Pasen (Piet Thomas), Algernon Swinburne

 

 

De Verrijzenis van Christus door Christoph Schwartz, 1550

 

Pasen

Die Lazarus tot leven wekte
is uit de doden opgestaan.
De sluitsteen die het graf bedekte,
ligt afgewenteld langs de baan.

De vrouwen die met balsem komen,
de ogen droef, de monden dicht,
zien achter kromgegroeide bomen
een engel in een hoos van licht.

Ze schrikken en hun vrees wordt mondig.
Ze willen vluchten naar de stad.
Maar vrees en schrik zijn zo kortstondig
voor wie de taal van d’ engel vat.

‘Vrees niet, Hij heeft het graf verlaten
waar ze Hem hebben neergelegd.
Ga heen en meld het uitgelaten.
Geschied is wat Hij heeft voorzegd.’

Die Lazarus tot leven wekte
is uit de doden opgestaan.
De sluitsteen die het graf bedekte,
ligt afgewenteld langs de baan.

 

Piet Thomas (Aalst, 20 april 1929)
De Onze Lieve-Vrouw van Bijstandkerk te Aalst, de geboorteplaats van Piet Thomas

 

De Engelse schrijver en dichter Algernon Charles Swinburne werd geboren op 5 april 1837 in Londen. Zie ook alle tags voor Algernon Swinburne op dit blog.

 

Bij de Noordzee (Fragment)

’t Ligt omgord noch omboord met granieten,
’t Is van fortwerk noch vestwal omwand,
Doch rifgruwlen van wreedst bloedvergieten
Blijven zwak bij ’t verraad van dit zand;
Bij de duizenden, weerloos verslagen: –
Naar dees banken versleurd en verstouwd
Heeft het schip, in d’opstandige vlagen,
Geen kans van behoud.

Geen kans weer bij vloed vrij te spoelen
Van de gronden der onheilskust,
Los uit waatren die botsen en woelen:
Geen kans dan een toevalsrust
Van de wind, langs de grafmoerassen,
Waar, nauw voor de golfslag bewaard,
Lijken, dicht als de sprieten der grassen,
In ’t slib zijn vergaard.

Van ontelbre, verhoopte gedrangen
Als van uitgewied onkruid vol,
Ligt het zwaar van hun zwijgen bevangen,
Of dit zwijgen tot zangen zwol;
En geheim, als van eeuwigheidsgeuren
Verzoet, en van wijding doortrild,
Zo het soms voor een wijl mocht gebeuren
Dat alles verstilt;

Dat het eindeloos razen en schallen
Zacht, als ’t grazen van vee, gerucht,
En de wiekslag der zee valt, bij ’t vallen
Des winds, als der vogelen vlucht –
Als de vlucht ener meeuw, of eens raven,
Die tegen hem krijst als hij krijst,
Wijl wijd om de massa’s der graven
Dag duistert of rijst.

 

Vertaald door Victor E. van Vriesland

 

Algernon Swinburne (5 april 1837 – 10 april 1909)

 

Zie voor de schrijvers van de 5e april ook mijn blog van 5 april 2025 en ook mijn blog van 5 april 2023 en ook mijn blog van 5 april 2020 en eveneens mijn blog van 5 april 2019 en ook mijn blog van 5 april 2018 en eveneens mijn blog van 5 april 2016.

Petrus (Anthonie Donker), Algernon Swinburne

 

Bij Goede Vrijdag

 

Verloochening van Petrus door Nicolaes Knüpfer, 1750

 

Petrus

Hij naderde schoorvoetend aan het vuur,
Waar de soldaten met een schor misbaar
Zijn Heer beschimpten en vernam ’t onguur
Geding en wankelde en voorzag gevaar.

‘De heiland had ook dezen knecht in huur’,
Krijste een vrouw, doch hij bedreigde haar
En vloekte doodsbleek en verkocht zich duur.
‘Ik zag hem nooit, nooit zag ik hem voorwaar’.

Maar aan zijn slapen duizelde het bloed;
Want bij het rode schijnsel van het vuur
Zag hij den Meester, en zijn stommen groet

En zijn gebukte schaduw aan den muur.
En toen hij vluchtte, het duister tegemoet
Kraaide de haan reeds in het bleeke uur.

 

Anthonie Donker (8 september 1902 – 26 december 1965)
De Laurenskerk in Rotterdam, de geboorteplaats van Anthonie Donker

 

De Engelse schrijver en dichter Algernon Charles Swinburne werd geboren op 5 april 1837 in Londen. Zie ook alle tags voor Algernon Swinburne op dit blog.

 

Bij de Noordzee (Fragment)

Dood is dwangvorst, gescepterd met ijzer,
De zee mint hem innig en trouw;
Bij hun liefdetaal grammer en grijzer
Worstelt branding in jammer en rouw;
En zijn siersel zweeft zwaar over ’t kustoord
Waar zij ’t stormschuim geplengd heeft voor hem;
Eén in doemzucht, in roofgier en lustmoord,
Vermengt zich hun stem.

Van zijn rijksroem geniet zij bezeten,
En haar luister maakt hem woest en trots;
Door haar duister weerdaavren zijn kreten,
Bij zijn adem juicht hoog haar geklots;
-‘Zo uw almacht voor immer mij stom sloeg
Waar mijn heiligste hunkring voldaan!’ –
-‘’t Waar mijn leen, wat ik eindlijk weerom vroeg,
Mijn liefste oceaan!’ –

Jaar op jaar ontwaakte ten leven,
Eeuw op eeuw zeeg neer in de dood,
En geen prooi, tot verzwelging gegeven,
Blust of lest ooit haar dorstende nood;
En de roep harer hongrende reeuwsheid
En zijn schreeuw naar verdelging en moord,
Of ’t gehuil van een wolf door de sneeuw schreit,
Brult rusteloos voort.

 

Vertaald door Victor E. van Vriesland

 

Algernon Swinburne (5 april 1837 – 10 april 1909)
Cover van een wetenschappelijke uitgave van een omvangrijke selectie uit het werk van Algernon Swinburne uit 2016

 

Zie voor de schrijvers van de 3e april ook mijn blog van 3 april 2020 en eveneens mijn blog van 3 april 2019 en ook mijn blog van 3 april 2017 en ook mijn blog van 3 april 2016 deel 2.