusje

Het zusje dat zo dwalen moest
langs verre stranden, golven woest
zij gaf de woorden toekomst mee
en bracht ze naar de wijde zee
nu is ze weg, haar stem werd stil
maar als ik haar weer horen wil
sluit ik mijn ogen om te zien
of zij nog ergens is misschien.

 

Johanna Anna Kruit (Zoutelande, 14 december 1940)
Sint Catharinakerk, Zoutelande

 

Zie voor de schrijvers van de 16e januari ook mijn blog van 16 januari 2025 en ook mijn blog van 16 januari 2019 en ook mijn blog van 16 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.